Mijn Ouders Voor deze rubriek sturen lezers een foto van hun ouders in. Deze keer stuurde Wim Groenenboom (1928) een foto van zijn ouders Leen Groenenboom (1898-1995) en Truus Groenenboom-Christiaanse (1897-1990).
Wim Groenenboom zit voorop bij vader Leen, broer Kees zit bij moeder Truus achterop.
„Waar deze foto is gemaakt is niet bekend. Mijn vader was amateurfotograaf maar hij heeft deze foto dus niet zelf gemaakt. Mijn broer Kees (1926-2020) zit bij mijn moeder achterop, ik bij mijn vader voorop. Vermoedelijk in 1931. Het was een gelukkig gezin. Mijn vader werkte na de mulo tot zijn pensioen als ‘kantoorbediende’ bij Van Nelle, in de binnenstad van Rotterdam. Hij was een Van Nelle-man in hart en nieren. Lid van de voetbalclub voor kantoormensen; fabriekspersoneel had een eigen club. Tennissen, zwemmen met collega’s – want het was een bedrijf met een antroposofische directie, dus goed voor het personeel. Hij zong in een mannenkoor en in een gemengd koor. Zingen in de Matthäus-Passion was voor hem een passie. Meer dan tachtig keer, ook als gast bij andere koren die een gebrek hadden aan tenoren.
Mijn vader kwam uit een groot gezin, aan de Zuidhoek in Charlois en lid van de Hervormde Kerk. Mijn moeder kwam ook uit een flink gezin en werkte tot haar huwelijk op kantoor bij een importeur van onder andere vulpennen. Dat zij „niet van de kerk was” moet wel wat spanningen hebben gegeven bij de familie Groenenboom.
De oorlogsjaren en de Hongerwinter moeten voor mijn ouders vol zorgen zijn geweest. Kees werd in 1943 opgepakt en als dwangarbeider naar Duitsland gevoerd. Hij vluchtte, dook onder in Heerenveen, bij de familie Miedema, tekende als vrijwilliger om Nederlands Oost-Indië te bevrijden van de Japanners maar kwam terecht in twee ‘politionele acties’.
We gingen iedere zomer twee weken op vakantie, naar Scheveningen en later naar Katwijk aan Zee. Op de foto zie je een duinlandschap maar het is onwaarschijnlijk dat wij met de fiets op vakantie waren. Of waren het huurfietsen?
Van mijn moeders jeugd en opvoeding weet ik niets. Mijn grootouders zijn ver voor de oorlog gescheiden, opa is hertrouwd. Ik heb zowel mijn biologische grootmoeder als mijn stiefgrootmoeder goed gekend. Zij woonden vlak bij ons. Er werd nooit over gesproken. Scheiden was een schande in die tijd. Er zijn nog heel wat vragen, maar zeker is dat ik lieve ouders heb gehad.”