Frans-Algerijnse schrijver De winnaar van de Prix-Goncourt, de belangrijkste literaire prijs in Frankrijk, schreef de roman Houris geïnspireerd op de Algerijnse Burgeroorlog (1991–2002). Daarover schrijven is verboden in Algerije.
Schrijver en journalist Kamel Daoud in december 2024.
De Frans-Algerijnse schrijver Kamel Daoud is woensdag door een Algerijnse rechtbank veroordeeld tot drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dat kondigde de schrijver zelf aan op X. Bovendien is er een geldboete van 5 miljoen Algerijnse dinar, omgerekend ruim 32.000 euro, aan Daoud opgelegd. Dat zou „op grond van het Handvest voor Vrede en Nationale Verzoening” zijn gebeurd, aldus de schrijver. In 2023 vluchtte Daoud met zijn gezin naar Frankrijk, waar hij ook staatsburger is.
De veroordeling hangt samen met zijn roman Houris, waarmee hij in 2024 als eerste schrijver van Algerijnse afkomst ooit de prestigieuze Franse literatuurprijs Prix Goncourt won. Zijn roman werd verboden in Algerije, omdat het oproepen van „wonden van nationale tragedie” verboden is. Daarmee worden verhalen over de Algerijnse burgeroorlog bedoeld, waarbij islamitische groeperingen tussen 1992 en 2002 tegenover het Algerijnse regeringsleger stonden. Zo’n 200.000 mensen kwamen daarbij om het leven.
De directe aanleiding voor de strafzaak was de aanklacht van een Algerijnse vrouw, Saâda Arbane, die beweerde dat de schrijver haar levensverhaal zonder toestemming had gebruikt voor Houris. Als kind overleefde Arbane als enige van haar gezin een jihadistische aanslag, waarbij haar keel werd doorgesneden. Hetzelfde lot overkwam de romanpersonage van Daoud. Arbane was in 2015 in behandeling bij de latere vrouw van de schrijver. „Houris is een schending van mijn privacy”, stelde ze eerder.
Arbane spande twee rechtszaken aan, in Algerije én in Frankrijk. Daoud wees haar aanklacht van de hand en noemde het een methode van het regime om hem te breken. De zaak escaleerde eerder al toen Algerije twee internationale aanhoudingsbevelen uitvaardigde tegen de schrijver. De advocaat van Daoud noemde de aanhoudingsbevelen politiek gemotiveerd en bedoeld om de schrijver „het zwijgen op te leggen”.