Afrika
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De ernstigste humanitaire crisis in de wereld. Dat is de kwalificatie die VN-functionarissen al in 2024 gebruikten voor de toen net een jaar eerder begonnen oorlog in Soedan. De oorlog, zeiden zij, kreeg internationaal te weinig politieke en diplomatieke aandacht, ondanks de duizelingwekkende cijfers van honger, ziekte en geweld die wetenschappers en hulporganisaties over de internationale gemeenschap uitstortten. Toen vorige week het verwoestende conflict zijn vierde jaar in ging, werd opnieuw schrijnend duidelijk dat nog niet eens het begin van een politieke of diplomatieke oplossing voor de noodlijdende Soedanezen in zicht was. Alleen de cijfers zijn veranderd. Die zijn nóg zorgwekkender geworden.
Soedan heeft een bevolking van naar schatting 51 miljoen mensen. Totaal 34 miljoen Soedanezen hebben volgens VN-cijfers humanitaire hulp nodig. Ongeveer 21 miljoen van hen hebben extreme honger, ongeveer 375.000 mensen zijn daardoor in direct levensgevaar. In de zwaarst getroffen gebieden, Noord-Darfur en Zuid-Kordofan, eten mensen inmiddels bladeren en veevoer om te overleven, beschreef de Norwegian Refugee Council vorige week. Ruim een kwart van alle inwoners van Soedan is op de vlucht – 9 miljoen mensen in eigen land, 4,5 miljoen zijn naar buurlanden als Tsjaad, Egypte, Ethiopië of Zuid-Soedan uitgeweken. Schattingen van het aantal dodelijke slachtoffers van de gevolgen van de oorlog lopen uiteen van 61.000 tot enkele honderdduizenden.
Ten onrechte hanteren veel westerse waarnemers nog altijd het overzichtelijke begrip ‘burgeroorlog’. Burgers zijn vooral het slachtoffer van wat op de keper beschouwd een conflict is om economische en politieke macht tussen twee in onmin geraakte generaals met goed geoutilleerde beroepslegers.
Aan de ene kant is dat Abdel-Fattah Burhan, die het regeringsleger leidt, en aan de andere kant Mohamed Hamdan Dangalo, alias Hemedti, van de van genocide beschuldigde paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). In 2021 werkten zij nog samen in een staatsgreep om de democratische overgangsregering te wippen, maar in 2023 oordeelde Hemedti dat de coup een „vergissing” was. Beiden hebben over buitenlandse aandacht juist niet te klagen. Het regeringsleger krijgt militaire hulp van Egypte, Saoedi-Arabië en Iran. De RSF ontvangt in ruil voor goud wapens van onder andere de Verenigde Arabische Emiraten en Tsjaad – al ontkennen beide landen dat formeel. Ook groepen huurlingen uit Colombia en Rusland doen mee.
Wie het glas halfvol ziet, zou kunnen redeneren dat vooral de Verenigde Arabische Emiraten en Iran – dat drones leverde aan het regeringsleger – momenteel iets anders aan het hoofd hebben. Beide landen hoopten via Soedan hun positie in de regio te versterken, maar moeten nu dichter bij huis hun eigen veiligheid zekerstellen. Dat biedt in theorie kans op enige verlichting in Soedan. Daar staat tegenover dat energie- en daarmee voedselschaarste door de onstuimige internationale situatie weer in de eerste plaats een land als Soedan zullen raken, waarschuwt het Wereldvoedselprogramma. Dat een donorconferentie in Berlijn voor Soedan vorige week net iets meer dan een miljard euro aan noodhulp opleverde, is zo bezien een druppel op een gloeiende plaat.
Soedan zelf noemde de goedbedoelde donorconferentie intussen „onacceptabel”. Westerse landen zouden zich ten onrechte mengen in binnenlandse aangelegenheden. Dit tekent de nieuwe verhoudingen in de wereld. Juist bij zulk humanitair leed en schendingen van basale rechten zou je hopen op meer buitenlandse betrokkenheid. Oprechte betrokkenheid. En misschien niet alleen vanuit dat vermaledijde Westen.