Populisme in Europa
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Een week nadat Hongarije zich ontdeed van een pro-Russische leider hijst Bulgarije er eentje op het schild. Vorige week zondag rekende de Hongaarse kiezer af met Viktor Orbán, die ruziede met de Europese Unie en Rusland omarmde, ook nadat Moskou aan de EU-grenzen een oorlog begon tegen Oekraïne. Zondag maakte de Bulgaarse kiezer ruim baan voor oud-president Rumen Radev, die pleit voor meer contact met Rusland en „meer pragmatisme” ten aanzien van de EU.
Is Radev inderdaad de nieuwe Orbán? Dat moet nog blijken. Over zijn band met Rusland bestaat onduidelijkheid. Dat een splinternieuwe partij binnen twee maanden een absolute meerderheid weet te behalen, is opmerkelijk. Maar is dit het resultaat van Russische beïnvloeding? Of komt het door het evidente falen van de huidige machthebbers in het land? Ondanks Radevs EU-kritiek zegt de voormalige straaljagerpiloot dat Bulgarije „op het Europese pad” blijft. Diplomaten en politicologen zien in hem niet de ontwrichtende kracht die Orbán was, al is het maar omdat Radev won met de belofte van economisch minder slechte tijden. Die zullen met EU-subsidies sneller aanbreken dan zonder.
Tegelijkertijd lijkt de EU er met Radev wel weer een kopzorg bij te hebben gekregen, zeker voor wat betreft de steun aan Oekraïne. Als het gaat om geopolitiek past zijn partij, met de wat misleidende naam Progressief Bulgarije, goed bij Europees radicaalrechts. Radev vindt dat de deur best weer open kan voor goedkope Russische energie. Een verkeerd idee, maar het werd recent ook geopperd door de Belgische premier Bart De Wever van de Vlaams-nationalistische N-VA.
Orbán mag zijn afgedroogd, het populisme is dat niet, en de vertegenwoordigers ervan hebben zelfs flink bijgeleerd. De tijd dat het gelijk stond aan ‘anti-Europees’ is voorbij. In Italië laat premier Giorgia Meloni nu alweer vier jaar zien dat een ultrarechtse agenda zich goed laat combineren met een pragmatische en constructieve opstelling in de EU. Al te innig flirten met Vladimir Poetin en Donald Trump, zoals Orbán graag deed, hoort daar niet bij. Ook de AfD in Duitsland wil zonder meer de invloed van de EU op nationale politiek terugdringen, maar voelt weinig voor de door Orbán wel omarmde ondermijning via Moskou, Beijing of Washington.
Is dat winst, populisten die slimmer opereren dan Orbán? Ja en nee. Het is altijd fijn als er minder zand in de Europese machine wordt gestrooid. Aan de andere kant is het negeren van een notoire dwarsligger als Orbán makkelijker dan rechtsradicale politici negeren die zich ogenschijnlijk redelijk opstellen. Het zal Europese leiders dwingen om vaker kleur te bekennen. Ach ja, Orbán doet weer heel erg moeilijk, is nu geen geldige verklaring meer voor Europese impasses, bijvoorbeeld over Oekraïne.
Illustratief voor hoezeer ultrarechtse partijen ‘europeaniseren’, is hun samenwerking in het Europees Parlement. Verliep die een paar jaar geleden nog stroef, inmiddels slagen eurokritische fracties, inclusief die van de PVV, erin om hun kritiek op het Europese project om te zetten in echte politieke invloed. Zozeer zelfs dat er op bepaalde dossiers, zoals migratiebeleid, een coalitie over rechts te maken valt in het Europees Parlement. Recent gebeurde dat ook, met steun van de Europese christendemocraten, de politieke familie van het CDA. Als Rumen Radev Rusland op gepaste afstand weet te houden, kan zijn Bulgarije naadloos aansluiting vinden bij dit eurokritische netwerk. De pro-Europese krachten zijn gewaarschuwd.