‘What’s your favorite funny face?”rvroegen ze Jim Carrey op de rode loper ter ere van de uitreiking van een Ere-César voor zijn oeuvre. ”The one I’m wearing right now”, zei hij en glimlachte breed, waardoor zijn plotseling volle wangen nog meer opbolden.
Jim Carrey, de magere acteur met gezichtsspieren van elastiek, superster van fysieke comedy’s in de jaren 90, leek altijd, ook nadat hij later in zijn carrière in gevoelige dramafilms ging spelen, in het openbaar een zekere hardheid uit te stralen. Als gast in talkshows toont hij zich voornamelijk een brok onrust met zijn slimme, donkere ogen die over het publiek heen en weer schieten, zijn grijnslach die de rest van zijn gezicht in groeven plooit. Hij ontregelt, in zijn rappe grappen of plotselinge monologen over de duistere Hollywoodelite.
Maar bij César-avond kwam er een heel andere Carrey tevoorschijn. Gladde huid, volle lippen, open ogen en een lieve lach. Bescheiden stond hij de pers te woord. Stotterend sprak hij in het Frans zijn onmetelijke dank uit.
De volgende dag had het internet besloten dat deze Jim Carrey nep was. Hij had de pedo-elite in Hollywood te veel tegen zich in het harnas gejaagd en was daarom gekloond en vervangen. Het kon de echte Jim niet zijn, deze milde lieverd, die zo blij was met een eervolle prijs. Jim had immer niks met prijzen, die doorzag het circus. De échte Jim was iemand die Epstein al in de smiezen had voor we allen geconfronteerd werden met de georganiseerde perversiteiten van de superrijken.
Dat Carrey een man op leeftijd is in een industrie waar niemand lijkt te ontkomen aan het mes en de spuit: dat kwam in de meesten niet op. Want daardoor zou hij één van hen zijn: een elitefiguur, een Hollywoodmonster.
De meest waarschijnlijke optie, dat Carrey een acteur is die oprecht gevleid is door deze erkenning, er misschien op z’n best uit wilde zien, uitgeschoten is met de fillers en vervolgens daar zelf aan refereerde door zijn nieuwe uiterlijk tot zijn favoriete masker te verklaren, kwam niet in mensen op. Of, ook een optie: hij paste zijn gedrag, zoals een echte acteur wel vaker doet, aan zijn nieuwe voorkomen aan. Een geweldige, nieuwe rol: zo lieflijk als zijn ronde gezicht.
Maar wat deze doorgedraaide internetrel ons vooral vertelt, is dat we geen onderscheid meer kunnen maken tussen spel en werkelijkheid. Jim Carrey acteert altijd. Ook als hij in de shiny talkshow van Jimmy Kimmel een driehoek maakt met zijn handen en zijn tong daartussen wurmt, om zo het teken van de illuminati te imiteren, is hij niet per se een politiek statement aan het maken, maar bezig met ons van ons stuk te brengen. Zijn grote voorbeeld is niet voor niets Andy Kaufman, de man die het tot zijn levenswerk maakte om de grens tussen realiteit en performance op te heffen en zijn publiek daarmee confuus achter te laten.
Andere voorbeeld: in Duitsland is onlangs een acteur tijdens de voorstelling Catarina and the Beauty of Killing Fascists bekogeld en door toeschouwers praktisch van het podium weggesleurd, omdat hij (overtuigend) een fascist speelde.
De samenleving lijkt niet meer om te kunnen gaan met verwarring. Men wil dat alles ‘echt’ is, waarschijnlijk omdat er op het wereldtoneel zoveel wordt gelogen. En zo verzint men een sluitende, maar knotsgekke werkelijkheid, waarin kunst verdacht wordt gemaakt als instrument voor duistere plannen ‘achter de schermen,’ of dat nou om de pedo-elite of woke-agenda gaat.
Zo dreigt kunst, in al haar weigering om eenduidig te zijn, steeds meer aan de paranoïde, collectieve geest van deze tijd ten onder te gaan.
Terwijl: we hebben funny faces nodig. Meer dan ooit.