Abortuszorg Gemeenten moeten werk maken van de bescherming van mensen die een abortuskliniek bezoeken, schrijven Emma Bakels en Puck Isfordink. Werk aan bufferzones, zoals Arnhem al doet.
In Nederland zien we onszelf graag als voorloper op het gebied van vrouwenrechten. Dat dit wereldbeeld achterhaald is, wordt pijnlijk duidelijk door onze 43ste plek op de wereldranglijst voor gendergelijkheid. Een schrijnend voorbeeld van deze lage positie zijn de intimidaties bij abortusklinieken verspreid door het land. Hoewel het recht op abortus in Nederland landelijk bepaald is in de Wet afbreking zwangerschap (Wafz), valt veilige toegang tot abortuszorg onder gemeentelijke politiek. Met grote regionale verschillen tot gevolg.
Emma Bakels en Puck Isfordink werken voor Stichting Samen naar de Kliniek.
Regelmatig wordt er direct voor abortusklinieken actie gevoerd door kleine, maar steeds brutalere groepen anti-abortusactivisten. Deze acties zijn invasief, choquerend en bovenal intimiderend voor kliniekbezoekers, het personeel en passanten. Zo worden er folders uitgedeeld met schokkende beelden van foetussen die geaborteerd lijken te worden. Bovendien wordt hier vaak misleidende beeldtaal gebruikt: de foetussen in de folders verkeren in een vergevorderd stadium van een zwangerschap, terwijl 88 procent van de abortussen in Nederland in het eerste trimester plaatsvinden.
Dit soort intimidaties vinden plaats door heel Nederland. Eind vorig jaar was er in Amsterdam zelfs een incident waarbij mensen bezoekers filmden terwijl ze een kliniek binnengingen. Het zou onacceptabel moeten zijn dat een bezoek aan een medische instelling gepaard gaat met confrontatie en een gevoel van onveiligheid.
Ook medisch personeel wordt regelmatig aangesproken, wat ondermijnend is voor deze medewerkers die integer, professioneel en zorgvuldig invulling geven aan de abortuszorg. Maatschappelijke ophef, en daarmee actie uit Den Haag, blijft zo goed als uit. Voormalig vicepremier Mona Keijzer hield in december juist nog een initiatief tegen dat pleitte voor bufferzones.
Het recht om te demonstreren is een niet te onderschatten en fundamenteel recht, verankerd in de grondwet. Maar dat is direct waar de schoen wringt: dit is geen demonstratie, maar intimidatie. Deze acties vinden plaats op de stoep van de abortusklinieken waar individuele bezoekers het doelwit zijn, in plaats van op een neutrale, publieke locatie waar beleid ter discussie wordt gesteld en het publieke debat opgezocht wordt. Zo hebben deze acties niets meer met demonstreren te maken, maar met het gericht persoonlijk intimideren in een poging mensen van hun persoonlijke keuzes te weerhouden. Het recht op zelfbeschikking is net zo goed verankerd in de grondwet. En vrijheid van meningsuiting stopt waar intimidatie begint. Wanneer protest omslaat in intimidatie, verstoring en confrontatie, verdwijnt de rust die bij zorginstellingen vanzelfsprekend zou moeten zijn. Dit legitimeert beleid over het beperken van deze acties rondom de locaties van klinieken en onderstreept de noodzaak voor zogenaamde ‘bufferzones’.
De gemeente Arnhem bewijst dat het wél kan. Sinds een aantal jaar is er een bufferzone van 500 meter rondom de abortuskliniek. Mensen mogen in de buurt van de kliniek geen mensen lastigvallen met ongevraagde adviezen, meningen of verwensingen over hun keuze voor abortus. Binnen de bufferzone is geen plek voor intimidatie, wel voor zorg. Buiten de bufferzone is ruimte voor demonstratie, als individuele kliniekbezoekers niet het doel zijn, maar demonstranten een debat zoeken in de publieke ruimte.
In veel andere gemeenten komen bufferzones niet van de grond door juridische strijd met activisten. Neem bijvoorbeeld Utrecht. Daar kreeg de politieke partij Jezus Leeft onlangs gelijk van de hoogste bestuursrechter: zij mogen weer pal voor de kliniek staan met teksten als „abortus is moord”. De rechter heeft hier alleen getoetst op het demonstratierecht, want een landelijk kader voor bufferzones ontbreekt. Deze grote verschillen tussen gemeenten vragen om eenduidig, landelijk beleid. Abortuswetgeving is landelijk geregeld, dus vrije toegang tot abortuszorg zou ook niet afhankelijk moeten zijn van de gemeente waarin je woont.
Vooralsnog blijven gemeenten in de vijftien steden met een abortuskliniek dus verantwoordelijk voor het instellen en behouden van bufferzones. Tot er landelijk beleid is – met toetsing breder dan het demonstratierecht – zijn inwoners aan zet om druk uit te oefenen: op 18 maart, via de stembus. Een stem op een partij die actie onderneemt voor bufferzones kan het verschil maken in beleid tegen intimidatie en voor vrije toegang tot abortuszorg voor iedereen.