Referendum De opvang van asielzoekers was woensdag bij de verkiezingen in Haaksbergen onderwerp van een referendum. Het raadgevende referendum bestond uit drie vragen. De formulering luistert nauw, zegt bestuurskundige René Torenvlied.
Inwoners van Haaksbergen mochten stemmen over asielopvang in de gemeente in een raadgevend referendum.
In Haaksbergen werd woensdag niet alleen gestemd voor de gemeenteraad maar ook voor een raadgevend referendum. Het onderwerp was heikel: asielopvang. Maar de vraag ging niet over óf, maar hóé en wáár asielzoekers volgens de inwoners van Haaksbergen zouden moeten worden opgevangen. Formeel ging het „over criteria voor een locatie voor asielopvang”.
De gemeenteraad had tegen de wil van het college van burgemeester en wethouders besloten tot het organiseren van dit raadgevend referendum (kosten: 100.000 euro) en vroeg een commissie van drie mannen om de vragen op te stellen. Kustaw Bessems, columnist van de Volkskrant en adviseur in het publieke domein, Frank Kerckhaert, CDA-politicus en oud-burgemeester van Hengelo en René Torenvlied, hoogleraar bestuurskunde bogen zich over een zo zorgvuldig, precies en begrijpelijk mogelijke formulering van de vragen. Neutraliteit was een basisvoorwaarde, benadrukt Torenvlied telefonisch.
„De vragen mochten niet de verkeerde indruk wekken: de komst van 129 asielzoekers staat niet ter discussie. Dat gebeurt op basis van de spreidingswet, daar kan de gemeenteraad niks aan veranderen. Dus moest heel duidelijk zijn dat de bewoners alleen iets konden zeggen over de manier waarop en de locatie waar de asielzoekers in Haaksbergen worden opgevangen. Wij snapten ook wel dat er inwoners zijn die helemaal geen asielzoekerscentrum willen. Maar dat was dus niet de vraag.”
„Het lukte domweg niet om alles wat de raad wilde weten in één vraag te proppen. Daarmee zouden we de complexiteit van de vragen ook geen recht doen. Vandaar drie vragen, met alle drie een ja/nee-antwoord. Dat maakt de uitslag gemakkelijker te interpreteren voor de gemeenteraad.”
„Ja, uit de vragen spreekt de bedoeling van de raad: ‘U, burger, heeft ons een belangrijk advies gegeven dat de gemeenteraad kan meewegen als die een besluit moet nemen.”
„In elk geval geeft een referendum de burger het idee: ik heb toch iets gezegd. Misschien dat daarmee een maatregel die niet voor iedereen prettig voelt, draaglijker wordt.”
„Wij hebben ook gekeken naar de formulering van de toelichtingen. Dit is een uitnodiging om je eigen mening te geven. Met deze formulering hopen wij de geest van de kiezer vrij te maken om dat te doen.”
„Dat kan helpen de burger te doordringen van het feit dat de gemeenteraad over deze kwestie een afweging maakt. Daar hebben we met z’n drieën lang over nagedacht, want je wilt vermijden dat je de kiezers stuurt. Bij de toelichting op de vraag of de opvang op één of twéé locaties zou moeten worden ingericht, staat dat het Rijk alle kosten betaalt als het één opvang is, terwijl de gemeente extra kosten maakt als er voor twéé locaties wordt gekozen.”
Vrijdag werd de uitslag van het referendum bekendgemaakt. De opkomstdrempel van 40 procent werd ruim gehaald: 10.575 van de 19.788 kiesgerechtigden beantwoordden de vragen over de criteria voor de asielopvang. Uitslag: een kleine meerderheid wil liefst opvang op één locatie, niet op een plek waar in de toekomst woningbouw gepland is en liever op een drukke plek dan buiten de bebouwde kern. Dat laatste criterium vond een meerderheid van de kiezers het belangrijkst. „Dat kan de gemeenteraad straks meewegen als erover wordt gedebatteerd”, zegt Torenvlied.
„Laat ik eerst zeggen dat het overgrote deel die voor de gemeenteraad heeft gestemd, ook het referendum heeft ingevuld. Wat betreft de niet-stemmers: over hun motieven kun je alleen maar speculeren. Misschien wilden ze helemaal geen asielzoekers in de gemeente en is niet-stemmen een uiting van protest. Het kan ook zijn dat ze een referendum geen gepast instrument vinden voor een kwestie als deze. Of dat ze het onderwerp domweg niet belangrijk genoeg vinden om apart over te stemmen: ‘Laat het maar aan de raad over’.”