DEN HAAG - Politiemensen maken een hoop narigheid mee, en soms wordt dat hen te veel. In extreme gevallen loopt iemand een posttraumatische stressstoornis (PTSS) op. Zoals de Haagse agent Rodney, die door alle ellende die hij meemaakte nooit meer aan het werk kan. Hij verdoofde zijn gevoelens met drank, raakte zijn vrouw en kinderen bijna kwijt en heeft nog steeds slapeloze nachten. Toch gaat het inmiddels een stuk beter.
'In 1993 belandde ik op een bureau in Leiden, bij de arrestantenzorg. Daar hoorde je aan de koffietafel natuurlijk alle verhalen van de mensen op straat', vertelt Rodney. 'Ik wilde ook iets voor de samenleving betekenen en die beter maken, want ik kan slecht tegen onrecht.'
Zijn ogen lichten een beetje op, en ergens lijkt zijn vroegere passie voor het politiewerk nog in zijn blik te zien. Maar Rodney straalt ook angst en vermoeidheid uit. En vooral: stress. Zijn handen trillen voortdurend en af en toe valt hij even stil. Het is dan ook niet niks wat hij meemaakte.
'Ik heb in Leiden weleens iemand die zich wilde verhangen op het laatste moment gered. Ik was echt net op tijd. Ook stond ik weleens in een plas bloed toen iemand zijn polsen had doorgesneden. Diegene heeft het gelukkig ook overleefd, maar ik was niet echt voorbereid op dat soort dingen.'
'Uiteindelijk ben ik doorgestroomd, heb mijn diploma's gehaald en ben agent geworden. Op straat, dus.' Dat was duidelijk andere koek.
'Branden, zware ongelukken met letsel, heftige dingen. En je bent overal als eerste, als politieman. Nog voor de brandweer- en ambulancecollega's. Dus het is vooral puinruimen en observeren, tot de anderen er zijn.'
'Ik verwachtte dit gewoon niet. Ik was bij de politie gegaan om boeven te vangen. Je denkt dat je in een jongensboek zit. Dat het zo zwaar kan zijn, had ik mij niet gerealiseerd.'
'Het credo was vooral: niet lullen, maar poetsen. Er was ook niet zoveel oog voor dit soort gevoelens. Sterker nog, bij je eerste lijkvinding moest je op gebak trakteren, dat was traditie.'
Opvang was er destijds niet. 'Nee, je gaat gewoon door.' Rodney werkte vooral in het centrum van Den Haag, aan de Jan-Hendrikstraat, maar ook in Wassenaar en Leidschendam-Voorburg.
'In de noodhulp, de 112-meldingen afrijden dus. Dan sta je voor het eerst bij iemand voor de deur van wie de dochter die meldt dat ze ver weg woont en al een paar weken geen contact kan krijgen. De vliegen kwamen op mij af, bij binnenkomst. Die vrouw bleek al zes weken dood op bed te liggen.'
Als we vragen naar zijn zwaarste incident, begint Rodney driftig aan zijn sik te plukken en valt hij even stil. Na een diepe ademteug zegt hij: 'Een vrouw die voor de trein was gesprongen.'
'Het was in de zomermaanden, bloedheet. Er lag een heel spoor van bloed en aan het einde zag ik een trein stilstaan, met daarop een lichaam, helemaal kapot. En dan ga je aan het werk. De boel afzetten, mensen wegsturen. Vooral die types met een mobieltje, dat vond ik zo respectloos.'
Het slachtoffer was moeder van twee kinderen en liet een afscheidsbrief achter. 'Dat raakte mij wel. Ik heb ook twee kinderen, weet je. Dan gaat er echt in je om zoiets van: hoe kan dit nou, terwijl je nog een gezin achter je hebt staan?' De aanblik zal de oud-agent nooit vergeten.
'Overal lagen lichaamsdelen. Het werd schoongespoten, maar blijkbaar niet alles. Er vielen toen wat resten op mijn hoofd. Dat vond ik zo heftig. Sindsdien wil ik altijd douchen. Ik heb er echt een tic aan over gehouden. Het is een soort automatisme geworden. Ik moet ook elke avond schoon mijn bed in.'
Hoe lang het geleden was? Er valt opnieuw een stilte. 'Dat weet ik niet, ik ben echt een zeef. Mijn hele mind is fucked up, sorry.'
Op de vraag of hij er destijds met iemand over kon praten, heeft hij wel een antwoord klaar. 'Er werd gevraagd: lukt het een beetje? Dan zeg je van wel, en je houdt je sterk. Dat is de cultuur, je gaat niet zitten mekkeren.'
Dan krijgt Rodney een ongeluk, tijdens een oefening. 'Er ging iets fout bij een rollenspel. Ik ben hard gevallen en collega's kwamen op mij terecht. Ik heb daarbij hersensletsel opgelopen en toen kwam alles eruit. Het werd steeds erger.'
'Ook dat is een hele grote, vage herinnering. Ik ben nog wel teruggegaan de werkvloer op, maar het ging echt niet meer. Collega's merkten dat ik aan het veranderen was, ik was niet langer die lolbroek van weleer. Ik begon me terug te trekken en werd steeds stiller. Het werd steeds donkerder vanbinnen.'
'Ik merkte het lichamelijk en werd onrustig in mijn kop. Een teamchef die zich zorgen maakte heeft de bedrijfsarts ingeschakeld, en die heeft mij uiteindelijk naar huis gestuurd. Toen kwam ik in een zwart gat terecht. Ik ben aan de drank gegaan, kreeg antidepressiva en werd suïcidaal. Mijn vrouw heeft toen echt goede hulpverlening ingeschakeld.'
'Het gaf ook zoveel druk op mijn gezin, want ik zat enorm in mijn eigen wereld. Je wordt onrustig, slaapt slecht. Ik was zo moe, ik had ook helemaal geen energie om mijn kinderen aandacht te geven. Ik wilde er altijd voor ze zijn, maar dat lukte niet. Dat was voor mijn familie ook een hele zware periode.'
'Gelukkig is mijn vrouw bij me gebleven, zij bleef ervan overtuigd dat ik een goede vader en partner was. Daarvoor ben ik haar nog steeds dankbaar. Zij zag wie ik werkelijk was. De maatschappij heeft jou veranderd, niet wij, dus ik sta altijd achter jou. Dat zei ze.' In Rodney's ogen schitteren tranen.
Als het gesprek op de Meijenhof komt, herpakt Rodney zich en begint enthousiast te gebaren. De Meijenhof is een stichting met een gebouw in natuurgebied Meijendel, vlakbij Wassenaar, waar mensen zoals Rodney sinds 15 jaar terechtkunnen.
'Wij geven dagelijkse ondersteuning aan politiemensen die met een beroepsziekte worstelen en helpen ook hun partners', vertelt Charles, een van de begeleiders.
'Niks hier doet aan de politie denken, dit is een prikkelarme plek. Daarom zitten we midden in de natuur, met dank aan waterleidingbedrijf Dunea, van wie het terrein is.' Een uitkomst voor Rodney.
'Ik kwam niet meer buiten, maar de mensen hier zoals Charles hebben mij laten zien dat er meer was dan alleen thuiszitten. We zijn gaan wandelen, beetje praten over de Haagse geschiedenis, daar hou ik van. Hier voel ik me veilig, ook door de lotgenoten om mij heen.'
'We praten hier niet over ellende, maar gewoon over dat je er mag zijn. Met veel rust en soms een lach. Hier hoef ik niet uit te leggen wie ik ben. De rust en stilte doen iets met je brein. Je krijgt meer lucht om andere dingen weer te willen zien en dingen te doen in het leven. Ze zijn echt een luisterend oor.'
Rodney, inmiddels 54 jaar oud, heeft zijn situatie ondertussen geaccepteerd. 'Ja, het zit in mijn rugzak. Ik ben honderd procent afgekeurd en doe nu vrijwilligerswerk bij Defensie, waar ik een paar uurtjes per week oude voertuigen restaureer.'
De oud-agent heeft zijn leven grotendeels weer op de rit, slikt geen antidepressiva meer en heeft zijn drankgebruik onder controle. Maar normaal slapen? Dat zit er niet meer in. Nooit meer.
'Nee, vannacht had ik weer een rotnacht. Ik hoef maar een auto te horen door de straat en dan sta ik weer aan. Ik heb het geaccepteerd, ik leer ermee omgaan, maar je staat twenty-four seven aan. Mijn familie snapt dit gelukkig en mijn vrienden ook, die gaan er goed mee om.'
En de buitenwereld? 'Mensen zien niks aan mij, dat is weleens frustrerend. Iemand met een gebroken arm heeft gips, maar iemand met een kop die van binnen beschadigd is, zoals ik… Die herkennen ze niet. Dat maakt het wel moeilijk.'
Binnen de politie, is er daar wel begrip? 'Ik denk dat het opvangnet nu wel beter geregeld is dan toen. Dat was ook wel nodig. Als je dag in, dag uit de noodhulp draait, dan raakt je emmer vol met al die 112-meldingen.'
'Je weet nooit wat er op je pad komt', gaat hij verder. 'Dat lijkt allemaal spannend en leuk, maar op een gegeven moment is het te veel.'
Uiteraard hebben we Politie Eenheid Den Haag om een reactie gevraagd. Hoeveel mensen in hun gelederen PTSS hebben opgelopen, kan een woordvoerder niet zeggen.
'We kunnen niet met een klik op de knop cijfers uit ons systeem halen die een compleet beeld geven over het aantal mensen met PTSS door politiewerk. Dit heeft met verschillende factoren te maken, denk aan de combinatie van achterliggende oorzaken en de definitieve vaststelling van de diagnose PTSS.'
De woordvoerder voegt daar aan toe: 'Sinds 1 april 2025 is er een nieuw zorgstelsel binnen de politie waarmee de regelingen voor een dienstongeval, beroepsziekte en beroepsincident zijn vervangen.'
'Doel is zorg laagdrempeliger, toegankelijker en effectiever te maken voor mensen met beroepsgerelateerde klachten, zoals bijvoorbeeld PTSS. Binnen de eenheid staat aandacht voor preventie, duurzame inzetbaarheid en herstel hoog op de agenda.'
Zo zijn er volgens haar verschillende initiatieven om deze mensen te helpen, zoals een sociaal loket, een assistentiehond en diverse activiteiten.
Wil je met iemand praten over zelfdoding? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie: bel 0800-0113 of chat via 113.nl.
Source: Omroep West Den Haag