Home

‘Dat zegt iedereen over zichzelf’, zei zij. Een vormend moment was het

is columnist voor de Volkskrant

Door spelingen van het lot bevond ik me in een winkel met prachtige hoeden en petten, een plek waar ik anders nooit zou komen. Al in mijn vroege jeugd, toen de Bijenkorf nog een hoedenafdeling had, en ik daar elke zaterdag ongeveer drie kwartier hoeden ging passen met mijn zus en buurmeisje, ben ik erachter gekomen dat ik niet een geschikt hoofd heb voor hoeden.

Mijn hersenpan heeft namelijk een grote omtrek, dus hebben hoeden de neiging om er als een dom dopje bovenop te blijven staan. Ook is mijn hoofd lang en smal, dus het komt onder zo’n hoed uit als een lange, beige stok. Allemaal niet wat je wil, al was het evengoed vermakelijk om dure designerhoeden te passen en dan weer verder te gaan met onze zaterdag. (Pasfoto’s maken in het pasfotohokje in de Kalverstraat, en dan was het geld op. Zwartrijden in de tram terug naar huis.)

Maar goed, speling van het lot dus, ik was in die winkel met hoeden en petten, waar de ontwerpster zelf rondliep. Ik vond alles wat ze gemaakt had zo prachtig dat ik haar in een onbewaakt moment vroeg of ze misschien iets had wat bij mij zou passen. ‘Ik heb geen hoedenhoofd’, zei ik er meteen maar bij.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Dat zegt iedereen over zichzelf’, zei zij. Een vormend moment in mijn, nou ja, vorming was dit. Want ik dacht altijd dat ik geen hoedenhoofd had, maar de rest, of in elk geval een groot deel van de mensheid, wel. Ik zag namelijk menigeen bij wie een hoed prima stond. Maar nu bleek dus dat al die mensen óók dachten dat een hoed ze niet stond! Ze droegen hem dus tegen de klippen op!

De vrouw liep de winkel door, pakte resoluut een schipperspet en zette hem op mijn hoofd. Mijn hoofd dacht: ‘Ik heb geen hoedenhoofd’, maar het dacht nu ook: ‘Maar dat zegt iedereen over zichzelf’, en voor ik het wist dacht mijn hoofd: ‘Misschien staat die schipperspet me wel.’ Nu zijn we vier dagen verder en heb ik die pet al 96 uur op.

‘Ik dacht dat ik geen hoedenhoofd had, maar ik blijk het wel te hebben!’, zeg ik tegen de rest van de wereld. Ze kijken me aan met een blik die zegt: ‘Ja, maar moet je die schipperspet dan ook in een restaurant op?’ Een familielid heeft me al ‘pettenvrouw’ genoemd.

De vraag is nu: ben ik nog meer dingen wel die ik denk niet te zijn? Of dingen niet die ik wel denk te zijn?

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next