Home

Het ‘gif’ van Komrij

Columns zijn zeer vergankelijk, net als de schrijvers ervan, maar ze kunnen soms toch verrassend lang doorklinken. Wat te denken van een column van 8 maart 1989 in NRC Handelsblad? Hij ligt hier naast me, uitgeknipt en vergeeld, opgeborgen in een boek van de schrijver ervan, Gerrit Komrij.

Ik heb die column destijds kennelijk zo opmerkelijk gevonden dat ik hem meteen heb uitgeknipt. Liefst 37 jaar later keert deze column terug in de titel van een boek van Lotfi El Hamidi: Stakkers en wolven – in de schaduw van Gaza.

Naar aanleiding van een uit de hand gelopen, anti-Rushdiedemonstratie van moslims in Rotterdam schreef een woedende Komrij: ,,Dat allemaal op onze kosten. Onder onze politie-escorte. We gaven ze zelf de stok waarmee we nu worden geslagen. We hebben ze als stakkers verwend en krijgen ze als wolven terug.’’

In een voorafgaande alinea schreef Komrij: ,,Het is allemaal vergeefs geweest, het welzijnswerk en het gebabbel over anti-racisme. Verspilde moeite. Weggegooid geld. Niet één spat van redelijkheid of tolerantie is aan die groep, die zo lang in een maatschappij heeft geleefd die haar waarachtig ook wel wat te bieden had, blijven kleven.’’

El Hamidi was pas drie jaar oud toen die column verscheen, maar hij moet later vaak met zulke geluiden zijn geconfronteerd, vooral toen Pim Fortuyn en vervolgens Geert Wilders aan hun opmars begonnen. Komrij was fel anti-islam, hij had al enkele jaren eerder een column afgesloten met de zin: ,,Op een ochtend zullen we wakker worden en allemaal Ali heten.’’ Ook dat is een zin die Martin Bosma, tekstschrijver voor Wilders, graag bedacht zou hebben.

Komrij schoot door in zijn afkeer van de islam, hij begon te generaliseren, die onredelijke anti-Rushdiedemonstranten werden ‘ze’ , álle moslims in Nederland. De nieuwe generaties moslims moesten voortdurend optornen tegen zulke vooroordelen. Als jonge vader, vertelde El Hamidi in NRC (waarvan hij zelf redacteur was), moest hij zijn dochter uitleggen wat Wilders bedoelde met zijn ‘minder Marokkanen’- uitspraak. ,,Waarom heeft die meneer zo’n hekel aan ons?’’, vroeg ze.

In de Volkskrant noemde El Hamidi de column van Komrij ,,giftig’’. ,,Komrij was zijn tijd ver vooruit. Die denkbeelden zijn nu zo volstrekt genormaliseerd: moslims, die mensen horen hier eigenlijk niet, ze zijn gewelddadig, haten vrouwen, haten ons. Ook over asielzoekers wordt zo gesproken.’’

De ironie van deze geschiedenis wil dat ook Komrij zelf de dupe werd van zijn tunnelvisie op de islam. In 1990 beweerde hoogleraar Teun A. van Dijk dat Komrij schuilging achter het pseudoniem Mohammed Rasoel, die het racistische pamflet De ondergang van Nederland had geschreven. Van Dijk noemde Komrij een ,,elitair racist’’. Komrij ontkende furieus en daagde Van Dijk voor de rechter. Het Amsterdamse strafhof tikte Van Dijk op de vingers (,,zeer onvoorzichtig’’), maar liet het daarbij omdat Komrij zich als columnist zelf kon verdedigen.

Zelf ben ik ervan overtuigd dat Komrij hier de waarheid sprak, ook omdat ik een zeer sterk vermoeden heb wie de werkelijke schrijver van dit pamflet was.

Discriminatie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next