Geld Het boetesysteem ziet armoede niet als kwetsbaarheid, maar als extra aanleiding tot disciplinering. Het niet hebben van geld is een overtreding op zich, schrijft Marwa Bouazzati.
Er zijn van die regels die op papier voor iedereen gelden, maar in praktijk maar één groep raken. Boetes zijn daar het duidelijkste voorbeeld van. Of het nu gaat om een verkeersboete, een gemeentelijke sanctie of een aanmaning, de logica is steeds hetzelfde. De staat zegt dat iedereen gelijk is omdat voor iedereen dezelfde bedragen, procedures of voorwaarden gelden. Maar dat idee van gelijkheid stort direct in zodra je kijkt naar hoe geld in het echte leven werkt. Want een boete is alleen gelijk voor mensen die ongeveer evenveel te verliezen hebben. En dat is in geen enkele kapitalistische samenleving het geval.
Marwa Bouazzati is student politicologie.
We doen collectief alsof geld een neutrale maatstaf is. Alsof honderd euro voor iedereen hetzelfde betekent. Alsof iemand in een penthouse en iemand in een huurwoning op vierhoog zonder lift exact hetzelfde reageert wanneer er een brief op de mat valt met daarop een bedrag en een uiterste betaaldatum. De een betaalt tussen het drinken van twee cappuccino’s door en is het voor het avondeten alweer vergeten. De ander legt die brief eerst een halve dag ondersteboven op tafel, in de hoop dat het bedrag kleiner wordt als je er niet naar kunt kijken.
Daar moet ik altijd aan denken wanneer iemand met vaderlijke strengheid zegt dat je je maar gewoon aan de regels moet houden. Wanneer een boete voor jou als karaktervormend proces gezien wordt, is dat makkelijk om te zeggen. Het is een pedagogisch instrument: je leert ervan, incasseert en laat het achter je. Voor andere mensen – waarschijnlijk de meesten – is een boete helemaal geen les. Het is logistiek. Het is schuiven met geld dat er al niet was. Het is een app openen, een spaarpotje plunderen, een automatische incasso verplaatsen, hopen dat de huur net iets later afgeschreven kan worden dan normaal.
Dit maakt boetes een perfecte uiting van het kapitalisme. Je hoeft – in eerste instantie – iemand niet op te sluiten, je hoeft hem niet publiekelijk te schande te maken, je hoeft hem nauwelijks aan te kijken. Je stuurt gewoon een bedrag. Netjes geprint. Met een logo erboven. En daarna doet de ongelijkheid de rest van het werk. De arme mens voelt de straf, de rijke mens ziet het bedrag, betaalt en gaat door met zijn leven.
Vooral verhogingen hebben iets wonderbaarlijks; je hebt te weinig geld om je boete te betalen, dus moet je een hoger bedrag betalen. Daar moet je toch echt even voor gaan zitten, intellectueel. Iemand kan de eerste rekening niet betalen, dus de logische reactie van het systeem is om de rekening groter te maken. Alsof geldgebrek een soort gedragsprobleem is dat je met nóg meer geldgebrek kunt genezen. Dat is alsof je iemand die verdwaald is, straft met een blinddoek.
Er zit een bredere politieke logica onder het boetesysteem. De boete past bij een samenleving waarin verantwoordelijkheid vooral individueel wordt opgevat; er is een regel overtreden, dus er volgt een financiële consequentie. De context verdwijnt daarbij uit beeld. Niet omdat die context er niet toe doet, maar omdat het systeem belang heeft bij die versimpeling. Armoede, bestaansonzekerheid, schulden, onregelmatig werk en stress verdwijnen zo naar de achtergrond, terwijl die wel bepalen hoe hard een sanctie werkelijk aankomt. De boete presenteert een structureel probleem daarom als individueel falen.
Juist daardoor worden boetes ook een instrument waarmee sociale ongelijkheid wordt bevestigd. Mensen met weinig financiële ruimte moeten voorzichtiger leven, omdat de gevolgen van een fout voor hen veel groter zijn. Zij moeten stipter zijn, zorgvuldiger, alerter en bijna foutloos functioneren om financieel overeind te blijven. Voor mensen met meer geld geldt die druk veel minder. De boete straft niet alleen een overtreding, maar ook het ontbreken van buffer. Bij verhogingen en aanmaningen gaat het allang niet meer alleen om handhaving, maar om escalatie. Het systeem ziet armoede niet als kwetsbaarheid, maar als extra aanleiding tot disciplinering. Het geld niet hebben is zelf ook een overtreding geworden. Dat is een harde conclusie, maar wel een logische. Anders valt moeilijk uit te leggen waarom betalingsonmacht zo vaak wordt beantwoord met nog meer financiële druk.