Naar een fietsenmaker gaan met je lekke band of losse ketting en je fiets dezelfde dag weer ophalen is niet meer zo normaal. Vergrijzing, toenemende vraag en complexere techniek zorgen voor lange wachttijden die voorlopig niet (of nooit) zullen verdwijnen.
"Cijfers hebben we niet, want de wachttijden verschillen per bedrijf en hangen ook af van het seizoen", zegt een woordvoerder van brancheorganisatie BOVAG. "Zodra de zon gaat schijnen wordt er weer gefietst en neemt de druk op de werkplaatsen toe."
Die seizoensdrukte is duidelijk merkbaar bij fietsenmakers. Fietsenmaker Rik ziet ieder jaar hetzelfde patroon in en rond Nijmegen, vlak bij de Groesbeekse Bossen. "In deze branche zijn er zomer- en wintermaanden. In de zomer gaat het kriebelen. En dan is er onderhoud nodig, want die fiets heeft een half jaar stilgestaan."
Een lekke band binnen een à twee dagen repareren lukt niet meer. "Vooral onderhoudsbeurten duren langer", zegt Rik. "Inplannen duurt normaal twee of drie weken en op dit moment zes weken. Ik heb redelijke klanten, maar ze balen wel. Simpel gezegd: met name de student die dan de bus moet gebruiken lijdt eronder."
Er is een groeiend tekort aan technisch personeel. Uit onderzoek uit 2023 blijkt dat de jaarlijkse uitstroom in de branche rond de 17 tot 20 procent ligt.
Volgens BOVAG wordt dat probleem alleen maar groter. "We verwachten dat de vraag naar service en onderhoud de komende jaren flink gaat stijgen. De behoefte aan technisch personeel blijft groot doordat er personeel uitstroomt, onder meer door vergrijzing."
Ook de opkomst van de e-bike speelt een grote rol. Die fietsen zijn technisch ingewikkelder, waardoor reparaties meer tijd en kennis vragen. Daarnaast zijn veel grote merken omgevallen, zoals VanMoof, Stella, Amslod en Huyser. Hun reparatieservice en onderhoudsbeurten zijn daarmee dus ook vervallen.
En hoewel elke fietsenmaker in theorie een e-bike kan repareren, betekent dat niet dat ze het ook allemaal doen. "Veel fietsenmakers repareren alleen fietsen van hun eigen klanten. Of je moet lang op je beurt wachten. Bovendien moeten ze wel aan onderdelen kunnen komen", zegt Kees Bakker van de Fietsersbond.
Volgens de RAI Vereniging, die de belangen van fietsfabrikanten en -importeurs behartigt, telt Nederland inmiddels 24,4 miljoen fietsen. De vereniging verwacht dat de tweewielermarkt blijft groeien. In 2024 zijn 858.128 fietsen verkocht, waarvan het merendeel e-bikes.
Fietsenmaker Rik ziet dat er veel e-bikes worden gebracht voor reparatie. "Wij repareren alles, ook elektrische fietsen, kinderwagens, rollators en kruiwagens. Een e-bike lukt over het algemeen wel, maar is niet altijd eenvoudig. We doen zelfs fatbikes en zetten daar maar gelijk goeie remmen op."
Fietstechnicus Bo van het Utrechtse Ton van IJssel Tweewielers schetst een vergelijkbaar beeld. "Voor onderhoudsbeurten zijn er wachtlijsten van een maand. Voorheen was het: je brengt 'm voor tien uur en de volgende dag is ie klaar. Nu is het een gekkenhuis."
Door de toegenomen complexiteit van fietsen verandert volgens Bo ook het werk zelf. "Het is niet alleen maar lekke banden, kettingen en remkabeltjes vervangen. Ik ben tegenwoordig meer elektricien met al die elektrische fietsen." Aan fietsen van de failliete fabrikanten met hun eigen onderdelen waagt hij zich niet. "Dat is een principekwestie."
De werkdruk leidt vooral tot meer stress, zegt de fietstechnicus. "Klanten verwachten nog steeds dat een fiets snel klaar is." Om het personeelstekort aan te pakken zet BOVAG in op verbetering van het opleidingsaanbod. De brancheorganisatie denkt aan meer lokale opleidingslocaties, betere kwaliteit van opleidingen en extra stageplaatsen.
Bo vreest dat dit het nieuwe normaal is. "Dit is al zo sinds corona en het zal nooit meer stoppen. Ik zie zelf geen licht aan het einde van de tunnel."
Source: Nu.nl economisch