Home

‘Mijn sleutels vond ik terug in de koelkast’ – steeds meer jonge vrouwen vallen langdurig uit door mentale klachten

Steeds meer jonge vrouwen raken langdurig arbeidsongeschikt als gevolg van stressgerelateerde klachten. Hun aantal is de afgelopen vijftien jaar meer dan verdubbeld. Waarom raakt juist deze groep opgebrand? ‘Na mijn werk begon mijn tweede dienst: mijn gezin.’

Verzekeringsarts Kevin De Decker ziet ze geregeld: vrouwen die zichzelf volledig voorbij zijn gelopen. Geëmotioneerd en gespannen vertellen ze hoe ze tevergeefs ‘alle ballen in de lucht’ hielden, over de druk van hun gezin, van hun baan en hoe ze het uiteindelijk niet meer volhielden. Wat De Decker opvalt: hoeveel het er zijn. En: hoe jong ze zijn.

Zijn ervaring staat niet op zichzelf. Bij uitkeringsorganisatie UWV, waar De Decker als verzekeringsarts beoordeelt of mensen in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, zagen ze het aantal vrouwen dat jaarlijks met mentale klachten langdurig uitvalt de afgelopen vijftien jaar meer dan verdubbelen: van zo’n 6.200 in 2010 naar 13 duizend in 2025.

De stijging is vooral te zien in de leeftijdscategorie van 30 tot 40 jaar en vooral te wijten aan stressgerelateerde klachten, die zich weer vertalen in burn-outs en depressiviteit. Ook bij mannen was in diezelfde periode een toename te zien, maar lang niet zo sterk. Bij hen ging het om een stijging van ongeveer 5.600 naar 7.100 per jaar.

Let wel: iemand komt pas in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering als die al langer dan twee jaar thuiszit. Het aandeel vrouwen dat burn-outklachten ervaart, is volgens cijfers van TNO en het CBS nog vele malen groter. In 2025 rapporteerde 23,5 procent van de vrouwelijke werknemers hier maandelijks last van te hebben, tegenover 14,3 procent in 2014. Bij mannen nam dat percentage toe van 14,4 naar 18.

Het probleem heeft inmiddels ook de aandacht van de politiek. Eerder deze maand riepen Tweede Kamerleden van links tot rechts minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief (D66) op om de hoge instroom van jonge vrouwen in de arbeidsongeschiktheid te onderzoeken.

Hoe kan het dat juist zij steeds vaker opgebrand raken?

Zwart gal

Vooropgesteld: burn-outs zijn geen nieuw verschijnsel. De Oude Grieken kenden al het ziektebeeld van mentale uitputting, veroorzaakt door ‘een teveel aan zwart gal’. ‘En eind 19de eeuw kwam neurasthenie op, zenuwzwakte’, zegt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli van de Universiteit van Utrecht. ‘De mens zou overprikkeld raken door de opkomst van de telegraaf, stoomtrein, reclame en kunstlicht.’ In de jaren zestig van de vorige eeuw werd volop reclame gemaakt voor valium als wondermiddel tegen toenemende ‘huisvrouwenvermoeidheid’.

Mentale uitputting wordt vaak gezien als het gevolg van grote maatschappelijke veranderingen, aldus Schaufeli. ‘We zien het vaak terug in perioden van modernisering en versnelling: in de 19de eeuw gingen we bijvoorbeeld van een agrarische naar een industriële maatschappij en nu gaan we van een industriële naar een informatiesamenleving, met sociale media en een 24-uurseconomie. Mensen hebben moeite zich daaraan aan te passen.’

Armine Melkoemjan (41), werkte, naast haar gezin, vier dagen op personeelszaken

‘Mijn eerste burn-out was tien jaar geleden. Het ging al een tijd niet goed. Ik was emotioneel, vergeetachtig; de sleutels die ik uren had gezocht, vond ik terug in de koelkast. Ik herinner me dat we op een gegeven moment aan tafel zaten te eten en een van mijn kinderen met zijn vork tegen het bord tikte. Dat geluid kwam zó hard binnen dat ik ontplofte.

‘Ik werkte destijds op de hr-afdeling in de zorg. De komst van ons derde kind had mijn leven op zijn kop gezet. Ik werkte vier dagen per week van 9 uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds en als ik thuiskwam begon de tweede shift: mijn gezin. Mijn partner had zijn eigen eetcafé, dus het voelde alsof ik er alleen voor stond. Het was constant rollen en hollen: naar zwemles, naar voetbal, verjaardagscadeaus regelen.

‘Ik wilde heel graag aan alle verwachtingen voldoen: aan het traditionele beeld van een goede moeder zijn, maar ook de verwachtingen van de maatschappij dat je carrière moet maken. Zelfs toen mijn man tijdens corona geen werk had, kwam alles op mij terecht terwijl ik thuis werkte en thuisonderwijs verzorgde. Dat was het moment dat ik mijn tweede burn-out kreeg.

‘Ik werk nu voor de arbodienst, waar ik zelf door ben begeleid, en heb een eigen coachingspraktijk. Ik adviseer de jonge moeders om grenzen te stellen en niet alle verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken. Ik draag nu zelf ook meer over aan mijn partner, zoals het koken en kinderen naar voetbal brengen. Vroeger dacht ik: ik doe het wel, want hij heeft de hele week gewerkt. Maar nu denk ik: dat heb ik toch ook?’

Dat leidt heus niet altijd tot problemen, nuanceert de hoogleraar. Hoewel een op de vijf werkenden psychische vermoeidheid ervaart, raakt slechts een klein deel daadwerkelijk opgebrand. ‘Net zoals iedereen weleens last heeft van een verkoudheid, maar niet iedereen met een longontsteking in het ziekenhuis terechtkomt. Bij de meesten gaat het spontaan over.’

Toch trok de Raad voor de Gezondheid en Samenleving (RVS) vorig jaar aan de bel over onze ‘hypernerveuze samenleving’. Volgens het adviesorgaan van de regering staat de mentale gezondheid zwaar onder druk door een maatschappij waarin iedereen continu ‘aan’ moet staan. ‘Nieuwe technologie heeft ervoor gezorgd dat dingen sneller kunnen en moeten’, zegt RVS-adviseur en socioloog Ympkje Albeda. ‘Die versnelling leidt ertoe dat de norm verder opschuift.’

Spiegelpaleis

Alles is in het teken gaan staan van (zelf)optimalisatie en productiviteitsverhoging. De tijd die we winnen door technologische vooruitgang, leveren we meteen weer in. Zo leidde de komst van de computer niet tot minder administratie, maar vergrootte hij juist de mogelijkheden om nog meer bij te houden. WhatsApp leidt niet alleen tot efficiënte communicatie, maar vooral ook tot méér berichten. ‘Lege tijd wordt schaarser’, aldus Albeda.

De verwachtingen die we van onszelf en van het leven hebben, zijn in de prestatiesamenleving bovendien toegenomen. Dat geldt sterker voor jonge vrouwen (18-25 jaar): volgens cijfers van het CBS ervaart 7 op de 10 jonge vrouwen interne prestatiedruk tegenover 5 op de 10 jonge mannen. ‘Om te kunnen voldoen aan het perfecte plaatje moet zelfs vrije tijd productief worden ingevuld met belevingen en ervaringen’, aldus Albeda. Sociale media vormen daarbij het spiegelpaleis.

Vastgelopen revolutie

De versnelling is ook terug te zien in onze werkweken: in 1930 voorspelde de Britse econoom John Maynard Keynes nog dat door technologische vooruitgang een 15-urige werkweek zou volstaan. Maar Nederlanders zijn afgelopen decennia per huishouden alleen maar méér gaan werken door de verhoogde arbeidsparticipatie van vrouwen. En dat is volgens Albeda mogelijk ook de reden dat juist zij uitvallen.

Want terwijl vrouwen meer zijn gaan werken, zijn zij ook meer blijven zorgen: gemiddeld negen uur per week meer dan hun (vaak voltijds werkende) mannen. Dit wordt ook wel de vastgelopen revolutie genoemd. ‘De prestatiedruk ligt voor vrouwen op alle vlakken heel hoog’, aldus Albeda. ‘Ze moeten goed presteren in het huishouden, hebben de zorg voor de kinderen en ondertussen is de druk om meer uren te werken ook toegenomen (het kabinet overweegt zelfs de invoering van een voltijdsbonus, red.).’

Aiske Taverne (26), combineerde haar master met een baan bij een ngo en een druk sociaal leven.

‘Voordat ik vorig jaar thuis kwam te zitten, had ik een heel druk leven. Overdag schreef ik aan mijn masterscriptie en werkte ik twee dagen bij een stichting die burgerberaden organiseert, ’s avonds ging ik naar concerten, sprak ik af met vrienden en mijn twee partners. En dan waren er in het weekend nog de feestjes. Ik deed het natuurlijk omdat ik het leuk vond, maar ik had ook het gevoel dat het hoorde.

‘Op sociale media zie je dat iedereen continu overal bij is: de een is op vakantie, de ander aan het feesten of aan het afstuderen. In mijn hoofd werd dat één beeld: dit zijn dus alle dingen die je moet doen om een succesvol, leuk en interessant persoon te zijn. Ik denk dat het ook te maken heeft met de hoge verwachtingen van het leven. Ik ben opgegroeid met de boodschap: als je hard werkt, kun je alles bereiken. Je kan gelukkig zijn, nee, je móét gelukkig zijn.

‘Maar ik haalde er niet meer zo veel plezier uit. Alles voelde als een to-do. Dan was ik bij een concert, maar wilde ik eigenlijk het liefst in bed liggen. Zo ging het lang door, tot een heel goede vriend overleed. Ik werd gedwongen alles op pauze te zetten. Toen begonnen de klachten: hartkloppingen, hoofdpijn, trillende oogleden. Mijn vriendin, die een burn-out heeft gehad, zei: ‘Dit moet je serieus nemen.’ Ik heb me ziek gemeld op mijn werk en bij mijn studie.

‘Ik krijg nu een uitkering vanuit de ziektewet en probeer via mijn studie weer te re-integreren. Ik vind het wel spannend om straks de arbeidsmarkt op te gaan in de wetenschap dat er grenzen zitten aan wat mijn lichaam kan. Ik heb mezelf altijd gezien als een ambitieus persoon en ben erg perfectionistisch. Nu moet ik onderzoeken of ik de lat voor mezelf lager kan leggen.’

Het is ook waarschijnlijk geen toeval dat juist vrouwen tussen de 30 en 39 jaar eruit springen in de UWV-statistieken: 4.740 vrouwelijke dertigers kwamen afgelopen jaar ziek thuis te zitten, tegenover 2.282 van hun leeftijdsgenoten van de andere sekse. Een jong gezin geldt volgens verzekeringsarts De Decker tegenwoordig als een ‘risicofactor’ voor arbeidsongeschiktheid, met name voor vrouwen.

Daar komt bij dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in sectoren waarin grote personeelstekorten zijn en de werkdruk hoog ligt, zoals het onderwijs en de zorg. ‘Deze beroepen kennen ook een hoge emotionele belasting’, zegt hoogleraar Schaufeli. ‘Je hebt te maken met moeilijke ouders of patiënten.’ Niet voor niets rapporteren werkenden in deze sectoren het vaakst last te hebben van werkstress.

Echokamer-effect

En dan is er nog een andere mogelijke verklaring, een waarvan hoogleraar Schaufeli direct toegeeft dat die weinig populair is: het echokamer-effect. ‘Vrouwen rapporteren sowieso vaker mentale klachten. En hoe meer er over mentale problemen wordt geschreven en gesproken, bijvoorbeeld op sociale media, hoe meer mensen er last van krijgen omdat ze zich erin herkennen.’ Daarmee wil hij niet zeggen dat het aanstellerij is.

De hoogleraar trekt de vergelijking met het toenemende aantal diagnosen van ADHD en PTSS. ‘Als je vroeger te druk was of iets naars had meegemaakt, hoorde dat bij het leven. Nu wordt dat gemedicaliseerd en komen mensen in de hulpverlening terecht. Dat kun je erg vinden, maar ik zie het als een teken van beschaving. Want de klachten die zij hebben zijn reëel.’

Onderzoeker Albeda hoopt dat de toenemende uitval onder jonge vrouwen, en de kosten die dat met zich meebrengt voor werkgevers én de samenleving, de urgentie van het probleem onderstrepen. ‘We moeten echt anders gaan kijken naar hoe we het dagelijkse werk en leven inrichten’, stelt zij. ‘Soms gaat het ook gewoon om gewoonten die we met elkaar hebben aangeleerd die onbelangrijk zijn voor onze productiviteit. Dat een werkgever verwacht dat je ’s avonds als je thuiskomt nog even je mail checkt, heeft helemaal geen zin.’

Eva Mooiman (38), was kunstdocent op een middelbare school.

‘Toen ik in 2019 door een vriendin werd gevraagd om op haar school te komen werken als kunstdocent, vond ik dat een enorme eer. Ik ging direct vier dagen lesgeven aan negen klassen en daarnaast nog 20 uur studeren aan de lerarenopleiding. Ik wilde dat elke les meeslepend en fantastisch was, want ik vind kinderen gewoon geweldig.

‘Maar docent zijn is ook een heftig beroep. Je wordt continu getest en krijgt onvoorspelbare pubers tegenover je, die soms hun eigen problemen mee naar school nemen. Ik heb een vervelend incident meegemaakt waarbij een jongen een stuk klei zo groot als een mandarijn naar mijn hoofd gooide. Ik heb dat weggestopt en ben gewoon doorgegaan.

‘Dat ging mis toen er ook privé van alles ging schuiven en mijn relatie onder druk kwam te staan. Ik probeerde heel lang te doen alsof alles normaal was. Ik dacht alleen maar: als ik de komende 100 minuten met deze klas overleef en ze geen lastige vragen gaan stellen, komt alles goed. Maar ik raakte het overzicht kwijt. Ik vond het vreselijk, want ik had het gevoel dat ik er niet meer was voor mijn leerlingen.

‘Uiteindelijk zag ik in dat ik me ziek moest melden. Dat is nu twee jaar geleden. Ik ben aan het re-integreren op een basisschool, waar ik als vrijwilliger help met de groep 8-musical. Ik ben nog steeds niet de oude, maar ik denk ook niet dat ik dat wil zijn. Ik wil het echt anders gaan doen, met werk waar ik plezier uithaal én waar ik een leven naast kan hebben.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next