Home

Verdediging van vermeende Hamas-geldschieter vraagt om vrijspraak - Omroep West

LEIDSCHENDAM - 'Niemand kan rechtstreeks geld naar Gaza sturen. Het gaat via de Westelijke Jordaanoever. Het is Israëlisch geld en wordt altijd gecontroleerd door Israël. Als het niet klopt stuurt Israël het terug. Hoe kan het dan niet correct zijn?' De verdediging van Amin Abou R. uit Leidschendam vindt dat de man niks fout heeft gedaan bij het sturen van geld naar weeskinderen in Gaza. Hij zou moeten worden vrijgesproken.

De 58-jarige R. wordt vervolgd voor het sturen van bijna 8,5 miljoen euro naar Gaza, waar het geld volgens het Openbaar Ministerie terecht kwam bij Hamas. Het OM vindt dat R. dat geweten moet hebben.

Maar het verdedigingsteam van de geboren Syriër vindt het bewijs van het OM niet voldoende. De financiële informatie van het OM komt voor een groot deel van Israël. 'En dat land staat hier niet ongekleurd in', zegt advocaat Jill Leyten.

Leyten verwijt de FIOD, die een deel van het onderzoek heeft gedaan, dat het financiële onderzoek niet diepgravend genoeg is geweest en daarom niet volledig.

'Cliënt is tien keer verhoord en hij heeft elke keer een antwoord op elke vraag die de FIOD hem stelt', vertelt Leyten. 'Als de FIOD vraagt waarom het geld steeds via andere landen en tussenstichtingen gaat dan legt hij dat uit, maar de FIOD lijkt het niet te willen begrijpen.'

Over de verhoren zegt het Openbaar Ministerie juist dat R. geen antwoorden geeft. 'Verdachte wist precies wat hij deed. Het patroon is steeds hetzelfde: als het moeilijk wordt of er inhoudelijke feiten op tafel komen dan ontkent hij of weet hij het niet meer.'

'Dat is niet ontlastend, maar bevestigt juist zijn wetenschap en betrokkenheid bij wat er gebeurde', stelt de officier van justitie

Dat R. nummers van Hamas-leden in zijn telefoon had is volgens de advocaat prima te verklaren. 'Hij zegt: ik ga met mensen om op basis van hun werk. Als ik iets voor mijn werk in Gaza moet doen en ik moet toestemming vragen dan moet ik die vragen aan iemand van Hamas. Daar heb ik weinig keus in.'

Ook de twee visitekaartjes van Hamas-leden die R. op zijn kantoor had betekenen niet zoveel. 'Hij had zoveel visitekaartjes dat we zijn gestopt met tellen', vertelde Leyten. 'Die twee waar dan Hamas op staat hecht ik weinig waarde aan.'

Leyten wijst erop dat steun vanuit de EU voor de Palestijnen op precies dezelfde manier op zijn bestemming komt als R. dat met zijn stichting Israa deed. 'Dat gaat om vijftig miljoen per jaar.'

Een deel van dat Europese geld zou worden gebruikt voor het zogeheten Pay-for-Slay programma, een praktijk waarbij families van omgekomen terroristen geld krijgen. 'Als de EU al niet in staat is om dit misbruik van EU-subsidie te voorkomen, hoe moet de stichting Israa dan controleren of haar geld wel of niet bij Hamas terecht komt?'

De verdediging voert ook aan dat de door het OM opgevoerde koepelorganisatie van Hamas-goede doelen, de Union of Good, niet op de sanctielijst van de EU voorkomt.

Dat deze Union of Good en alles wat daaronder hangt wel door de Verenigde Staten is gesanctioneerd vanwege vermeend terrorisme doet volgens Leyten niet ter zake in de EU.

R. kon niet weten dat de miljoenen die hij verstuurde mogelijk bij Hamas terecht konden komen, zo betoogde ze. De stichtingen waar het geld naar toe werd gesluisd zijn niet door de EU verboden en er staat niet vast dat de terreurbeweging een vinger in de pap had bij die organisaties.

'U kunt op basis van het dossier niet vaststellen dat Hamas zeggenschap had over die organisaties en dat het geld via hen bij Hamas terecht is gekomen', zegt Leyten. Ze vindt dat haar cliënt niet de opzet heeft gehad geld naar de terreurbeweging te sturen.

Het Openbaar Ministerie bestrijdt dat en zegt dat juist overduidelijk is dat bij al die organisaties Hamas een vinger in de pap heeft. 'De weeskinderenstichting valt onder de Union of Good en de leider ervan is de goede doelenleider van Hamas', zo stelt de officier.

De verdediging had bijna de hele woensdag nodig voor het pleidooi en gebruikte veertig minuten om de Midden-Oosten deskundige van het Openbaar Ministerie onderuit te halen.

Deze deskundige heeft in het verleden onder andere samengewerkt met een oud-lid van de inlichtingendienst van het Israëlische leger en dat maakt hem niet objectief en onbetrouwbaar, zo vinden de raadslieden.

'Zijn contacten zijn allemaal pro-Israël. Hij heeft eerder artikelen geschreven over stichting Israa en cliënt, dus is hij niet onafhankelijk.' Alles wat hij heeft aangeleverd zou niet mogen meewegen als bewijs, stelt de verdediging.

Opmerkelijk hierbij is dat de rechtbank eerder de getuige-deskundige van de verdediging wel goedkeurde, terwijl die er Hamas-sympathieën op na zou houden.

Dat vond de rechtbank destijds geen bezwaar 'zolang maar bekend is dat hij eerder een partijdig standpunt heeft ingenomen'. Die deskundige is uiteindelijk nooit gehoord, omdat hij niet gevonden is.

Waar de deskundige onderuit werd gehaald vanwege zijn contacten met anderen, moet de verdachte juist niet worden afgerekend op zijn contacten, volgens de verdediging. 'Dat hij op een foto staat met Ismail Haniyeh (de voormalige Hamas-leider, red.) zegt niet zoveel', zo vond Leyten.

'Als we hier in de zaal nu een foto maken sta ik ook op de foto met mensen die ik niet ken. Het is niet zo dat cliënt en Haniyeh elke dag gezellig zaten te appen.'

Het Openbaar Ministerie verwierp de kritiek op de deskundige en verweet de verdediging dat die drie jaar lang geen vragen heeft gesteld over of aan de deskundige, maar alleen tijd heeft gerekt.

Dat het bewijs niet voldoende zou zijn slaat volgens het OM nergens op. 'We kunnen niet vaststellen hoe Israël geldstromen controleert, maar wij hebben wel vastgesteld dat het geld naar Hamas is gegaan.'

Amin Abou R. benadrukte in zijn laatste woord dat hij zich van geen kwaad bewust is geweest. 'Ik geloof dat ik geen fout gemaakt heb. Ik geloof dat ik goed werk heb gedaan. Mijn intentie en praktijk is altijd geweest om de Palestijnse behoeftigen te helpen. Dat is mijn grote droom, mijn grote werk.'

Dat het OM hem drie jaar de cel in wil hebben kwam dinsdag als een grote schok. 'Dat is als een doodstraf voor mij', zo verwees hij naar zijn eerdere voorarrest, waar zijn gezondheid onder heeft geleden. Of het echt tot een celstraf komt bepaalt de rechtbank op 27 mei.

Source: Omroep West L'dam

Previous

Next