Zorgverzekeraars, energiebedrijven, waterbedrijven en woningverhuurders geven steeds meer signalen door aan gemeenten over inwoners die te laat betalen. Gemeenten kunnen dan snel helpen, maar hebben hier hun handen vol aan. Steeds minder vaak leiden de signalen werkelijk tot hulp.
Het aantal zogeheten vroegsignalen aan gemeenten is in 2025 met 3 procent toegenomen ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit cijfers van Divosa, de vereniging voor het sociaal domein van gemeenten. Maar in minder gevallen leidde dit tot hulp.
Bij elkaar opgeteld kwamen er 975.000 meldingen over te late betalingen binnen. Het kan zijn dat meerdere meldingen over één huishouden gaan. Meer dan de helft van de signalen gaat over een betalingsachterstand tussen de 250 en 1.000 euro.
Het is aan gemeenten de taak om contact te leggen met deze inwoners. Het idee erachter is dat er vaak meer speelt als iemand niet op tijd betaalt. Een helpende hand werkt dan beter dan een betalingsherinnering. Ook is een schuld in een vroeg stadium goed op te lossen.
"Vroegsignalering is een belangrijke voorziening om mensen te bereiken die anders dieper in de problemen zouden komen", zegt Nadja Jungmann, lector en bijzonder hoogleraar schulden en incasso. Ze denkt dan bijvoorbeeld aan mensen die geneigd zijn om hulp te vermijden. Maar echte hulp blijft vaak uit of is oppervlakkig, blijkt uit het rapport van Divosa.
Bij slechts een op de vijf meldingen reageert een inwoner op de gemeente, bijvoorbeeld door de telefoon op te nemen of op de e-mail te reageren. Bellen werkt beter, aangezien dit in zes van de tien gevallen tot contact leidde. Schriftelijk contact leverde slechts in 7 procent van de gevallen een reactie op.
"Brieven moeten tot een minimum worden beperkt", zegt Jungmann. "Het bereik moet omhoog." Daar is Divosa-onderzoeker Anna van der Schors het mee eens. "Het begint bij iemand spreken om te horen of er hulp nodig is of niet."
Maar gemeenten geven nu al aan dat zij hun handen vol hebben aan de vroegsignalering. "Er zijn enkele gemeenten waarbij de wachttijden voor schuldhulpverlening al oplopen omdat het zo druk is", zegt Jungmann. "Dan krijgen mensen uit de vroegsignalering soms voorrang op mensen die zelf om hulp vragen, om te voorkomen dat ze afhaken. De drempel om hulp te vragen is erg hoog. Het is jammer als deze groep niet snel wordt geholpen."
Als de gemeente uiteindelijk contact krijgt met de laatbetaler, accepteert slechts een op de drie personen de aangeboden hulp. Dat is 6 procent van alle vroegsignalen. Zowel in absolute als in relatieve zin is er minder hulp geaccepteerd dan vorig jaar. De gemeente biedt meestal advies of een snelle oplossing, zoals een betalingsregeling. "De vraag is of dit een duurzame oplossing biedt", zegt Jungmann.
De cijfers over hulpacceptatie vertellen niet het hele verhaal, benadrukt Van der Schors. "Soms komen de mensen een tijd na het contact alsnog terug bij de gemeente", zegt ze. "Ook kan het zijn dat gemeenten met hun bericht iets hebben aangewakkerd waardoor een persoon zelf actie onderneemt op financieel gebied."
Het aantal vroegsignalen is in de afgelopen jaren alleen maar gestegen. "Het is echt nog een vraagstuk", zegt Van der Schors. Zo is onbekend of mensen in de schuldhulpverlening met lagere schulden terechtkomen doordat ze door de gemeente zijn geattendeerd op hun betalingsachterstand. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan.
De armoede is voor het eerst in jaren licht gestegen, blijkt uit cijfers over 2024. Nederland telde 551.000 mensen die onder de armoedegrens leefden. Ook kwamen zij meer geld tekort. Dat gold vooral voor gezinnen met kinderen.
Source: Nu.nl economisch