Home

Zeg tante, hou jij even je fatsoen?

In EYE, het filmmuseum aan het IJ in Amsterdam, bezoek ik de nieuwe expositie – en dat is een juweel: tien video-installaties gebaseerd op historische koloniale films. Ik kijk mijn ogen uit.

Maar hoe lang nog? EYE is ‘technisch failliet’, lees ik in Het Parool.

 De directrice en de voorzitter van de raad van bestuur stapten inmiddels op. IJlings? Nee hoor. Echt niet? Stellen juist mensen in zulke functies bij zwaar weer hun vertrek niet even uit, in plaats van ’m te smeren? En dan… technisch failliet. Hoe krijgen ze het voor elkaar. EYE heeft alles mee. Een uniek gebouw. Zaaltjes en zalen voor ideale vertoningen. Een snoes van een vaste opstelling. Een café-restaurant met het mooiste uitzicht van Amsterdam. Een enorme expositieruimte. Toegewijd personeel, internationale allure en samenwerking met gezegende filmnerds als Martin Koolhoven. Ik ging voor Ghost Elephants van Werner Herzog speciaal naar EYE, want ik weet: daar zou ik ’m zien op het mooiste scherm met het beste geluid.

Wat is er dan mis? Vorig najaar was het al hommeles, met dezelfde verhalen over personeelskosten, corona en bedrijfsmatige inschattingsfouten. Maar nooit gaat het over artistiek beleid. En toen kwam EYE vorige zomer met cultster Tilda Swinton. Een actrice, maar in NRC noemde ze haar filmrollen „bijzaak”. En in de Volkskrant zei ze: „Gewoon wat fragmenten van oude films, wat kostuums en oude foto’s? Dat interesseert me niet.” Ik las dat en dacht: Zeg tante, hou jij even je fatsoen? Waarom deze karikatuur van wat filmmusea doen?

Filmmuseum EYE Amsterdam.

Ik zie liever een expositie over, pak ’m beet, Catherine Deneuve en haar invloed op de Europese cinema, dan die van Tilda Swinton over zichzelf. Met middelmatige modefoto’s, wat video-installaties van haar illustere vrienden en haar outfits mechanisch hopsend (hoezo?) aan een kledingrek. De openingsavond (Nick Cave! Zelf!) was een moment van collectieve glamourverdwazing voor genodigden. Al met al kon de filmkunst in dit filmmuseum ophoepelen.

EYE is te vaak een filmmuseum dat geen filmmuseum durft te zijn. De Cinémathèque in Parijs wijdt haar voorjaar serieus aan Marilyn Monroe. Ondenkbaar voor EYE. Dat streeft naar „het raakvlak tussen beeldende kunst en cinema”, alsof het film op zichzelf een knieval is gaan vinden.

Ik denk terug aan EYE-tentoonstellingen, over Alex van Warmerdam, Fellini, Antonioni, David Cronenberg (met de Mugwump!), Béla Tarr, Jan Svankmajer. Zoete herinneringen. Nu is het museum maandags overdag dicht, is het filmprogramma substantieel ingekrompen en worden tot nader order jaarlijks slechts twee tentoonstellingen georganiseerd. Dat is dus tot in september de koloniale film. In het najaar gaat het over outsider-filmer Ulrich Seidl.

Dat gaat goed, dus. Laat het dan ook verder zonder smetvrees over film gaan. Over Pim de la Parra en Wim Verstappen. Over film en moederschap. Over Peter Sellers. Over… Stop. Ik ken mijn plaats, het is niet aan mij. Maar ze moeten me niet tarten, daar bij EYE.

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next