Home

Terwijl de wereld naar Gaza keek, walste Israël op de Westoever Palestijnse kampen plat

Ontheemding Ruim een jaar geleden begon Israël de militaire operatie ‘IJzeren Muur’ in vluchtelingenkampen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Tienduizenden verdreven Palestijnen mogen niet terug naar huis.

Ibrahim Ghanem bij het Tulkarm-vluchtelingenkamp op de bezette Westelijke Jordaanoever, waar een doorgang zichtbaar is die met een Israëlische bulldozer is gemaakt. Leden van de familie Ghanem werden vorig jaar door het Israëlische leger uit het kamp verdreven.

Wat ze het meeste mist? „Ach, het geluid van de kinderen, hun vrolijkheid, hun gelach en hun spel. Ik mis het kamp. De geur van het kamp.”

Aan het woord is Azzah Barakeh, 37 jaar oud – NRC sprak haar via spraakberichten. De lerares woonde met haar vijf kinderen in het Tulkarm-vluchtelingenkamp op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Ze is geboren in Tulkarm en woonde twintig jaar in het kamp. Dit kamp werd, net als tientallen andere, opgericht na de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen uit Israël in 1948.

Een jaar geleden begon Israël de militaire operatie ‘IJzeren Muur’, die officieel bedoeld was om militanten uit de vluchtelingenkampen te verdrijven. Voorafgaand aan de inval van Israëlische militairen kregen de kampbewoners te horen dat ze hun huizen moesten verlaten. Ook Barakeh moest halsoverkop vluchten met haar gezin; ze dacht voor even.

Ze ging naar familie, daar kon ze niet blijven. Inmiddels is ze een tweede keer verhuisd. Ze gaf les aan 25 kinderen uit het kamp, nu moet ze toezien hoe zelfs haar eigen kinderen niet meer naar school kunnen: te ver, te duur om er te komen.

In de schaduw van de oorlogen in Iran, Libanon en Gaza, waarbij Israël op diverse fronten probeert schade aan te richten en gebied te veroveren, lijkt de voortgaande annexatie van de Westelijke Jordaanoever slechts een voetnoot. Al in juli 2025 zei minister Israel Katz (Defensie) dat de tijd rijp is voor volledige annexatie van „Judea en Samaria”, de bijbelse term waarmee de bezette Westelijke Jordaanoever in Israël doorgaans wordt aangeduid.

Ook geweld van kolonisten, die zich steeds minder laten tegenhouden en niet worden gehinderd door het Israëlische leger, duurt voort en is steeds heviger. Sinds begin 2026 zijn er volgens de VN 33 Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gedood door het Israëlische leger of door kolonisten.

De familie Ghanem (die niet in het artikel voorkomt) zit rond een vuur buiten een hutje in de buurt van Tulkarm.

Madleen Ghanem (46) wast de afwas in een hutje in de buurt van Tulkarm.

Een lid van de familie Ghanem verkoopt warme maïs langs de kant van de weg in Tulkarm.

Tia (3), Alma (8), Najia (62), Areej (50) en Madleen Ghanem (46) zitten samen in een kamer die de familie huurt in Tulkarm.

Een man loopt richting tenten waarin Palestijnen verblijven die vorig jaar uit het vluchtelingenkamp Tulkarm zijn verdreven.

Een man die vorig jaar uit het Tulkarm-vluchtelingenkamp werd verdreven staat bij de ingang van een tent.

Kampbewoners permanent verdreven

Twee dagen na het begin van het tijdelijke staakt-het-vuren in Gaza, in januari 2025, begon in het Jenin-vluchtelingenkamp, op de bezette Westelijke Jordaanoever, ‘IJzeren Muur’. In de dagen erna breidde Israël de actie uit naar de vluchtelingenkampen van Tulkarm en Nur Shams.

Samar Abu Kuttneh, een 45-jarige vrouw die in het Jenin-kamp is geboren, was niet thuis toen de Apache-helikopters op 18 januari 2025 overvlogen en hevige bombardementen het kamp teisterden. NRC heeft contact met haar via WhatsApp.

Een deel van haar familie was ten tijde van de invasie in het kamp. Iedereen vluchtte, maar niemand kon iets meenemen. Hun huis is verwoest, Kuttneh leeft nu met haar familie in een slaapzaal van de Arabisch-Amerikaanse universiteit in Telfit, tien kilometer ten zuiden van Jenin.

Zo’n duizend Israëlische militairen trokken, met medewerking van de geheime dienst en de grenspolitie, met bulldozers, drones, helikopters en bewapende voertuigen de drie kampen binnen. Ze verwoestten straten en vernietigden woningen, gebouwen en infrastructuur.

Grootste verdrijving sinds 1967

Het militaire optreden mondde uit in de grootste verdrijving van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever sinds 1967. Ongeveer de helft van de 66.000 inwoners van de kampen kan nog steeds niet terug naar huis. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch kwalificeert de verdrijving als een misdaad tegen de menselijkheid – een van de kernmisdrijven van het internationaal strafrecht.

In Jenin kwamen bij de Israëlische inval 41 Palestijnen om het leven door luchtaanvallen en andere gevechtshandelingen, in de andere twee kampen nog eens dertien. Volgens officieuze bronnen hebben de Israëlische troepen alleen al in Jenin meer dan achtduizend huizen verwoest.

De meeste verdreven Palestijnen hebben geen bron van inkomsten meer. Ze kunnen hierdoor geen behoorlijk huis huren, amper eten kopen en geen elektriciteit of water betalen. „Hun huizen zijn weg, hun banen zijn weg, en hun leven, hun toekomst en hun verleden zijn verdwenen”, zegt lerares Barakeh. Er zijn ook geen hulporganisaties voor hen actief.

De drie vluchtelingenkampen bevinden zich in het gebied waar de Palestijnse Autoriteit de veiligheids- en uitvoerende taken verzorgt. De bewoners van deze kampen zijn nakomelingen van degenen die bijna tachtig jaar geleden werden verdreven tijdens de Nakba (de verdrijving van zo’n 750.000 Palestijnen uit wat nu Israël is), en die in 1953 in dit vluchtelingenkamp terechtkwamen.

Jenin wordt wel de hoofdstad van het Palestijnse verzet genoemd; er zijn geregeld intense gevechten geweest tussen de vluchtelingen en de bezettingsmacht Israël. In 2023 deed het Israëlische leger meer dan 1.500 invallen in het kamp in Jenin.

Het vluchtelingenkamp van Jenin is grotendeels verwoest, de bewoners kunnen niet terug

Scroll in zes stappen en krijg inzicht in de situatie in Jenin

Het vluchtelingenkamp van Jenin bestaat sinds 1953. Er wonen eerder uit Israël gevluchte Palestijnen (1948) en hun nakomelingen. Zij hebben recht op terugkeer naar hun voormalige woning in Israël; degenen die niet terug willen, hebben recht op een schadevergoeding (resolutie 194 van de VN).

Het kamp van Jenin is inmiddels uitgegroeid tot een dichtbevolkte stedelijke wijk met slechte infrastructuur. De VN-organisatie UNRWA is verantwoordelijk voor onder meer onderwijs, zorg en woningen.

In januari 2025, twee dagen na het tijdelijke staakt-het-vuren in Gaza, begon het Israëlische leger de operatie „IJzeren Muur” waarbij honderden huizen werden gesloopt. De operatie breidde zich uit naar twee andere kampen, Tulkarm en Nur Shams.

Duizenden mensen raakten dakloos en moesten elders onderdak zoeken. Wegen werden verbreed zodat militaire voertuigen zich gemakkelijk kunnen bewegen.

Nieuwe slooporders zorgden voor nog grotere kaalslag en ontheemding: in de drie kampen zijn 33.000 mensen noodgedwongen gevlucht. In januari 2026 is er een nieuwe weg aangelegd.

Op deze satellietfoto uit januari 2026 is de nieuwe weg duidelijk te zien. Het gehele kamp is nog steeds niet toegankelijk voor de bewoners. „Iedereen die het probeert, loopt het risico van mishandeling, moord of marteling”, aldus een gevluchte bewoner.

Wetten ontregelen Palestijnse levens

De ontruiming van de drie kampen en het voortdurende kolonistengeweld zijn de meest zichtbare aanwijzingen dat Israël het leven van Palestijnen in bezet gebied zo goed als onmogelijk maakt. Ook via andere wegen ontregelt Israël het leven van de Palestijnse bevolking.

De Palestijnse administratieve autonomie is een farce. Planning, landschapsinrichting, erfgoed in de bezette gebieden: al deze domeinen zijn inmiddels door Israël overgenomen. Begin 2025 nam de Knesset een wet aan die UNRWA, de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen, verhindert om zijn werk te doen.

Door het legaliseren van nederzettingen en de snellere goedkeuring van bouwaanvragen worden kolonisten beloond voor hun jarenlange illegale aanwezigheid in bezet gebied; Palestijnen verdwijnen steeds meer in de marge. Het gebied wordt een marktplaats: met geld en bureaucratische overmacht nemen Israëliërs steeds gemakkelijker Palestijns land in bezit.

Remas Ghanem, 14, houdt een telefoon omhoog waarop een foto te zien is van het huis van de familie Ghanem voordat het werd verwoest.

Nieuwe, brede wegen aangelegd

Onlangs is het Israëlische leger begonnen met de aanleg van nieuwe, brede wegen in de voorheen nauwe straatjes van de ontruimde vluchtelingenkampen. Israël wil al jaren dat nakomelingen van de verdreven Palestijnen van 1948 hun status als vluchteling verliezen, omdat zij met die status officieel aanspraak kunnen maken op terugkeer naar Israël.

Toen enkele verdreven Palestijnen in september vorig jaar hun huizen in het Jenin-kamp probeerden te bereiken, omdat ze dachten dat het leger zich had teruggetrokken, werden twee tieners gedood.

Verder wordt de bewegingsruimte van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever steeds verder ingeperkt door nieuwe en onvoorspelbare controleposten die her en der opduiken. Nieuwe wegen voor kolonisten maken verplaatsingen steeds moeilijker.

Het doel van de Israëliërs, zegt lerares Barakeh, is om „alles uit te wissen” wat aan de Palestijnse zaak doet denken. „Het kamp is de enige getuige van onze vluchtelingenkwestie. De enige getuige van ons land. De enige getuige van onze verdrijving in 1948 en 1967.”

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Lees meer

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next