Home

Dronken lispelend vlijt Janne Schra’s romige stem zich als een bries tegen de deinende golven en ook James Blake kan zich eindelijk ontspannen

Albums van de week Achter de koesterende voordracht van Janne Schra schuilt een ingenieus tableau van muzikale ingrediënten. James Blake maakte misschien wel zijn beste plaat tot nu toe. En verder: de jubileumplaat van het Metropole Orkest, Kim Gordon is bozig en radicaal en Tinariwen is terug bij hypnotische Toeareg-rock.

Pop

Janne Schra

Work Out

De carrière van de Nederlandse zangeres Janne Schra is als een warme golfstroom die nu en dan ergens opduikt. In wisselende gedaanten, want Schra schaaft en schuurt voortdurend aan haar mogelijkheden. En dat is een verdienste, niet iedereen met zo’n aangeboren verleiding in haar zangstem zou de moeite nemen steeds ander terrein te ontginnen.

Op haar nieuwste, zesde soloalbum Work Out klinkt de koers avontuurlijk en harmonieus tegelijkertijd. Janne Schra plakte haar persoonlijke zoektocht aan een muzikale zoektocht en kwam uit op een teder, opwekkend en warmbloedig geheel. Op Work Out staan ontspannen popliedjes met een ontspannen ritme, maar achter de koesterende melodie en voordracht schuilt een ingenieus tableau van muzikale ingrediënten. De toewijding van Schra en haar muzikanten is hoorbaar maar niet nadrukkelijk. Zo kabbelen de instrumentaties rond haar stem als golven; klanken van akoestische gitaar, synthesizer, strijkers vloeien samen in patronen die soepel van vorm veranderen.

Soms maakt een drum zich los, als een hartslag (in ‘River’), of kwinkeleert een keyboard als intro (‘Body Language’). De gids bij dit alles is Schra die haar romige stem tegen de golven vlijt of juist deining veroorzaakt, met lichte opwinding in de uithalen van ‘One’. Als ze lispelt over ‘infinity pools’ en ‘losing my cool’ in ‘Crystal Tears’, klinkt ze als een dronken actrice; in ‘Pain’ is haar stem als een bries die versmelt met de galm van de instrumenten.

Het album kreeg een ‘Franse’ sfeer, het werd opgenomen in Parijs met de Franse producer Albin de la Simone en drummer Raphaël Chassin. Bovendien is er een zweem van de stijl van Air, het duo uit de jaren negentig dat een unheimisch rafelrandje aan hun melodieën laste. Die vervreemding ruist op de achtergrond mee.

Over het album vertelde Schra dat het ontstond tijdens een periode waarin ze antwoord zocht op levensvragen (zo zingt ze in ‘Motel’: „I’ve never been closer to the bottom”). Daarvoor schakelde ze deskundigen in, las ze, en bezocht spirituele plaatsen. De resultaten van de zoektocht zijn hier te horen – niet alleen in de woorden (‘Pain be my teacher’), ook in de klank en de manier van zingen. In haar dictie hoor je iemand die de wereld met open vizier tegemoet treedt. De zangeres die begin deze eeuw internationaal carrière leek te maken als voorvrouw van het jazzy Room Eleven, en in 2015 een soloalbum met lichtvoetige rock-’n-roll maakte (Ponzo), verwerkt haar persoonlijke beroering nu tot een veellagig repertoire met boven alles een sfeer van liefde.

Plotseling, op tweederde van het sobere lied ‘Somebody’, bloeien ritme en synthesizers open tot een uitbundige dancetrack. Het duurt nog geen minuut, maar geeft een vrolijk doorkijkje naar wat zich voorbij de melancholie zoal zou kunnen afspelen.

Hester Carvalho

Pop

James Blake

Trying Times

Warme gloed op de nieuwe James Blake

Ook zonder de coverfoto is duidelijk dat James Blake de laatste jaren nogal wat bordjes tegelijkertijd hooggehouden heeft. Er is een vrij stabiele output van eigen muziek, soms gericht op de dansvloer, dan weer op de avontuurlijke popluisteraar. Als producer voor bijvoorbeeld Kendrick Lamar, Beyoncé en Frank Ocean heeft de Brit een behoorlijke stempel gedrukt op popmuziek van de laatste tien jaar. En dan is hij al jaren een strijd aan het voeren om de muziekindustrie te veranderen, om de macht en daarmee het geld te verschuiven van grote platenmaatschappijen en streamingdiensten naar de daadwerkelijke makers.

Op zichzelf zijn al die klussen al ingewikkeld genoeg om er af en toe eens een nacht wakker over te liggen. Misschien is al die drukte ook de reden dat zijn albums vaak wisselvallig zijn. Momenten van grote schoonheid en scherpte gaan vaak hand in hand met wat klagelijke wegdommelmomenten. Maar in de vele nummers dat James Blake raak schiet, doet hij altijd wat niemand anders kan. Hij kan zijn kwetsbare soul- en r&b-zang zachtjes laten dwalen in galmende dubstepkathedralen, en net zo makkelijk futuristische Londense dance maken. 

Goed nieuws: Blake heeft al lang niet, misschien zelfs nooit, een album gemaakt dat als geheel zo goed is als deze. Het iets minder goede nieuws: het kent ook wat minder momenten van overrompelende schoonheid. Dat blijkt niet erg. Bij veel nummers heb je pas halverwege door dat er iets moois aan het gebeuren is. Er zit meer dynamiek in zijn stem, de producties zijn gedetailleerder en alsmaar in beweging. Hoe die achteroverleunende beat met al zijn bitterzoete strijkers van ‘Didn’t Come to Argue’ zo achteloos overgaat in een zachte housebeat. En wat is er aan de hand met die versneden stemmen die als jazztoetsen worden vervormd? Dan de koorzang die de spookachtige basis vormt van ‘Death Of Love’, geknipt en geplakt uit ‘You Want it Darker’ van Leonard Cohen, prachtig. Aanrader ook om die twee nummers eens na elkaar te draaien. Sowieso is het wonderlijk waar de samples allemaal vandaan zijn getrokken voor dit album, en hoe Blake ze laat werken in een totaal andere context. Zo klinkt een repetitieve sample uit een lompe beuker van een grimetrack van Dizzee Rascal op ‘Days Go By’ omringd door een pluizige dwarsfluit verrassend vertederend.

Het is alsof er meer ontspanning in James Blake is gevaren, ondanks zijn drukke agenda en de talloze zware onderwerpen die worden aangestipt. Want het gaat nog steeds over hoe hij soms worstelt met zijn mentale gezondheid en dat net te goed kan verbergen. Of over hoe desinformatie zijn geboortestad Londen verscheurt. Maar toch, zelfs als hij met een nerveuze Tetris-riedel de club opzoekt, lijkt een warme gloed het allemaal bij elkaar te houden.

Ralph-Hermen Huiskamp

Hoe langer Kim Gordon muziek maakt, hoe radicaler ze wordt. Zowel inhoudelijk als muzikaal tart Gordon (ex-Sonic Youth) de buitenwereld, met claustrofobisch industriële klanken en boze teksten over „dirty tech” en „Immigrants/ Intersex/ Male dominated/ Injustice”(in ‘ByeBye25!’). Haar nieuwe muziek heeft genoeg dubbele bodems om aantrekkelijk te blijven. De ronkende blazers in het titelnummer verzachten de kermende zang en schonkige ritmes. Net als de kale baspartij die de chaos van ‘Busy Bee’ doorkruist. Gordon is ook grappig, bijvoorbeeld als ze switcht van nijdig naar sensueel. De verfoeide tech blijkt ook opwindend: „I like it when you talk dirty tech to me”.Hester Carvalho

Romig, zwierig, glijdend: zo krult het Metropole Orkest door de bochten van de orkestrale jazz. Internationaal excelleert het ensemble al decennia op het kruispunt van lichte muziek – van pop en jazz tot film en theater. Het is groovy meesterschap: het handelsmerk van een orkest even fluïde als wendbaar. En onder zijn vele dirigenten krijgt die soepele motor telkens een andere kleur.Arakatak is de peilstok na tachtig jaar op hoog niveau orkestrale jazz begeleiden, dragen en omhoog spelen: een verdiepende jubileumplaat met dirigente Miho Hazama. Voor het album schreef een droomrijtje jazzmuzikanten, van Donny McCaslin, Mark Guiliana, Vince Mendoza tot Tineke Postma, stukken. De gelaagde titeltrack van Morris Kliphuis is al een ongelofelijk binnenkomer.Amanda Kuyper

Op hun tiende album keert Tinariwen terug naar de basis van akoestische gitaren en kampvuren in de woestijn. De oervaders van de Toearegrock klinken minder duister dan op hun voorgaande albums. In de onrustige regio van Mali en Algerije hebben ze onderdak gevonden in de studio van Imarhan, een van de nieuwe generatie bands die zij inspireerden. Op Hoggar horen we meerdere jongere muzikanten, zoals leden van Terakaft, en we horen weer eens vrouwenstemmen in het bezwerende achtergrondkoor. Ondanks de lichtere klank zijn de teksten, gezongen in Tamashek, nog altijd diep politiek. In hypnotische rock bezingt Tinariwen het recht op zelfbeschikking voor de nomadische Toeareg, maar adresseert bijvoorbeeld ook de verstorende aanwezigheid van de Russische Wagner-groep in Mali.Leendert van der Valk

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Albumrecensies

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next