Home

Edison-winnaar Sef: ‘Bekendheid kun je op allerlei domme manieren bereiken, maar ik wil muziek maken op het hoogste niveau’

Muziekprijs Yousef Gnaoui, artiestennaam Sef, won met zijn plaat Lieve Monsters de Edison voor het Beste album. Maar, zegt de muzikant, „een prijs winnen is nooit de drive geweest.”

‘Het is niet makkelijk mens te zijn in deze tijd”, zegt Yousef Gnaoui, artiestennaam Sef, afgelopen maandagavond op het podium bij de uitreiking van de Edisons Pop. In het Afas Theater in Leusden krijgt hij voor de tweede keer in zijn 22-jarige muziekcarrière een Edison. In de volgens hem ‘vetste categorie’ nog wel: zijn plaat Lieve Monsters werd het Beste album. De vakjury roemt de combinatie van vernieuwing en zelfonderzoek en noemt het album een mijlpaal binnen de Nederlandstalige alternatieve pop.

De eerste kreeg hij voor zijn vorige plaat, in 2023. „Nog eentje”, schudt Sef met een klein lachje zijn geblondeerde, gemillimeterde hoofd. „Dat is lijp man, op mijn oude dag.”

Daarna verandert hij voor de in smoking en galajurk gehesen popindustrie in de zaal van toon. „Het is moeilijk om alle ellende en beelden van dode kinderen op je telefoon te zien en dan gewoon gezellig een mooi pakje aan te doen voor een awardshow”, zegt hij. „Het doet pijn om de wereld pijn te zien hebben. En ik denk dat het belangrijk is om daaraan te kunnen ontsnappen door muziek te maken, door kunst, eh… te checken. Dat moeten we in ons hoofd houden als we muziek maken, zodat we niet lamgeslagen worden.”

De wereld zoals die nu onder spanning staat, laat Sef niet koud. De creatief hoogbegaafde artiest, die met Lieve Monsters veel impact maakte, kan er niet van wegkijken Op zijn soloplaten en de duoplaat IJsland 2 met Hang Youth-punkrapper Abel van Gijlswijk toont de artiest uit Amsterdam zich even bevlogen als geëngageerd. In scherpe observaties over media, technologie en macht vangt hij de angst van deze tijd: oorlogsdreiging, klimaatrampen en het gevoel dat alles elk moment kan kantelen. Toch maakt hij die angst herkenbaar en persoonlijk, waardoor zijn liedjes ook hoopvol zijn. Troost bieden. „Ik ben ook bang”, stond op een van de borden in zijn publiek op Lowlands.

„Een prijs winnen is nooit de drive geweest”, zegt rapper Sef (41) een paar dagen eerder. Hij drinkt gemberthee, eet falafel en heeft deze middag bij een hip buurtcafé in Amsterdam-West nog geen idee dat hij die Edison voor Beste Album gaat winnen. Al stond zijn album boven aan alle eindejaarslijstjes, werd zijn nummer ‘Voor Alles Bang’ met Wende door 3voor12 uitgeroepen tot Song van het jaar en ontving hij vorige week ook al een 3FM Award (publiekspijs) voor Beste Album.

„Het voelt dubbel. Een prijs creëert veel ruimte voor de muziek die ik wil maken, maar het past niet bij me om zo op de voorgrond te treden. Daar moet ik best een stapje voor doen.” Hij leunt achterover, ogen op de straat gericht. „Bekendheid kun je op allerlei domme manieren bereiken. Maar ik wil muziek maken op het hoogste niveau, zo lang mogelijk. En ik zit er in for life. Daar is aandacht voor nodig: om platen te verkopen en zalen uit te verkopen.”

Voor en achter de schermen

Yousef Gnaoui groeide op in de Amsterdamse Pijp, hij is de zoon van een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder. Een hecht gezin, totdat zijn vader, acteur Hassan Gnaoui, overleed toen Yousef zeventien was. Hij was toen al dol op muziek en hij wilde ontwerper worden. Met zijn buurjongen Thomás, die later bekend werd als dj The Flexican, richtte hij als Sef rapformatie Flinke Namen op, die in 2008 doorbrak. Het nummer ‘De Leven’, titelsong van de film Rabat en zijn gelijknamige debuutalbum (2011), tekende het begin van zijn solocarrière.

Indrukwekkend is hoe hij in de Nederlandse muziekscene al jaren naast actieve artiest ook een creatieve spil is achter de schermen. Als artdirector bij het hiphoplabel Top Notch regisseert hij muziekvideo’s en ontwerpt albumcovers. Graag denkt hij mee met artiesten over visuele esthetiek en concepten van grote shows. Zoals de shows van de Jeugd van Tegenwoordig en New Wave in de Ziggo Dome. Of Wende’s Vrijplaats in Carré.

Hij is net terug van de studio, een paar straten verderop, waar Wende aan het opnemen was. Werken ze weer samen aan iets? „Zij wilde even wat feedback”, zegt hij met een glimlach.

Wende zong ‘Voor Alles Bang’, een lied op een gedicht van Joost Zwagerman over particuliere grote angsten, dat Sef vorig jaar een nieuw leven gaf: dansbaar, met beukende beats die de nervositeit van deze tijd vangen. Het werd hét nummer van afgelopen jaar.

Wende noemt hem iemand met een onverzadigbare honger naar creëren. „Yousef is niet bang om te experimenteren en gaat nieuwe ideeën met open vizier aan.” Hij knikt, ogen op het houten tafelblad. „Het komt niet voort uit een verlangen naar roem, maar uit nieuwsgierigheid: wat kan er allemaal nog? Wat is er nog niet gedaan?”

Maar hoeveel levens moet je hebben om al je ideeën uit te voeren, vraagt zij zich ook af. „Dat ging vorig jaar dus ook niet goed”, reageert hij. Na een bomvolle festivalzomer was er een moment waarop zijn lichaam het tempo niet meer bijhield. Hij raakte overspannen. Zijn manager greep in: alles stopzetten. Weken van rust en herstel volgden.En nu? „Ik ben er ook niet helemaal uit. Maar wel aan de goede kant van de lijn.”

Die voortdurende zoektocht, de honger om te blijven ontdekken, is precies wat Wende en hem ook zo sterk met elkaar verbindt, gaat hij verder. Net als het verloop van hun loopbaan. „We doen allebei al lang mee en hebben ieder op onze eigen manier nu een soort draai gemaakt in onze carrière. Opvallend genoeg komt ons grootste succes juist met ons meest recente werk. In een popwereld waar veel artiesten jong doorbreken is dat allesbehalve vanzelfsprekend.”

Het grootste podium

Sef vertelt dat hij zich in eerdere fases van zijn carrière wel regelmatig ongeduldig afvroeg wanneer die erkenning zou komen, zeker als hij een album maakte waar hij zelf bijzonder trots op was. Niet qua prijzen, maar in de vorm van grotere podia met shows voor zoveel mogelijk mensen. Mind you, zegt hij, tot vorig jaar stond hij nog in kleine zalen. Propte hij zijn tienkoppige El Salvador Ensemble voor zijn voorstelling VLAG op kleine theaterpodiumpjes. Was het passen en meten met budget: geld voor de band betekende niets creatiefs met het licht. „Ik weet nog dat ik dacht: als dit niet goed genoeg is om op het grootste podium te spelen, dan weet ik het ook niet meer.”

Zeker, ooit brak hij door met luchtige hits als ‘Broodje Bakpao’ en ‘Me Nikes’, samen met The Opposites. Maar wie naar zijn werk kijkt van het afgelopen decennium ziet een kunstenaar die zich consequent beweegt tussen het persoonlijke en het politieke. Sef weigert zich vast te laten zetten in een stijl of formule. Na een toegankelijk album zoekt hij vaak de andere kant op: intensiever, experimenteler.

„Ik wil de ruimte hebben om te blijven zigzaggen”, stelt Sef. Neem de afgelopen drie albums. Waar El Salvador (2020) nog introspectief was (over innerlijke strijd, vader worden), volgde drie jaar later het fel geëngageerde Ik Zou Voor Veel Sterven Maar Niet Voor Een Vlag. Met Lieve Monsters vond hij opnieuw een andere toon: een dansbare mix van persoonlijke twijfel, maatschappelijke onrust en muzikaal experiment.

Daarmee heeft Sef nu eindelijk zijn grote succes, inclusief een headlinershow afgelopen zomer op Lowlands. In de Alpha, een tent zo groot als een hangar, danste hij letterlijk op een vulkaan als decor. „Als we gaan, gaan we samen. Samen huilen, samen vechten, hopen, rouwen, samen dansen”, zei hij tegen het publiek.

In het begin vond hij het lastig om solo op te treden. In groepsverband met Flinke Namen voelde het lichter, minder kwetsbaar. Met de jaren vond hij solo meer vorm. „Eerst deed ik wat ik dacht dat een rapper hoorde te doen, met van die losse rapbewegingen.” Grijns. „Ik dacht: ik moet heel heftig heen en weer lopen.” Achter een microfoonstandaard kon hij meer ontspannen. „En nu vraag ik me per nummer af: wat vraagt een zaal?” 

En soms gebeurt het tegenovergestelde: dat alles vanzelf gaat. Zoals bij de recente show van IJsland in Paradiso. De energie in de zaal nam het over. Samengevat: dynamiet. „Daar was het publiek echt een extra bandlid.”

De woede van nu

In IJsland-kompaan en punkrapper Abel van Gijlswijk ziet hij een geestverwant. „We zijn eigenlijk een andere uitvoering van hetzelfde model.” Wat hij in hem herkent: dezelfde nieuwsgierigheid om dingen anders te doen. In het creatieve proces reageren ze vooral op elkaar, als in improvisatietheater. „Het maakt niet uit wat voor bal hij gooit. Ik ga die bal slaan.” Hij denkt dat ze met IJsland de teleurstelling, woede en de paniek van nu het beste vangen.

Ziet hij zichzelf nu als een artiest die bewust politiek bedrijft, of als iemand die simpelweg reageert op de tijd waarin hij leeft? Hm, denkt hij, dat laatste dan toch. „Ik reageer op de tijd waarin ik leef en ik reageer op mijzelf, zeg maar. Ik heb niet bedacht: nu heb ik een paar albums gemaakt met een politieke lading. Nu ben ik een politieke artiest die het altijd hierover moet hebben. Sterker nog, ik heb heel veel dingen niet meer gezegd omdat ik die al gezegd heb. Die staan al op plaat, dat is gewoon vastgelegd.”

Het is dus niet per se de kracht van herhaling. „Maar volgens mij liggen mijn kaarten open en bloot op tafel: het is duidelijk dat ik pleit voor een eerlijkere verdeling van de wereld. En dat ik de mensen die die oneerlijke verdeling faciliteren niet heel hoog acht.”

Is hij bezorgd? Hij knikt en kaatst terug: „Hoe kan je dat níét zijn?”

Niet dat dat gevoel altijd in zijn muziek moet zitten, zegt hij, maar ja… eh… hij leeft wel nú. „En ik bén bezig met wat er allemaal aan de hand is. En dat is, eh… zorgelijk. En daar voel ik veel bij en daar maak ik muziek bij.”

In december komt alles samen in zijn grootste show tot nu toe, in Afas Live. Wat daarna volgt, laat Sef open. Over de invulling van die avond heeft hij ideeën genoeg, maar één ding staat vast: het wordt geen terugblik. „Ik wil dat het een reflectie wordt van dat moment.”

Als hij nadenkt over wat zijn werk uiteindelijk moet betekenen, komt hij uit bij een eenvoudige wens: dat hij deze tijd heeft vastgelegd. Albums ziet hij als tijdsdocumenten. En als jonge luisteraars hem vertellen dat ze schuilen in zijn nummers, raakt hem dat. „Daar maak ik het niet per se voor, maar het is wel heel bijzonder om te horen dat iemand zoveel van zijn tijd met die muziek doorbrengt. En zich dan veilig voelt.”

Sef speelt komende zomer solo of met de act IJsland op grote muziekfestivals als Paaspop, Best Kept Secret, Lentekabinet, Lowlands en Into The Great Wide Open. Op 10 december speelt hij in de Afas Live in Amsterdam.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Populaire muziek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next