Home

Pacifistisch Japan wijzigt koers en gaat wapens exporteren

Wapenverkoop Japans strikt pacifistische buitenlandbeleid verbood tot nu toe de export van wapens. Maar in een „steeds dreigender veiligheidsklimaat” gooit premier Sanae Takaichi het roer om.

De Australische minister van Defensie Richard Marles (tweede van rechts) en zijn Japanse ambtgenoot Koizumi Shinjiro (rechts) donderdag in Melbourne bij de ondertekening van een contract voor de levering van drie Japanse fregatten aan de Australische marine.

Het was decennia ondenkbaar, maar vanaf deze dinsdag staat Japan – bekend om zijn grondwettelijk verankerde pacifisme – de export toe van dodelijke wapens. Tot nu toe was die bij wet verboden. „In een steeds dreigender veiligheidsklimaat kan geen enkel land kan zijn vrede en veiligheid alleen beschermen”, schrijft de Japanse premier Sanae Takaichi op X over de opvallende koerswijziging. „Partnerlanden die elkaar met defensiematerieel kunnen steunen, zijn noodzakelijk.”

Japan wordt als westerse bondgenoot omringd door autoritaire landen als China en Noord-Korea. Het vreest te worden meegezogen in een eventueel conflict om het nabijgelegen Taiwan, en is tegelijk minder zeker van de Amerikaanse militaire bescherming waar het decennia op leunde.

De versoepeling is dan ook geen verrassing, zegt politicoloog Kei Koga van de Nanyang Technological University. „Het past binnen wat Japan zijn ‘grand strategy’ noemt: het versterken van de eigen defensiecapaciteit en het verdiepen van samenwerking met bondgenoten.”

Volgens Koga heeft Japan twee doelen voor ogen: „militaire versterking en meer invloed op de internationale orde”. Maar de defensie-industrie is nu te klein en inefficiënt om die ambities waar te maken: de Japanse strijdkrachten – officieel zelfverdedigingstroepen – waren lange tijd de enige afnemer. „Daardoor blijft de productie laag en blijven de kosten hoog”, zegt Koga.

Het vergroten van de exportmarkt moet dat probleem oplossen. Door meer te produceren voor buitenlandse klanten kan Japan kosten drukken en bedrijven in de sector behouden. „Het gaat om meer strategische autonomie”, vervolgt Koga. „Japan wil minder afhankelijk worden van andere landen en meer controle krijgen over zijn eigen defensiecapaciteit. Daar is een sterke productiebasis in het binnenland essentieel voor.”

Een test met een Japanse luchtdoelraket op het eiland Hokkaido in juni 2025. Sinds dinsdag staat de Japanse wet de uitvoer van dodelijke wapens toe.

Van pacifisme naar wapenexporteur

Na de Tweede Wereldoorlog profileerde Japan zich als vredesnatie. De pacifistische grondwet van 1947 beperkte militair optreden tot zelfverdediging. In 1967 volgden beperkingen aan de wapenexport, die leveringen verboden aan communistische landen, landen onder VN-embargo en staten betrokken bij conflicten. In 1976 werd dat aangescherpt tot een vrijwel volledig exportverbod.

Onder oud-premier Shinzo Abe kwam daar in 2014 voorzichtig verandering in: wapenexport werd onder voorwaarden toegestaan, maar strikt beperkt tot vijf niet-gevechtsdoeleinden: redding, transport, bewaking, surveillance en mijnenruiming. In de praktijk bleven dodelijke wapens daarmee uitgesloten.

Toch ontstonden stap-voor-stap kleine uitzonderingen. „Wapens die Japan onder licentie produceerde, vaak gebaseerd op Amerikaanse technologie, konden worden teruggeleverd aan het land van oorsprong”, vertelt professor Yoichiro Sato van de Ritsumeikan Asia Pacific University.

Ook gezamenlijke projecten vormden een uitweg, zoals een gevechtsvliegtuig dat Japan samen met het Verenigd Koninkrijk en Italië ontwikkelt.

Politieke rem weg

Toch bleven de strenge exportregels, mede door de invloed van coalitiepartner Komeito, een partij met wortels in een boeddhistische vredesbeweging, een rem op de defensieindustrie. Maar bij de laatste verkiezingen belandde Komeito in de oppositie.

„Die rem is nu verdwenen”, aldus Sato. „Komeito is vervangen door Nippon Ishin no Kai, dat juist pleit voor een assertiever veiligheidsbeleid.” Tegelijk verstevigde de conservatieve Takaichi haar mandaat door een forse verkiezingswinst in februari. Daardoor kon haar kabinet de exportregels zonder parlementaire goedkeuring vooraf versoepelen. Alleen export naar oorlogvoerende landen blijft verboden, maar uitzonderingen ‘voor de nationale veiligheid’ zijn mogelijk – eveneens zonder parlementaire goedkeuring vooraf.

De Japanse premier Sanae Takaichi heeft dankzij een ruime parlementaire meerderheid geen moeite om het veiligheidsbeleid over een andere boeg te gooien – een gevoelige kwestie in Japan.

Japan kan nu al zijn militaire materieel, van radarsystemen tot gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen, exporteren naar landen waarmee het een defensieovereenkomst heeft. Dat zijn er momenteel zeventien.

Zo sloot Japan recent een veiligheidsakkoord met de Filippijnen dat uitwisseling van materieel mogelijk maakt, net als stationering van troepen op elkaars grondgebied. En eerder deze maand sloot Tokio nog Japans grootste defensie-exportdeal ooit met Australië: een contract van 6,5 miljard dollar voor de levering van fregatten ter vervanging van de verouderde Australische vloot.

Ook Nederland tekende eind 2025 een defensieovereenkomst met Japan, die logistieke samenwerking mogelijk maakt. Als onderdeel daarvan stuurde de Koninklijke Luchtmacht in maart vijf F-35’s naar Japan voor gezamenlijke oefeningen.

Nieuwe invloedssfeer

Vooral in Zuidoost-Azië profileert Japan zich steeds nadrukkelijker als alternatieve leverancier naast China en de Verenigde Staten. „Japan wil niet alleen dat die landen zichzelf beter kunnen verdedigen en zo conflicten afschrikken”, zegt Kei Koga, verwijzend naar een potentieel conflict rond Taiwan of in de Zuid-Chinese Zee. „Het bouwt ook langdurige relaties op.” Landen die Japans materieel gebruiken, blijven afhankelijk van onderhoud, onderdelen en training, aldus de politicoloog. „Zo vergroot Japan stap voor stap zijn invloed in de regio.”

Japan zoekt ook actief aansluiting bij Europese NAVO-landen, die behoefte hebben aan nieuwe leveranciers. Dat bleek recent nog uit een bezoek aan Tokio, waarbij 30 van de 32 NAVO-lidstaten vertegenwoordigd waren, een uitzonderlijk grote delegatie.

Japanse en Amerikaanse officieren in gesprek bij de aanvang van een gezamenlijke militaire oefening met de Filippijnen, die tot en met 8 mei wordt gehouden in de buurt van Manila.

Tegelijk groeit de twijfel over de Verenigde Staten. Japan blijft sterk leunen op Amerikaanse technologie en bescherming, maar wil wel minder kwetsbaar zijn. „Japan wilde nooit volledig afhankelijk zijn van de VS”, zegt Sato. Maar de groeiende onzekerheid rond het Amerikaanse beleid, vooral onder president Donald Trump, heeft dat gevoel versterkt.

„Meer eigen capaciteit moet die afhankelijkheid verkleinen, niet om de alliantie te vervangen, maar om het te stabiliseren”, vervolgt Sato. „Het is een signaal aan Washington dat Japan een actieve en betrouwbare partner is.”

Kritiek uit China

In eigen land is de koerswijziging omstreden. Oppositiepartijen waarschuwen dat Japan afdrijft van zijn „pacifistische koers” en betrokken kan raken bij internationale conflicten. Maar hoewel er in Tokio protesten zijn geweest, blijkt uit peilingen dat een ruime meerderheid van de bevolking het veiligheidsbeleid steunt of geen uitgesproken mening heeft.

Kritiek kwam er wel uit China, waarmee Japans relatie de laatste maanden sterk verslechterd is. Beijing waarschuwt dat de versoepeling kan leiden tot meer spanningen en een wapenwedloop in de regio. Volgens Chinese staatsmedia ondermijnt Japan hiermee zijn imago als vredesnatie.

Daar trekt Japan zich weinig van aan. „Wat Japan ook doet, China zal het toch bekritiseren”, zegt Sato. „Als dat het geval is, kun je het net zo goed nu doen.”

Japan

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next