De oppositie is niet tevreden met de kabinetsmaatregelen die de pijn van de hoge energieprijzen moeten verzachten. De kritiek was woensdag niet van de lucht, maar het kabinet houdt voet bij stuk. ‘We kunnen niet beloven dat we dit allemaal gaan compenseren.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
PVV’er Geert Wilders serveert het assortiment steunmaatregelen in de eerste debatminuten af als ‘flutpakket’, een kwalificatie die direct wordt overgenomen door Jimmy Dijk (SP). De twee politieke flanken in de Tweede Kamer zijn het voor een keer roerend eens: deze karige set maatregelen helpt maar weinig Nederlanders.
Wilders: ‘Het geld komt deels uit bestaande potjes (voor armoedebeleid, red.) en een ander deel betalen Nederlanders zelf via een hogere alcoholaccijns. Nederland krijgt van Jetten geen goedkopere benzine, maar wel duurder bier.’
De PVV-leider doet een tegenvoorstel à raison van 5 miljard euro (het kabinetsvoorstel kost iets minder dan een miljard). Dat bedrag is volgens Wilders makkelijk op te brengen als het kabinet onder andere de hulp aan Oekraïne en het budget voor ontwikkelingssamenwerking terugschroeft. Hij wil de benzineaccijns met 20 cent verlagen, net als de btw op levensmiddelen.
Dijk wil de btw op energie verlagen en dat bekostigen door de staatsschuld te laten oplopen. Hij zoekt daarvoor steun bij Wilders. Ex-PVV’er Gidi Markuszower confronteert de zuinige minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) met het feit dat Nederland een relatief lage staatsschuld heeft in vergelijking met andere lidstaten van de Europese Unie. De rijksbegroting laat dus meer ruimte voor vrijgevigheid dan Heinen beweert, suggereert Markuszower. ‘Dit is een kil en gierig kabinet.’
Ook Denk-voorman Stephan van Baarle (‘mensen gaan helemaal kapot aan die hoge benzineprijzen’) wil een lagere brandstofaccijns. Met Henk Vermeer (BBB) vraagt hij zich af waarom die prijzen in Nederland zoveel hoger zijn dan in andere landen. De minister-president: ‘Dat is al jaren het geval; dat heeft niets met deze oorlog te maken.’
Het is dus een structureel probleem, dat niet aangepakt kan worden met een tijdelijk crisispakket. Dat de brandstofprijzen in Nederland hoger zijn dan in andere EU-landen komt niet alleen door de relatief hoge accijnzen, leert een recente analyse die het kabinet liet uitvoeren. Het lijkt erop dat de olieconcerns ook hogere basisprijzen hanteren dan in het buitenland. De vraag waarom dat zo is, verdient volgens een aantal fracties nader onderzoek.
Mirjam Bikker (ChristenUnie) en Jimmy Dijk betwijfelen of het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding alle automobilisten bereikt die de steun hard nodig hebben. Dijk wijst erop dat zeker 20 procent van de cao’s niet voorziet in een kilometervergoeding voor woon-werkverkeer, of een veel lagere dan het fiscale maximum dat het kabinet naar 25 cent verhoogt.
De SP’er noemt horecamedewerkers, supermarktpersoneel en schoonmakers als voorbeeld. ‘Zij zitten allemaal in cao’s met een kilometervergoeding van rond de 17 cent.’ Bikker maakt zich zorgen over wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en kraamhulpen, voor wie dat ook geldt. Bovendien is het niet zeker dat alle werkgevers bereid zijn om de reiskostenvergoeding te verhogen. Het kabinet is afhankelijk van hun vrijwillige medewerking.
GroenLinks-PvdA, de Partij voor de Dieren en de SP vinden dat het kabinet het geld voor extra steunmaatregelen moet halen bij oliemaatschappijen die dankzij de hoge brandstofprijzen ‘overwinsten’ maken. Jimmy Dijk haalt een artikel in de Britse krant The Guardian aan, waarin staat dat de honderd grootste olie- en gasconcerns ter wereld 30 miljoen dollar (35 miljoen euro) per uur extra verdienen dankzij de Iran-oorlog.
Volgens VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans is het ‘niet zo simpel’. Multinationals zijn flexibel en verplaatsen hun boekwinsten dan op papier gewoon naar een ander land, zegt hij tegen Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA). Het enige gevolg is dan dat de Nederlandse overheid winstbelasting misloopt. CDA-leider Henri Bontenbal is er nog niet van overtuigd dat ook Nederlandse raffinaderijen ‘overwinsten’ boeken. Hij vindt dat dit eerst onderzocht moet worden. Mocht dit zo zijn, dan belast het CDA die het liefst in Europees verband.
Premier Jetten en Heinen pareren de kritiek uit de Kamer over het zuinige karakter van de geboden steun met een verwijzing naar de onvoorspelbare ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Jetten: ‘We weten niet hoe lang dit conflict nog duurt. De Straat van Hormuz kan nog wel maanden of jaren gesloten blijven. De impact daarvan op onze economie zal enorm zijn. Dan kun je nu niet beloven dat de overheid dat allemaal gaat compenseren.’
Jetten, Heinen en de drie fractievoorzitters van de coalitiepartijen beloven de oppositie wel dat ze meer steunmaatregelen zullen treffen als de situatie in het Midden-Oosten de komende maanden verslechtert of niet verbetert. In augustus zullen ze een nieuwe afweging maken, aldus het coalitietrio.
Zo wordt de oppositie met een kluitje in het riet gestuurd. Het enige voorstel uit de Kamer dat de coalitie omarmt komt uit de koker van GroenLinks-PvdA. Klaver stelt voor dat het kabinet deze zomer een ov-dalurenkaart voor de trein subsidieert. Nederlanders kunnen dan drie maanden onbeperkt buiten de spits met de trein reizen voor 49 euro per maand.
Jetten zegt ‘gecharmeerd’ te zijn van dit voorstel en ook Brekelmans en D66-fractievoorzitter Jan Paternotte reageren enthousiast. Dit is niet verwonderlijk, want D66 had een soortgelijk plan in zijn verkiezingsprogramma staan. Klaver heeft zijn voorstel voor het debat al met de coalitie afgekaart, waardoor het verzekerd is van een meerderheid in beide Kamers. De ov-dalurenkaart kost 118 miljoen euro. Dat bedrag wordt deels gedekt uit het Klimaatfonds en moet deels gevonden worden op de begroting van het ministerie van Infrastructuur.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant