Home

Jeanette Winterson ziet zichzelf als een evangelist voor de literatuur

Jeanette Winterson Fictie redde het leven van Jeanette Winterson, zo schrijft ze in haar nieuwe autobiografische boek. Het is een tjokvolle literaire grabbelton: een wilde mix van fictie, herinneringen, maatschappijkritiek en overpeinzingen.

Swindon, Engeland.

Jeanette Winterson: Een Aladdin, twee lampen. (One Aladdin, Two Lamps) Vert. Arthur Wevers.

Pluim, 320 blz. € 26,50

In De vertellingen van duizend-en-één-nacht lukt het de schrandere Sjeherazade elke nacht weer om haar leven te verlengen door de moordlustige sultan Sjahriaar een verhaal met een onweerstaanbare cliffhanger te presenteren. Elke nacht weer besluit de sultan toch nog maar even niet Sjeherazade’s hoofd van haar romp te scheiden zodat hij het vervolg van de vertelling niet hoeft te missen. Dit is de kracht van literatuur: fictie redt het leven van Sjeherazade.

Fictie redde ook het leven van de Engelse schrijfster Jeanette Winterson (1959). Een treurigere jeugd dan die van Winterson is nauwelijks denkbaar: ze groeide op in een arm arbeidersgezin in de buurt van Manchester, enig kind van pinkstergelovige ouders die haar als baby geadopteerd hebben maar daar al snel spijt van kregen – „De duivel heeft ons naar het verkeerde wiegje geleid”, concludeert haar moeder. Tot overmaat van ramp blijkt deze duivelse dochter ook nog op vrouwen te vallen, iets dat voor haar familie en haar kerk onaanvaardbaar is.

Godzijdank ontdekt Winterson op jonge leeftijd het bestaan van de bibliotheek. Ze begint te lezen en houdt nooit meer op – al is het een constante strijd om dit verborgen te houden voor haar moeder. ‘Mevrouw Winterson’, zoals Winterson haar noemt, begrijpt de kracht van literatuur net zo goed als haar dochter en probeert voortdurend haar lectuur af te pakken. („Het probleem met een boek,” legt mevrouw Winterson uit, „is dat je pas weet wat erin staat als het te laat is.”) Boeken zijn de redding van dit dubbel ongewenste adoptiekind. Ze leert hoe woorden en verhalen werken en gebruikt die kennis om een plek aan Oxford te bemachtigen.

De rest is geschiedenis: op haar 26ste debuteerde Winterson met Sinaasappels zijn niet de enige vruchten (1985), inmiddels een queer klassieker, en naast nog twaalf romans produceerde ze in hoog tempo novelles, korte verhalen, kinderboeken en een autobiografie, Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? (2011).

Nu is er Een Aladdin, twee lampen, een wilde mix van fictie, herinneringen, maatschappijkritiek, persoonlijke overpeinzingen en literatuuranalyse. Winterson gebruikt De vertellingen van duizend-en-één-nacht als leidraad voor een betoog over – over alles, eigenlijk. Over racisme, klimaatverandering, vrouwenrechten, populisme, TikTok, tech bro’s, de genocide in Gaza, de King James-bijbel, William Shakespeare, Samuel Beckett, Boris Johnson, Charles Dickens, slavernij, onbetrouwbare vertellers, Harry Potter, cryptomunten, The Scarlet Letter van Nathaniel Hawthorne, de Stasi, Mao Zedong, cancelcultuur, Donald Trump (uiteraard), Google, de Taliban, AI, seksisme, de Odyssee, het borstkankergen, algebra, het koninkrijk Mali.

Nu denkt u misschien, is dat niet wat veel? Ja, is het antwoord op die vraag, het is inderdaad wat veel. Wintersons project is sympathiek. Ze wil laten zien hoe verhalen – met name het verhaal dat de witte, heteroseksuele man superieur is – gebruikt worden om bepaalde groepen (vrouwen, mensen van kleur, iedereen die zich als non-binair, homoseksueel of anderszins queer identificeert) te onderdrukken. Vooral wil ze tonen dat je dit soort leugenachtige discoursen met behulp van literatuur onderuit kan halen – en hierin is ze toch het resultaat van haar protestantse opvoeding: ze noemt zichzelf „een evangelist voor de literatuur”.

Evangelisten

Dat is nobel en goed (ik ben ook voor de literatuur!) maar het probleem met evangelisten is dat ze best irritant zijn en het belerende toontje van Een Aladdin, twee lampen ging mij al snel vervelen. Winterson heeft heel erg gelijk en met opgeheven vinger probeert ze haar lezers daarvan overtuigen. Daarbij springt ze van de hak op de tak, vliegt van het ene onderwerp naar het andere zonder dat duidelijk wordt wat nou precies de relatie is tussen al haar verschillende associaties – het is alsof je bij het praatprogramma zit van een presentator met een zeer ernstige vorm van ADHD. Een uitputtende ervaring.

Het sterkst en het ontroerendst zijn de momenten waarop ze nadenkt over haar jeugd, of zich voorvallen herinnert met haar zeer gestoorde moeder, die ze ondanks alles met humor en mededogen beschrijft („Ze was een monster”, stelt ze in haar autobiografie, „maar ze was mijn monster.”) Dit tripje naar de stad, bijvoorbeeld, met mevrouw Winterson: „Langs de Woolworths. ‘Een Poel van Verderf.’ Langs de Marks and Spencer. ‘De Joden hebben Jezus vermoord.’ Langs de begrafenisondernemer en de broodjeszaak. ‘Ze gebruiken dezelfde oven.’ Langs de koekjeskraam en de eigenaren met hun ronde gezicht. ‘Incest.’ Langs de dierenwinkel. ‘Bestialiteit.’ Langs de bank. ‘Woekeraars.’ Langs het bureau voor rechtsbijstand. ‘Communisten.’ Langs de kinderopvang. ‘Ongetrouwde moeders.’ Langs de kapper. ‘IJdelheid.’”

Dergelijke passages zijn schitterend, maar voor doorgewinterde Winterson-lezers bekend terrein. Zoals ze zelf schrijft: „Als je meer wilt weten over deze tijd in mijn leven kun je erover lezen in Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?”

Naast dit soort pareltjes zit Een Aladdin, twee lampen helaas ook vol flauwe, voor de hand liggende, bizarre of onnavolgbare ideeën en observaties. Het resultaat is een boek als een grabbelton: veel mooie verrassingen maar ook een hoop zaagsel.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Boekrecensies fictie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next