DEN HAAG - Vrijheid van meningsuiting, of discriminatoir gemotiveerde vernieling? Dat was de vraag tijdens een rechtszaak tegen de bekladders van het CIDI-kantoor in Den Haag. Op dag twee van de rechtszaak tegen verdachten Trees L. (67) en Muis L. (62) is de politierechter aan het eind van de zitting duidelijk: een vernieling is geen vrije meningsuiting, maar de verdachten hadden geen antisemitisch motief.
L. en L. - geen familie van elkaar - ontkennen allebei niet dat ze op 7 augustus vorig jaar het kantoor hebben beklad van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) in Den Haag. Muis L. gooide ketchup en meel tegen de gevel.
Trees L. gooide een andere vloeistof, waarschijnlijk limonadesiroop. Ze werden een maand later aangehouden. Volgens henzelf gebeurde dat met ongepast geweld.
Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgde de twee voor discriminatie en het aanzetten tot haat. 'Het gaat om de selectie van het object', betoogde de officier van justitie. 'En dan geldt dat besmeuring van een gebouw dat symbool staat voor Joden gevoelens van onveiligheid oproept voor mensen van joodse komaf.'
CIDI-medewerkers bevestigen die gevoelens. 'We worden dagelijks bedreigd via de telefoon en de mail. Daar leven we mee, maar als er iemand voor de deur staat, weet je nooit van tevoren of die gewelddadig zal worden', reageerde Ronnie Eisenmann, voorzitter van het CIDI-bestuur.
'Besmeuren van het gebouw met ketchup, wat op bloed lijkt, op de dag dat de Tweede Kamer debatteert over de situatie in het Midden-Oosten. Dit suggereert dat Joden bloed aan hun handen hebben en dat lijkt op discriminatie', aldus de officier van justitie.
De verdachten en hun advocaten bestrijden dat hun actie bedoeld was om aan te zetten tot haat. Zij vinden dat de bekladding onder vrijheid van meningsuiting valt, en anders onder het demonstratierecht. Tijdens de vorige zittingsdag werd het gebouw opnieuw besmeurd.
'Ik word hard geraakt door de aanklacht van racisme, want ik ben geen racist', zo zei Trees L. in haar verklaring. 'Dat de medewerkers van het CIDI het zich zo aantrekken, is omdat ze zich opstellen als slachtoffers. Je hoeft niet eeuwig slachtoffer te zijn.'
Op haar beurt voert Muis L. andere joodse organisaties aan die haar gezegd hebben dat kritiek op Israël geen antisemitisme is. 'Demonsteren is een recht en dus ook tegen de daden van Israël, en hen die hen steunen en vergoelijken.'
Het CIDI wees erop dat de organisatie geen vertegenwoordiging is van de staat Israël. 'Wij zijn een kleine stichting. We zijn geen vertegenwoordiging van de joodse staat. Zo worden we wel gezien, terwijl dat feitelijk niet zo is', sprak een juridisch medewerker van de organisatie.
Muis L. bevestigde dat ze er zo tegenaan kijkt. 'Ik heb het CIDI nooit als enkel joodse organisatie gezien, maar als vertegenwoordiging van de Israëlische regering in dit land. Ik heb niet de statuten gelezen voor ik ketchup en meel kocht.' Trees L. voegde daar aan toe: 'Het is niet bij me opgekomen dat ik aan jodenhaat gedaan zou hebben.'
Het OM eiste een taakstraf van dertig uur tegen Muis L. en 45 uur tegen Trees L., omdat zij ook een politiebus vernield zou hebben. Maar de rechter veroordeelde beiden tot een voorwaardelijke boete van 350 euro. Vernieling van de bus vond ze niet bewezen.
Beschadiging van het kantoor achtte de rechter wél bewezen, maar niet dat die is gedaan met het oogmerk om aan te zetten tot haat of discriminatie. Beide bekladders kunnen zich niet beroepen op vrijheid van meningsuiting of demonstratierecht. 'Ze hadden hun mening ook anders kunnen uiten.'
Op het onveiligheidsgevoel van de CIDI-medewerkers ging de rechter uitgebreid in. 'Bij een democratische samenleving hoort enerzijds vrijheid van meningsuiting, maar anderzijds dat mensen in diezelfde vrijheid hun werk onbelemmerd moeten kunnen doen.'
Ze vervolgde: 'Medewerkers hebben dit niet gevoeld als vandalisme, maar als een duidelijke boodschap: ze weten ons te vinden. De volgende dag durfden mensen niet te komen. Wat ook meeweegt, is dat het bewust is gefilmd en verspreid op sociale media, dus het oogde als een strak geregisseerde aanval.'
'Het gaat om een debat dat we in Nederland niet gaan oplossen. De emoties lopen regelmatig hoog op. Online-dreiging wordt steeds normaler. Ook de verdachten zelf hebben daarmee te maken. Over en weer treedt een verharding op die ik liever niet zou zien', zo zei de rechter buiten de juridische overwegingen om.
CIDI-bestuurder Eisenmann kan leven met de uitspraak. 'Ik kan niet in de hoofden van de dames kijken, dus dat de intentie niet te bewijzen is, snap ik. Ik ben wel blij dat je niet zomaar iemands eigendom kan vernielen. En ik vond het wel goed dat de rechter ons gevoel benoemt.'
Ook de verdachten zijn overigens niet ontevreden met het vonnis. Zij zijn vooral blij dat ze niet zijn veroordeeld voor het aanzetten tot haat.
Source: Omroep West Den Haag