Home

‘Stop met die idiote eisen qua vorm, gewicht en kleur voor groenten en fruit’

‘Absurde situaties’ in de voedselketen motiveren
Thibaud van der Steen in zijn strijd tegen voedselverspilling.
‘Zoals wortels die worden afgekeurd omdat ze qua vorm wat afwijken.’ Zijn organisatie No Waste Army is nog ‘een kleine jongen’ naast supermarkten, maar groeit wel hard.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Het grootste probleem is dat we een extreem efficiënt systeem hebben gecreëerd om voedsel van A naar B te krijgen. Afwijkende vormen passen daar letterlijk niet in. Dus in de race naar optimalisatie wordt slechts 85 procent van alle groente en fruit in het land daadwerkelijk gebruikt. De rest sneuvelt door schoonheidsidealen over vorm, kleur en gewicht. Het is die verspilling die wij willen tegengaan. Wij denken dat 95 tot 98 procent van alle fruit en groente bij consumenten terecht kan komen.’

Met No Waste Army spant Thibaud van der Steen (40) zich sinds 2023 in om voedselverspilling tegen te gaan, samen met zijn drie medeoprichters. Hun ‘leger van vrolijke strijders’ bestaat inmiddels uit ruim 27 duizend abonnees, die voor 210 euro per jaar vier keer een box met vooral groente en fruit ontvangen. Daarnaast organiseert No Waste Army eenmalige acties, zoals in januari, toen 916 duizend kilo wintergroenten die niet aan ‘de strenge eisen van supermarkten en inkopers’ voldeden, werd gered. Dankzij donaties kwam ruim 517 duizend kilo onder meer bij voedselbanken terecht.

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Een volgend project van Van der Steen, ‘chief of everything’ bij het twintig man tellende No Waste Army, is de bemiddeling tussen de vraag van voedselbanken en het aanbod van boeren en telers. ‘Enkele financieel krachtige partijen willen het mogelijk maken dat dit soort groenten en fruit structureel bij voedselbanken terechtkomt. Er is in Nederland veel geld om goed te doen, wij bemiddelen daarbij.’

Ondernemerschap is Van der Steen met de paplepel ingegeven. Opgroeiend in het Brabantse Drunen (‘een onbezorgde tijd met veel vrienden en vriendinnen’) bestieren zijn ouders een damesmodezaak, terwijl ‘hun broers en zussen ook ondernemingen hebben, van een eigen bankmerk tot een rondreizend circus en alles ertussenin’. Dat hij kiest voor mbo detailhandel en daarna hbo vrijetijdsmanagement in Breda ligt in die familielijn. Na zijn afstuderen werkt hij als rechterhand van een plaatselijke horecaondernemer, voor wie hij ‘acht ondernemingen in acht jaar’ uit de grond stampt; ‘een mega-leerschool’.

In 2019 volgt de overstap naar het Bredase technologiebedrijf CM.com, dat dan naar de beurs gaat. ‘Het doet onder meer de tickets en de marketing voor voetbalclubs en de formule 1, en ze waren op zoek naar ondernemerschap. Dat past wel bij me, dacht ik.’ Al na enkele maanden wordt duidelijk dat hij een vergissing heeft gemaakt. De ‘stroperigheid’ van een beursgenoteerd bedrijf, ‘met al zijn vergaderingen en managementlagen’, sluit ‘totaal niet aan’ bij de ondernemer pur sang die hij is. In zijn privéleven slaat dan het noodlot toe. Sieb, het eerste kind van hem en zijn vrouw Carlijn, overlijdt kort voor diens geboorte. Het drama zet hem op het spoor van een door idealen gedreven onderneming.

Wat gebeurde er?

‘De zwangerschap was vlekkeloos verlopen, maar kort voor de geboorte werd ik vanuit mijn werk naar het ziekenhuis geroepen. Het hartje van Sieb bleek niet meer te kloppen, Carlijn moest een stilgeboorte ondergaan. Onze wereld stortte in. In de maanden erna hadden we behoefte aan steun van familie en vrienden, maar corona brak uit, dus dat ging maar mondjesmaat. Ik belandde in de ziektewet, we zaten allebei in zak en as, in diepe rouw.

‘Toen kreeg ik foto’s van een Amsterdamse vriendin doorgestuurd. Zij bracht bossen tulpen bij mensen thuis. Ik zag lachende gezichten. Mensen waren blij met bloemen die anders door de shredder zouden zijn gehaald. Aan dat soort positieve acties voelde ik een enorme behoefte.

‘Carlijn, die aan marketing doet, had een eigen platform, ‘Breda maakt me blij’, waarop ze leuke dingen over de stad deelde met een paar duizend volgers. We zijn een actie met een bloementeler begonnen. Mensen kwamen de bloemen ophalen bij een pick-uppoint, coronaproof. We verdienden bijna niks, maar het leidde tot blije gezichten. Vrij snel daarna kwamen andere producten erbij, waaronder pompoenen.’

Kreeg u toen ook het thema voedselverspilling in het vizier?

‘Ja. Ik kwam in contact met Chris Poelen, een pompoenteler uit Groesbeek. Die vertelde me dat supermarkten en inkopers eisen dat pompoenen tussen 800 en 1.200 gram moeten wegen. Zijn ze groter of kleiner, dan kan hij ze alleen maar tegen een dumpprijs kwijt. Hij liet ons een immense hoeveelheid zien waarvoor hij geen bestemming had. ‘Dit slaat toch nergens op’, dacht ik. Dat soort absurde situaties kom ik vaker tegen. Een wortelteler zag een partij van 100 duizend kilo in zijn geheel worden afgekeurd, omdat iets te veel wortels een afwijkende vorm hadden. Hij moest kiezen tussen alles weer bij het sorteercentrum ophalen of de hele partij laten vernietigen. En onlangs was ik met een D66-Kamerlid bij een kolenteler. Door gunstig weer waren zijn kolen groter geworden dan het ideale maatje van een kilo, dat goed in een krat past. Dus werd van een kool van anderhalve kilo een pond afgepeld en de onderkant weggesneden. Dat soort dingen gebeuren.’

Wat ziet u als oplossing?

‘Het probleem ligt deels bij de consument, maar vooral bij de supermarkten en de inkopers die te weinig flexibel zijn. De inkoper wijst naar de supermarkt, die hem tot snelheid dwingt en daarom al die producteisen oplegt – afwijkende vormen betekenen meer werk, dus vertraging. De supermarkt wijst op haar beurt naar de consument, die gewend is dat zijn broccoli of paprika een bepaalde kleur en vorm heeft. Zelfs ik heb dat nog, ook al ben ik zeven dagen per week met No Waste Army bezig. Als ik even niet nadenk, pak ik die grote, rode paprika, in mijn brein ligt dat beeld opgeslagen. Als consumenten zeggen we wel dat we goed voor het milieu willen zijn, maar in de winkel kiezen we vaak niet zo. Dat hoor ik ook vaak van boeren en telers: ‘Mensen zeggen het een, maar doen het andere.’

‘De verandering zal vooral van de supermarkten en de inkopers moet komen, zij hebben de macht dingen echt te veranderen. Albert Heijn en Jumbo voeden miljoenen mensen, met onze 27 duizend abonnees zijn wij maar een kleine jongen. Maar het wordt anders wanneer we doorgroeien naar 100 duizend. Op den duur zullen supermarkten gedwongen worden te bewegen. Ze waken over hun imago en willen vooral niet de boeman zijn. Nu al merken we dat ze soms andere keuzen maken door wat wij aan acties doen.’

Kunt u dat concreet maken?

‘Met onze grote ophaalactie in januari kwamen we in het NOS Journaal. De NOS maakte een item over de oorzaken van voedselverspilling. Alle supermarkten werden op een zaterdag om een reactie gevraagd. Die luidt dan: ‘Wij vinden ook dat er wat aan voedselverspilling moet worden gedaan.’ Dat is al iets. Eén supermarkt stond zich erop voor spinazie met hagelschade te verkopen – niet zo’n sterk antwoord, als je het mij vraagt. Maar goed, de supermarkten waren in dat weekend hierover in touw, dus komt het onderwerp op maandag in hun vergaderingen terug. Ze krijgen door zo’n journaalitem ook veel mailtjes van hun eigen medewerkers die willen weten welk rol hun werkgever speelt. De druk komt dus van meerdere kanten. Politici kunnen helpen die verder op te voeren.’

Wat verwacht u dan van de politiek?

‘Dat er met wet- en regelgeving een einde wordt gemaakt aan al die eisen over vorm, gewicht en kleur van groenten en fruit. Waardoor bijvoorbeeld zo’n partij van 100 duizend kilo wortelen niet meer hoeft te worden vernietigd. Het bewustzijn daarover bij de politiek neemt gelukkig toe, mede door het klimaatprobleem.

‘Verspilling betekent dat er zinloos grond en water wordt verbruikt en CO2 wordt uitgestoten. Dat klimaatargument is doorgedrongen in Den Haag, het ministerie van Landbouw wil voedselverspilling in 2030 met 50 procent terugbrengen ten opzichte van 2015. Onze ‘commandant ketenverandering’, Mayke, was onlangs voor een kennissessie op het ministerie, waarbij ook de Rabobank en Jumbo aanwezig waren. Binnen drie jaar is het ons gelukt om voor zo’n bijeenkomst te worden uitgenodigd.

‘Een van de conclusies was dat alle partijen moeten samenwerken om het systeem te veranderen. Het is opgezet met de beste bedoelingen, maar we zitten ook gevangen in de huidige voedselketen. Jaarlijks kun je een rij vrachtwagens van Utrecht tot Barcelona met alle verspilling vullen. Dus gaan we door met tegen het systeem trappen, maar wel in het besef dat we alle anderen moeten meekrijgen. De politiek is daarbij essentieel.’

Er zijn veel initiatieven om de afstand tussen boeren en consumenten te verkleinen, maar weinigen houden hun initiatief ook vol. Waardoor lukt het jullie om al drie jaar lang te groeien?

‘Bj idealistische start-ups zie je vaak dat de missie op één, twee, drie, vier en vijf staat en het financiële plaatje op tien. Ik begrijp die gedrevenheid volledig, maar om te blijven voortbestaan, moet je ook ervaring met ondernemen hebben. Dat hebben wij in huis – met ons vieren, de oprichters, zijn we goed voor zeventig jaar ondernemerschap. Een van ons, Stijn Markusse, heeft al in 2013 Boerschappen opgericht, een coöperatie die boxen met gezonde, duurzaam geproduceerde landbouwproducten aan zijn klanten levert.

‘Boerschappen heeft ons enorm geholpen bij het hoofdpijndossier van een start-up als wij: de distributie. Voor een beginnende onderneming is die uiterst complex en vooral ook duur, wij hebben kunnen profiteren van de kennis, ervaring en het netwerk van Boerschappen. Dat is een groot voordeel voor ons geweest. Wat ook enorm heeft geholpen, is onze keuze voor een abonneesysteem – onze klanten betalen vooruit, we incasseren het abonnementsgeld aan het begin van een kwartaal. Daardoor kunnen we met dat geld aan de slag.

‘Ten slotte hebben we een flinke dosis geluk gehad. Andere initiatieven waren jaren eerder maar hebben het niet gehaald. Albert Heijn had in de jaren tien Buitenbeentjes, maar dat kreeg kritiek van het tv-programma Keuringsdienst van waarde. Dat ging viraal, het betekende eigenlijk einde oefening. Net zoals het initiatief om niet perfect gevormde komkommers, Kromkommers, aan de man te brengen het niet heeft gehaald. Wij hadden het geluk van een goede timing, mensen zijn zich inmiddels bewuster van het probleem van voedselverspilling. Daardoor kregen we in 2023 in het eerste kwartaal al vierduizend abonnees en zaten we in kwartaal twee op tienduizend.’

Loopt u niet het risico dat geld verdienen voor No Waste Army belangrijker wordt dan de strijd tegen voedselverspilling?

‘Daar ben ik eerlijk gezegd absoluut niet bang voor. We hebben als oprichters zoals gezegd zeventig jaar ondernemerservaring, maar ook een groot sociaal en duurzaam hart. Bovendien nemen we mensen aan die nog groener zijn dan wij. Die komen hier werken, omdat ze pal staan voor onze missie. Zij houden ons scherp. Als wij met een voorstel zouden komen dat financieel interessant is, maar niet goed voor de missie, zullen ze dat ons inpeperen. Ik zie eerder gebeuren dat we in de toekomst alleen maar meer vanuit onze missie zullen worden gedreven.’

Boekentip: Licht in de tunnel van Marc de Hond

‘Een inspirerend boek. Toen we ons op het diepste punt van ons leven bevonden, na de dood van onze Sieb, gingen we in die donkere tunnel zelf de lichtjes ophangen en hebben we een weg vooruit gevonden. Zonder Sieb geen No Waste Army, dat blijft voor ons een bijzondere gedachte.’

Meer tekst

Boektip:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next