DEN HAAG - Het is 4.15 uur 's ochtends. De meeste mensen draaien zich nog een keer om, maar in een flat in Den Haag brandt al licht. Willem van Ettinger is wakker. Zes dagen per week stapt hij op dit tijdstip uit bed om brood op te halen bij de bakker. Niet voor zichzelf, maar voor duizenden anderen. 'Het voordeel van zo vroeg rijden? Je hebt van niemand last', zegt hij nuchter.
In zijn bus, de 'BroodExpres' begint hij zijn dagelijkse ronde. Willem haalt brood op dat niet meer als vers verkocht wordt, maar dat nog prima te eten is.
Via zijn stichting brengt hij het brood naar buurthuizen en organisaties in Escamp, een van de armste stadsdelen van Den Haag. 'Ik help ongeveer 1250 mensen per week. Als je dat doorrekent over gezinnen en een heel jaar, dan kom je op zo’n 250.000 mensen.'
Escamp is met ongeveer 116.000 inwoners het grootste stadsdeel van Den Haag. In het stadsdeel hebben veel mensen het financieel moeilijk; in sommige buurten leeft een flink deel van de huishoudens van een minimuminkomen of een uitkering.
Hoge vaste lasten, dure boodschappen en weinig financiële reserve zorgen ervoor dat gezinnen snel in de knel komen. Ook de lagere inkomens van veel bewoners en de beperkte kansen op de arbeidsmarkt helpen niet mee.
De behoefte aan voedselhulp is hier dus groot, en het brood van Willem is voor veel mensen pure noodzaak.
Het begon jaren geleden op de Melis Stokelaan. Willem zag brood in de bosjes liggen bij een bakker. 'Ik liep er met een vriend langs en zei: hier moeten we wat aan doen.' Wat begon als verontwaardiging, groeide uit tot een dagelijkse missie.
Een deel van het brood gaat naar de soepbus voor daklozen. Daar wordt het 's avonds uitgedeeld met een kom soep. Willem is daar één keer bij geweest. Dat deed hem meer dan verwacht.
'Meeuwen zijn snel, maar deze mensen waren nog sneller. Ze hadden zo’n honger. Dat heeft me diep ontroerd.' Sindsdien is hij weer weg voordat de soepbus opengaat. 'Ik kan er niet tegen.'
Willem weet wat armoede is. 'Mijn vader was ziek. Wij moesten iedere maand alles bij elkaar schrapen om eten te hebben.' Juist daarom wil hij dat anderen geen honger hoeven lijden.
Rond kerst koopt hij zelfs boodschappenbonnen. 'Dan zie ik een oudere mevrouw bij het vlees staan en weer weglopen omdat het te duur is. Dan geef ik haar een bon van vijftig euro. Dan heb ik een voldaan gevoel.'
Willem is met pensioen. Tijdens zijn werkende leven had hij een administratieve baan bij de politie. Hij zou het nu rustiger aan kunnen doen, maar Willem werkt harder dan ooit. 'Op de bank zitten? Dan word je snel oud. Dan zit je iedere dag bij de dokter te klagen.'
Even voor zeven uur is de laatste stop gemaakt. Het werk van vandaag zit erop. 'Ik ben opgestaan voor iemand anders', zegt Willem. 'Het brood is gebracht, de buurthuizen, kerken en de soepbus hebben voor vandaag weer voorraad. Ik ga nu met een goed gevoel naar binnen.'
[Article:5056254:Taxibus verwoest door vuurwerkbom, welzijnsorganisatie op zoek naar geld: 'Het is zwaar klote' - Omroep West">
Source: Omroep West Den Haag