De dodelijke droneaanval op een Franse basis in Irak is een nieuwe test voor Europa om buiten de oorlog in het Midden-Oosten te blijven. Het is maar de vraag hoe lang die strategie houdbaar is, zeggen Europadeskundigen tegen NU.nl.
Een Franse en Italiaanse militaire basis in Irak werden donderdag doelwit van een Iraanse drone. De dood van een Franse soldaat betekent het eerste Europese slachtoffer in het Midden-Oosten sinds Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran die regio in een oorlog stortten. Die oorlog komt nu steeds dichterbij voor Europa.
Juridisch gezien is er nog geen sprake van een aanval op de Europese Unie, zegt universitair docent Nariné Ghazaryan van de Radboud Universiteit. EU-landen kunnen een beroep doen op artikel 42.7, dat andere lidstaten verplicht om bij militaire dreiging te hulp te schieten. Maar daarvoor stelt het artikel heel duidelijk dat er sprake moet zijn van "gewapend geweld op het grondgebied van lidstaten".
De aangevallen Franse basis bevindt zich op Irakees grondgebied. De Britse basis die eerder op Cyprus werd geraakt, is een overzees territorium van de Britten en dus ook geen EU-grondgebied. "Juridisch gezien is er dus geen reden om artikel 42.7 te activeren", legt Ghazaryan uit.
Bovendien is het maar de vraag of EU-lidstaten dat willen. Vooralsnog houden Europese leiders het vooral bij sussende woorden. Frankrijk zit "defensief" in de wedstrijd, zei president Emmanuel Macron over de aanval in Irak. Datzelfde woord gebruikte de Britse premier Keir Starmer na de aanval op de Britse basis op Cyprus.
"Ik geloof niet dat Frankrijk en Italië nu een artikel 42.7-procedure gaan starten", zegt ook geopolitiek analist Michel Michalóliakos van Haagsch Instituut GeopolitiekNu. "De EU kan heel moeilijk ingrijpen, niet in de laatste plaats omdat het geen militaire macht is." Ghazaryan: "De NAVO heeft een eigen leger dat te hulp kan schieten als een lidstaat daar via artikel 5 om vraagt. Dat bestaat helemaal niet binnen de EU."
Daarnaast is de vraag wat Europa te winnen heeft bij een oorlog met Iran. Met name de Amerikanen zijn vaag over wat het doel in Iran is, laat staan hoelang de oorlog moet duren. Europese landen mengen zich volgens Michalóliakos in een operatie waarvan de doelstellingen volstrekt onduidelijk zijn.
"Je moet jezelf niet de escalatie laten inrommelen. Tegelijkertijd kan je ook niet alles over je kant laten gaan", doelt hij op de aanvallen op Europese bases in Irak. "Dat is de enorm lastige spagaat waarin Europa nu zit."
Die spagaat is bovendien niet eindeloos vol te houden, zegt universitair docent László Marácz van de Universiteit van Amsterdam. "Europa is een van de regio's die het zwaarst zullen worden getroffen door dit conflict", zegt hij. "De stijging van energieprijzen heeft forse gevolgen voor Europese landen, net als de vluchtelingenstromen die op gang komen."
Europa heeft daarom vooral belang bij de-escalatie, zeggen Marácz en Michalóliakos. Dat was ook het toverwoord in de reactie van EU-buitenlandchef Kaja Kallas op de oorlog in de Golfregio. Hoe sneller de onrust in het Midden-Oosten voorbij is, hoe beter.
De EU spreekt de taal van diplomatie bovendien beter dan die van militaire macht. Maar het blok van 27 lidstaten met ieder een eigen mening en belang is minder geoefend in het spreken met één mond. Sinds de uitbraak van het Midden-Oostenconflict is de strategische houding van Brussel weifelend en weinig eenduidig.
In veel Europese hoofdsteden wordt geen traan gelaten om dood van hooggeplaatste figuren in het beruchte Iraanse regime. Tegelijkertijd klinkt in Europees verband regelmatig de roep om het respecteren van internationaal recht. Een illegale Amerikaans-Israëlische operatie in Iran en de val van een moorddadig regime blijken lastig met elkaar te rijmen.
De interne verdeeldheid in de EU leidde vóór de oorlog in de Golfregio al tot Europese afsplitsingen om een vuist op het wereldtoneel te maken. De E3-landen (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland) jagen hun diplomatieke doelen op eigen houtje na, zonder dat ze daarbij worden dwarsgezeten.
Maar ook in dat verband lukt het vooralsnog niet om te de-escaleren in het Midden-Oosten. Dat raakt volgens Michalóliakos de kern van het Europese probleem. "Europa heeft geen bredere strategie of zienswijze met betrekking tot het Midden-Oosten", zegt hij. Dat zorgt ervoor dat Europa op alle fronten aan de zijlijn staat: militair, diplomatiek én strategisch.
De belangen zijn groter dan ooit in een oorlog die zich in de Europese achtertuin afspeelt, zeggen de drie deskundigen. Maar zo weinig als Europese leiders te zeggen hadden over de start ervan, zo weinig hebben ze ook te zeggen over het einde.
Source: Nu.nl algemeen