Home

Universiteiten willen minderen met big tech, maar overstappen kost jaren

Nederlandse universiteiten willen minder afhankelijk worden van Amerikaanse techbedrijven zoals Microsoft en Google. Ze zetten daarvoor al concrete stappen, maar vinden een snelle overstap naar Europese alternatieven onrealistisch. Dat blijkt uit een rondgang van NU.nl.

Universiteiten maken op het moment veelvuldig gebruik van software van Amazon, Google en Microsoft. Het gaat dan bijvoorbeeld om Microsoft 365, het cloudplatform dat toegang geeft tot kantoorapps zoals Word, Excel en Outlook.

De komende jaren staat digitale soevereiniteit voor universiteiten naar eigen zeggen hoog op de agenda. De meeste universiteiten spreken uit dat ze minder afhankelijk willen worden van grote Amerikaanse techbedrijven. Zo zegt de Radboud Universiteit stevig in te zetten op digitale autonomie. "De ambitie van onze universiteit is om wendbaar en weerbaar te zijn, onafhankelijk van big tech."

De meeste universiteiten brengen de risico's in kaart rond cloudbeleid, inkoopbeleid en de afhankelijkheid van softwareleveranciers. De TU Delft laat weten internationale techbedrijven niet categorisch te willen uitsluiten. "We proberen de afhankelijkheden beheersbaar te maken", zegt de woordvoerder. De universiteit maakt daarvoor "strenge contractuele afspraken" over onder meer datatoegang, beveiliging en de opslaglocatie van gegevens.

Ook Tilburg University zegt zulke eisen te stellen aan leveranciers. "Voor ons draait digitale soevereiniteit niet primair om Europees versus Amerikaans, maar om controle, transparantie en continuïteit. Zeker in het huidige geopolitieke klimaat wegen we deze aspecten nadrukkelijk mee."

De laatste tijd nemen de zorgen toe over de digitale afhankelijkheid van Nederlandse bedrijven, organisaties en overheden van Amerikaanse technologie. Want, zo waarschuwen deskundigen, de VS kan zijn techbedrijven inzetten als drukmiddel om zijn zin te krijgen. Bijvoorbeeld door te dreigen met het stopzetten van bepaalde digitale diensten, iets wat overigens nog niet is gebeurd.

Bij de meeste universiteiten wordt dus gekeken in hoeverre Amerikaanse technologie gebruikt kan blijven worden, zonder er helemaal afhankelijk van te zijn. Onder meer de Universiteit Leiden, Radboud Universiteit, TU Delft en de Universiteit Utrecht geven aan naast Amerikaanse technologie ook al Europese open-source-software te gebruiken. Dat is software die niet in handen is van een machtig bedrijf, maar die door gemeenschappelijke samenwerking wordt gecontroleerd en verbeterd.

Bij de Universiteit van Amsterdam maken ze bijvoorbeeld gebruik van de 'UVA AI Chat', een ChatGPT-concurrent die helemaal in eigen beheer is. "Speciaal ingericht voor studenten, docenten en medewerkers van de UVA", zegt een woordvoerder. "Die is zo gebouwd dat je niet afhankelijk bent van één leverancier."

Aan de Radboud Universiteit krijgen werknemers geen werktelefoon van Google of Apple, maar van het Nederlandse Fairphone. En bij de TU Delft wordt het grootste deel van de onderzoeksdata opgeslagen op twee datacenters in eigen beheer.

De universiteiten bepalen grotendeels zelf hun koers, maar ze trekken ook samen op. Zo zijn veel van de instellingen betrokken bij SURF, de vereniging die Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen ondersteunt met gezamenlijke ICT-voorzieningen en andere digitale zaken.

Via SURF wordt ingezet op het Europese Nextcloud. Dat is een alternatief voor de kantoorprogramma's van Microsoft. De meeste Nederlandse universiteiten geven aan mee te werken met het initiatief of binnenkort te starten met een pilot. "Digitale afhankelijkheid kan alleen verminderd worden als instellingen gezamenlijk optrekken", concludeert Tilburg University.

Universiteiten laten zich niet uit over hoe de pilots precies worden ingericht. Zo is niet helder hoeveel universiteitsmedewerkers bij de tests betrokken zijn en hoe serieus de programma's als alternatieven voor big tech worden ingezet.

Techexpert en autonomie-activist Bert Hubert vreest dat de pilots gedoemd zijn om te mislukken. "Ik zie wel enthousiasme in de bestuurskamers van universiteiten om iets te veranderen", zegt hij. "Maar kan dat vertaald worden naar de werkvloer?"

Volgens hem is het belangrijk dat de juiste mensen met de pilots aan de slag gaan. "Je moet klein beginnen en koste wat kost zorgen dat het een succes wordt", zegt hij.

"Bij de meeste mensen is doorgaans onvoorstelbaar weinig behoefte om andere software te gebruiken wanneer ze aan iets gewend zijn. Maar pas als mensen zelf de waarde van een verandering inzien, zijn ze bereid om door brandende hoepels te springen. Want Nextcloud is geen Microsoft 365. Je kunt er wel dingen mee doen, maar het is nog niet zo geavanceerd."

Ruben Puylaert, woordvoerder van de vereniging Universiteiten van Nederland (UNL), zegt dat de urgentie rondom digitale soevereiniteit wel degelijk wordt gevoeld. "Maar we zijn niet binnen een paar jaar van big tech af."

De woordvoerder laat weten dat het onderwerp van onafhankelijkheid rond 2019 al op de agenda kwam. Maar de laatste maanden is er meer aandacht gekomen. Na de zaak rondom de overname van het platform achter DigiD kwam er ook politieke urgentie. Daarnaast staat digitale autonomie in het coalitieakkoord.

UNL vindt dat universiteiten moeten samenwerken om een vuist te maken tegen machtige techbedrijven. "Als je samen onderhandelt over contracten sta je sterker", zegt Puylaert.

De pilots die lopen met Nextcloud, worden later dit jaar afgerond en daarna geëvalueerd. "Misschien komt de software als pakket in het aanbod van SURF, zodat het alternatief breder uitgerold wordt. Maar dat is iets voor later."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next