Home

De dood in de ogen kijken

Fotografie Kunstenaar Pippilotta Yerna maakte een fotoserie met en over haar oudtante Jacoba Manders, die op 101-jarige leeftijd overleed. Ze mocht haar ook na haar dood fotograferen. Het project is een ode aan het onbeschaamd omarmen wie je bent en een confrontatie met de angst voor de dood.

Jacoba Manders met lippenstift-kusjes van Pippilotta Yerna. (2024)

Er ligt een vrouw in het gras, omringd door tuingereedschap, armen lichtjes uitgestrekt en knieën richting de zon. Het zwart-witbeeld en hoge perspectief maken het tot een dromerig geheel, hemels bijna. Langzaam ontvouwt de foto zich tot een drieluik. Onverschrokken kijkt kunstenaar Pippilotta Yerna (1994) op het middenpaneel recht in de lens. In haar armen rust een oude vrouw. Haar lippen zijn paars, haar mond is opengevallen en haar lichaam is getekend door blauwe plekken. Onder haar hoofd steekt een verfrommelde blauwe handschoen uit die de hand net niet helemaal omhult, als een stille getuige van een beladen moment. Langzaam sluit het beeld zich weer.

Jacoba Manders liggend op het gras, omringd door tuinmateriaal (1954). Zaag, heggenschaar en hooivork als stille getuigen van het leven dat haar te wachten staat.

Jacoba Manders op de rug van Pippilotta Yerna (2023). Samen zoeken ze naar de balans.

Op het drieluik, te zien in Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht, houdt Yerna haar oudtante Jacoba Manders (1923-2025) in haar armen, de vrouw die, ondanks hun leeftijdsverschil van 71 jaar, Yerna’s beste vriendin was, die haar en haar zus deels opvoedde, haar leerde vooral zichzelf te zijn en zich niet te conformeren aan de maatschappij. Manders liet haar zien wat een lang en gelukkig leven inhoudt. Een half uur voor het maken van deze foto overleed ze.

Portemonnees, schoenen, identiteitsdocumenten, nietmachines, potten en pannen, haarborstels van Jacoba Manders: stapeltjes van een levensloop.

Jacoba Manders was Yerna’s rolmodel. Ze groeide op in Maastricht, verloor op jonge leeftijd haar vader en nam als oudste kind een dragende rol in het gezin op zich. Toch koos Manders haar eigen pad: ze ging studeren, werken, reizen en haalde haar motor- en autorijbewijs – dat ze tijdens corona nog liet verlengen tot haar 105de levensjaar. Elke vrijdag ging ze naar de kapper voor hetzelfde kapsel dat ze al tachtig jaar trouw bleef – trends konden haar gestolen worden. Ze liet zich niets voorschrijven; een fles ketchup uit 2001 kon volgens haar gerust tot 2025 in de ijskast blijven staan. Hoewel Manders nooit trouwde en geen kinderen kreeg, was ze nooit alleen. Als maatschappelijk werker bleef ze tot ver na haar pensioen bij haar medemens betrokken en droeg ze ook deels de zorg voor Yerna en haar zus.

Pasfoto’s van Jacoba Manders door de jaren heen (1935-1990). Met altijd hetzelfde kapsel.

Jacoba Manders alleen op vakantie in Jordanië. (1994)

Jacoba Manders met een bontjas aan (1968).

Jacoba Manders met haar auto in Maastricht (1960).

Familie en de dood zijn terugkerende thema’s in het werk van Yerna. Ze studeerde in 2020 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag af in de richting documentaire fotografie. Eerder onderzocht ze haar angst voor de dood van haar moeder door deze in fictieve scenario’s te verbeelden: van een auto-ongeluk tot een val uit het raam. Zo gebruikt ze fictie om haar angst voor het onvermijdelijke voorzichtig te benaderen. In haar serie Please, pierce your bones into mine gaf de naderende dood van haar oudtante Yerna de mogelijkheid om zichzelf van dichtbij met de angst voor de dood te confronteren. Door zich aan te passen aan het (leef)ritme van haar oudtante leerde Yerna, „de waarde van het moment kennen. Hoe je met anderen omgaat verandert wanneer je je meer bekommert om ouderen: het maakt je nietiger en milder.” Manders’ woonkamer werd een theater des levens waarin zij en Yerna samen beelden ensceneerden: Manders’ gezicht vol lipstickkusjes, als een godin met druiven gevoerd. Yerna zelf figureerde als bankje om op uit te rusten, waarbij de zitbotjes van haar oudtante zachtjes in haar rug priemden. Later fotografeerde ze identiteitsdocumenten, haarborstels, portemonnees: altaartjes waarin de tijd ligt besloten, kleine stapeltjes van een levensloop.

Elke vrijdag bij de kapper (2023).

In de laatste weken van Manders’ leven bespraken zij en Yerna het beeld van de Pietà. Beiden opgegroeid met de symboliek van het katholieke zuiden, vond Yerna het vanzelfsprekend dat haar oudtante dezelfde heilige verering verdiende. In Yerna’s interpretatie zijn de rollen omgedraaid om een circulair besef van tijd te scheppen: zij draagt degene die haar voorging, haar vormde en haar leven mede mogelijk maakte. Jacoba Manders overleed op haar 101ste, in sommige spirituele kringen bekend als het engelengetal: één voor een nieuw begin, nul voor oneindigheid en weer één voor herhaling. Yerna omschrijft haar relatie met Manders als een geschenk dat stilletjes wordt doorgegeven aan de volgende generatie: onzichtbaar, maar ten diepste voelbaar, een nalatenschap die blijft doorklinken, ook na de dood.

‘De Pietà’, Pippilotta Yerna houdt Jacoba Manders nog één keer liefdevol vast, een half uur nadat ze is overleden.

Pippilotta Yerna met wat over is van Jacoba Manders.

De tentoonstelling ‘Please, pierce your bones into mine’ van Pippilotta Yerna is tot en met juni te zien in Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC In Beeld

De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie

Fotografie

Lees meer

Lees meer

Fotografie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next