Door aanhoudende geopolitieke spanningen, stijgende prijzen en economische onzekerheid gaf de Autoriteit Financiële Markten consumenten deze week het advies om een financiële buffer op te bouwen. Voor veel mensen is dat makkelijker gezegd dan gedaan: hoe zet je iets opzij als kosten stijgen?
Volgens het Nibud heeft 26 procent van de Nederlanders minder dan 2.500 euro spaargeld. Vooral jongeren, huurders en mensen met een wisselend inkomen hebben weinig reserve. "Niet iedereen kan vanuit zijn of haar situatie goed sparen, maar dit is wel een grote groep", zegt Nibud-woordvoerder Karin Radstaak.
Voor veel mensen met een laag inkomen is sparen moeilijk. "Voor hen is het geen kwestie van keuzes maken, maar van ruimte die er simpelweg niet is", zegt Radstaak. Bij middeninkomens ligt dat anders: daar gaat het vaker om prioriteiten stellen. "Dan kan je kiezen om een keer niet uit eten te gaan."
Radstaak benadrukt dat wie moeite heeft om rond te komen, daar niet alleen mee moet blijven zitten. Veel mensen hebben recht op toeslagen of andere regelingen, maar maken daar geen gebruik van. Hulp zoeken kan volgens haar juist voorkomen dat problemen groter worden. "Wachten maakt het vaak moeilijker. Geldzorgen creëren stress en dat helpt niet bij het houden van overzicht of denken aan de lange termijn."
Hoe groot zo'n buffer precies moet zijn, verschilt per situatie. Het Nibud geeft als richtlijn het advies zo'n 10 procent van het inkomen opzij te zetten. Daarnaast heeft de budgetvoorlichter een bufferberekenaar gemaakt. Die rekentool houdt rekening met factoren als je woningsituatie, gezinssamenstelling en type inkomen. Heb je bijvoorbeeld een partner, 2 kinderen, een koophuis, auto en een gezamenlijk netto inkomen van 6.500 euro per maand? Dan adviseert Nibud een buffer van 23.500 euro.
Als het over buffers gaat, worden vaak twee dingen bedoeld: geld op je spaarrekening en contant geld in huis. De spaarbuffer is bedoeld voor uitgaven die je kunt verwachten, maar niet kunt plannen, zoals een kapotte wasmachine of een hoge energierekening.
Daarnaast is het verstandig om een klein bedrag contant geld in huis te hebben voor noodsituaties, bijvoorbeeld als pinnen tijdelijk niet mogelijk is. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) adviseert daarvoor 70 euro per volwassene en 30 euro per kind. Dat is genoeg om enkele dagen noodzakelijke uitgaven te doen.
"Twee potjes dus, maar het gaat er voor beide buffers om dat je iets achter de hand hebt", zegt Radstaak. "Helemaal niets hebben maakt je kwetsbaar, of het nu om een autoreparatie gaat of een noodsituatie. Sparen doe je uiteindelijk niet om rijk te worden."
"Deze tijden met stijgende kosten zijn financieel pittig, dus het is logisch dat mensen zich zorgen maken", beaamt financieel coach Micha Aarts. "Maar vaak is er op het gebied van sparen meer ruimte dan je denkt. Het begint met overzicht en een plan."
Breng eerst inkomsten en uitgaven in kaart, adviseert Aarts. Wie een maand bijhoudt waar het geld naartoe gaat, ziet vaak waar ruimte zit om te besparen, bijvoorbeeld op abonnementen of andere vaste lasten.
"Als je het zwart-op-wit ziet, wordt het makkelijker om keuzes te maken." Volgens haar werkt sparen beter als je duidelijke doelen stelt. "Weten waarvoor je spaart en dat opdelen in kleine stappen helpt enorm. Maak bijvoorbeeld aparte spaarpotjes: een voor noodgevallen en een voor dingen die je op langere termijn wilt kopen."
Ook het moment waarop je spaart, maakt verschil. "Zet het bedrag meteen opzij, eventueel automatisch, zodra je inkomen gestort is", zegt Aarts. "Dan voelt het niet als geld dat je mist en creëer je een ritme." Voor de mensen die het lastig vinden om er vanaf te blijven, oppert Aarts om een spaarrekening bij een andere bank te openen. "Dan ben je minder snel geneigd het terug te boeken vanuit een impuls."
Wie eenmaal een buffer heeft opgebouwd, kan nadenken over beleggen. "Beleggen kan interessant zijn voor rendement, maar alleen als je noodbuffer op orde is", benadrukt Aarts. "Sparen geeft zekerheid, beleggen is pas interessant als je die basis al hebt."
Source: Nu.nl economisch