Na het neerschieten van een man van Iraanse afkomst in Schoonhoven worden extra veiligheidsmaatregelen genomen om Iraniërs in Nederland beter te beschermen. Het vermoeden bestaat dat het Iraanse regime achter de moordpoging zit, iets dat niet voor het eerst zou zijn.
Justitieminister David van Weel wees al snel na de schietpartij donderdagochtend op een mogelijke betrokkenheid van het Iraanse regime. Diezelfde avond verklaarde hij dat "gezien de Iraanse achtergrond van het slachtoffer de veiligheidsdiensten alert zijn en de noodzakelijke maatregelen nemen". Vrijdag voegde Van Weel toe dat het slachtoffer zich eerder duidelijk had uitgesproken tegen het Iraanse regime.
De veiligheidsdiensten hebben tot nu toe geen directe link vastgesteld tussen de moordpoging en het Iraanse regime. Toch klinkt tussen de regels van Van Weel door dat deze mogelijkheid serieus wordt overwogen.
Het verleden laat zien dat Iraanse betrokkenheid een reëel scenario is. "Dat Iran in het buitenland actief is, is niet nieuw", zegt inlichtingenexpert Jelle Postma tegen NU.nl. "Dat gebeurt al vele jaren, ook in de vorm van aanslagen op politieke tegenstanders." Postma benadrukt dat er nog geen bewijs is voor een verband tussen de moordpoging in Schoonhoven en Iran, maar dat het wel past in een patroon van eerdere aanslagen.
In Nederland zijn drie aanslagen bekend waarbij volgens de AIVD de Iraanse autoriteiten betrokken waren. In 2015 en 2017 werden in Almere en Den Haag personen van Iraanse afkomst vermoord die zich hadden uitgesproken tegen het Iraanse regime. In 2024 wisten de veiligheidsdiensten een moordpoging in Haarlem op een Iraanse mensenrechtenactivist te verijdelen.
Het patroon is ook zichtbaar in het buitenland, zoals in Zweden en Denemarken, vult hoogleraar Terrorisme en Politiek Geweld Bart Schuurman aan. Vertegenwoordigers van het Iraanse regime hebben daar bijvoorbeeld criminele bendes - soms zelfs jeugdbendes - geronseld.
Volgens onderzoek van de Zweedse veiligheidsdienst SÄPO pleegden deze criminelen in 2024 en 2025 aanslagen of bereidden die voor op de Israëlische ambassades in Stockholm en Kopenhagen. Zo zijn jongeren opgepakt voor het beschieten van ambassadegebouwen.
Dat ronselen gebeurt via sociale media, zoals anonieme Telegramkanalen. "Ze laten de aanvallen niet zozeer uitvoeren door hun eigen inlichtingenofficieren, maar door criminelen die weinig met Iran te maken hebben en die ze hier rekruteren", zegt Schuurman.
Het inzetten van eigen inlichtingenofficieren of ambassademedewerkers is namelijk te risicovol. "Als het misgaat en iemand met een Iraans paspoort wordt betrapt, is de verdenking makkelijker te bewijzen. Daarom gebeurt alles via tussenpersonen."
Dat ronselen via sociale media is een strategie die ook door andere landen wordt gebruikt. Zo wordt van Rusland vermoed dat het op deze manier mensen ronselt voor sabotageacties. Denk bijvoorbeeld aan drie Nederlandse tieners die Rusland via Telegram benaderde. Zij kregen geld om met een speciale 'wifisniffer' naar het Europol-kantoor in Den Haag te gaan om digitale gegevens te onderscheppen.
Justitieminister Van Weel noemde eerder deze week ook de mogelijkheid dat de daders van de aanslag vrijdag bij een Rotterdamse synagoge via ronseling, mogelijk door Iran, betrokken waren. In de dagen erna gingen ook explosieven af bij een Joodse school in Amsterdam en bij een kantoor van een Amerikaanse bank op de Amsterdamse Zuidas.
De politie maakt zich ook zorgen over pogingen van andere landen om via sociale media in Nederland te rekruteren, vertelde politiechef Youssef Ait Daoud vrijdag in de Volkskrant. Als hoofd van het Team Statelijke Inmenging is hij verantwoordelijk voor inlichtingen en nationale dreiging.
Iran heeft volgens Postma drie motieven voor het ronselen van mensen voor dit soort aanslagen. Ten eerste kan het angst creëren onder Iraniërs in binnen- en buitenland, zodat zij zich minder snel verzetten of uitspreken tegen het regime.
"Een tweede doel kan zijn om te voorkomen dat bepaalde informatie wordt gelekt", zegt Postma. Dat speelde bij de aanslag in Schoonhoven niet, want het neergeschoten slachtoffer deelde altijd openlijk de informatie die hij had en liet zich op sociale media kritisch uit over het regime.
"Het derde doel is dat de spanning van een conflict dat ver weg lijkt, ook in de eigen samenleving voelbaar wordt", vervolgt Postma. "Op die manier zaai je angst in landen die mogelijk overwegen steun te verlenen, bijvoorbeeld bij het beveiligen van de Straat van Hormuz."
Source: Nu.nl algemeen