Franse gemeenteraadsverkiezingen Perpignan is de grootste stad in Frankrijk waar Rassemblement National de burgemeester levert. Na de gemeenteraadsverkiezingen hoopt Louis Aliot op een tweede termijn. Tegenstanders vinden dat hij weinig heeft bereikt.
Louis Aliot, burgemeester van Perpignan, op zijn bank in de kleuren van de Franse vlag in het stadhuis.
Na het uitgaan van de scholen hangt een groepje scholieren in een winkelstraatje in het Zuid-Franse Perpignan. Een stelletje leunt verliefd tegen elkaar aan. Een groepje staat te vapen. Een vijftal jongens in joggingbroek begint te stoeien, ze trekken elkaar lachend naar de grond. Als een oudere man er per ongeluk tussenkomt, schrikken ze. Maar hij geeft ze een hand en zegt tegen een omstander: „We zijn zelf ook jong geweest hè.”
Niet iedereen is zo toegeeflijk. „Ze hebben de flics gebeld!”, roept een van de jongens. En ja hoor: binnen een paar minuten arriveren twee agenten op mountainbikes. De stoeiende jongens stuiven weg, hun achterblijvende schoolgenoten bezweren de agenten het groepje niet te kennen. Het duo gespt hun helm zuchtend vast en fietst door.
Flics zijn nooit ver weg in Perpignan, een pastelkleurige provinciestad met 120.000 inwoners tussen de Middellandse Zee en de Pyreneeën. In het stadscentrum kruis je geregeld patrouillerende agenten. In de buitenwijken rijden wagens van de gemeentelijke politie en agenten in burger in witte Peugeots voorbij.
De toegenomen politieaanwezigheid is een van de duidelijkste uitwerkingen van het beleid van burgemeester Louis Aliot (56) van het radicaal-rechtse Rassemblement National (RN). Aliot is vicevoorzitter van de partij, ex-geliefde van voorvrouw Marine Le Pen en voormalig rechterhand van oprichter Jean-Marie Le Pen. Hij werd in 2020 verkozen en hoopt bij de gemeenteraadsverkiezingen op 15 en 22 maart een tweede termijn te krijgen.
Twee agenten van de gemeentelijke politie patrouilleren in een winkelcentrum in Perpignan.
Perpignan is de grootste stad in handen van het RN. De partij is de grootste in de gemeenteraad en levert de burgemeester. De kans is groot dat na de lokale verkiezingen tal van andere steden volgen: zelfs in het linkse Marseille maakt de RN-kandidaat kans. Wat is de impact van een radicaal-rechtse maire voor een stad?
Meer politie is het duidelijkste antwoord op die vraag. „Veiligheid was in 2020 onze prioriteit en is dat nog steeds”, zegt Aliot in het Hôtel de Ville. Zijn communicatieadviseur (tevens zijn echtgenote) is aanwezig en knikt hem bemoedigend toe. Sinds Aliot burgemeester is, zijn 37 extra gemeentelijke agenten aangenomen en zes extra politieposten geopend. Met een politiekorps van 205 agenten heeft Perpignan na Cannes nu het hoogste aantal agenten per burger van Frankrijk.
Hoewel de agenten vooral in het historische centrum zichtbaar zijn, zijn de effecten mager: de criminaliteitscijfers stegen zelfs sinds Aliot aantrad. Volgens Agnès Langevine (57), burgemeesterskandidaat voor een fusielijst van centrum- en linkse partijen, komt dit doordat de gemeentelijke politie (geleid door Philippe Rouch, een jeugdvriend van Aliot) vooral inzet op repressie. „Zij zou een police de proximité moeten zijn, die dichtbij het volk staat”, zegt Langevine in haar campagnekantoortje. „Maar de politie van Perpignan is gevuld met mensen die eerder bij de gendarmerie of de nationale politie zaten en vooral goed zijn in interventies. En er is te weinig aandacht voor preventie.”
Burgemeesterskandidaat Agnès Langevine (rechts) in haar kantoor in Perpignan.
Een gemeentelijke politiepost in het centrum van Perpignan.
Aliot stelt dat het uitgebreide politiekorps wel effect heeft: „mensen voelen zich veiliger”. Dit kan hij niet met cijfers onderbouwen, maar NRC spreekt wel inwoners die zeggen zich veiliger te voelen. Op de vraag of Aliot vooraf op meer resultaten had gehoopt, zegt hij: „Vooraf wisten we niet dat er zoveel meer clandestins (illegalen) zouden komen.” Het aantal aanhoudingen van migranten zonder papieren aan de nabijgelegen grens met Spanje is inderdaad toegenomen. „En dat de problemen rondom drugscriminaliteit zouden exploderen”, zegt Aliot. Dat laatste speelt in heel Frankrijk, waar de drugsmarkt sinds 2010 verdrievoudigde.
Volgens politiedirecteur Rouch versterken de twee zaken elkaar: „Vroeger werd gedeald door jongeren uit de buurt, sinds een jaar of zes zijn negen op de tien mensen die wij arresteren bij drugsverkooppunten immigranten zonder papieren”, zegt hij telefonisch. „Vaak minderjarigen zonder ouders. Deze groep gebruikt ook meer geweld, denk aan straatgevechten of gewapende overvallen.” Officiële cijfers heeft hij niet, „omdat etniciteit registreren verboden is in Frankrijk”.
Ook op het gebied van cultuur veranderde een aantal zaken. Raph Dumas (51), dj, evenementenorganisator en medestander van Langevine, vertelt in een café dat Perpignan een „dynamische en energieke stad” was met „veel ruimte voor alternatieve muziek zoals Catalaanse muziek”. De Jeudis de Perpignan waarbij op zomerse donderdagen overal straatoptredens plaatsvonden, trokken tot 17.000 bezoekers per dag, tot Aliot het evenement in 2021 beëindigde.
Volgens Dumas verstikte de gemeente het culturele leven ook op andere manieren. „Na de coronacrisis hadden veel artiesten en creatievelingen het financieel moeilijk. De gemeente heeft toen niet geholpen.” Ook zouden minder vergunningen voor evenementen verleend worden. „Alles bij elkaar maakt dat de stad nu praktisch dood, vooral in de winter.”
Wel organiseert de gemeente zelf concerten en zijn er andere evenementen opgezet, benadrukt Aliot. Bijvoorbeeld het „heel succesvolle Rayonnantes”, een evenement dat in de lokale pers als flop is beschreven, en de jaarlijkse kerstparade. Dumas noemt de door de gemeente georganiseerde evenementen „populistisch”. „De kerstmarkt wordt niet eens georganiseerd door lokale artiesten. Voor andere evenementen worden fortuinen uitgegeven om bekende zangers naar Perpignan te halen. Of een coverband die populaire liedjes nazingt.”
Populistisch of niet, er is publiek voor: de kerstparade wordt ieder jaar druk bezocht, en sommige Perpignannais tonen zich positief over Aliots creaties. Zo zegt de gepensioneerde ambtenaar Claude Sanmartin (83) dat „fijne mensen” afkomen op de door de gemeente georganiseerde evenementen. „Laatst kwamen dansers van de Parijse opera. Dat trekt mensen aan met een bepaald gevoel voor cultuur, gitans [Roma] vinden dat niks.” Perpignan kent een grote (en gestigmatiseerde) Roma-gemeenschap.
Dumas merkt dat Aliots partijkleur artiesten afschrikt. „DJ’s zijn minder happig te komen, of alleen als je een astronomisch bedrag aanbiedt.” Dat ziet schrijver Jean-Jacques Bedu (61) ook in de boekenwereld. „Een RN-burgemeester bevlekt onze reputatie. Als ik met uitgevers of schrijvers uit Parijs praat, wordt steevast benoemd dat wij ‘een wel heel bijzondere burgemeester’ hebben.”
In de wijk Saint Jacques, waar veel mensen uit de Roma-gemeenschap wonen, zijn huizen gestut met steigers tegen het instortingsgevaar.
Schrijver Jean-Jacques Bedu vindt dat de partijkleur van de burgemeester van Perpignan de reputatie van de stad bevlekt.
Ook zagen onder Aliot enkele uitgesproken radicaal-rechtse evenementen het daglicht. Zo vindt sinds 2024 de Printemps de la Liberté d’Expression plaats, waarbij radicaal-rechtse denkers spreken. Aliot: „Linkse denkers zijn ook welkom, maar willen niet komen.” In hetzelfde jaar trok de gemeente 100.000 euro uit voor een omstreden foto-expositie waarin de aanslagen van Hamas van 7 oktober werden vergeleken met het geweld van Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders van de FLN. Voor de burgemeester speelde bij deze keuze mee dat er op het beroemde fotojournalistiekfestival in Perpignan in zijn optiek onevenredig veel ruimte was voor het Palestijnse leed ten opzichte van het Israëlische.
De keuze voor een expositie over de FLN past ook bij Aliot, die als zoon en kleinzoon van pieds-noirs (Fransen die in gekoloniseerd Algerije woonden) graag ruimte biedt aan een geromantiseerd verhaal over de kolonisatie van Algerije (1830-1962). Dat deed hij bijvoorbeeld door een straat te vernoemen naar Pierre Sergent, leider van een extreemrechtse groepering die aanslagen pleegde op onafhankelijkheidsstrijders.
Ook investeerde de burgemeester in de renovatie van het Nationaal Documentatiecentrum voor Fransen van Algerije. In het centrum, gevuld met legeruniformen en -medailles en luchtfoto’s van de kaarsrechte dorpjes die de Fransen in Algerije aanlegden, gaat het niet over de gruweldaden van het Franse leger, maar over de wegen en ziekenhuizen die werden gebouwd. Er wordt niet genoemd dat dorpen werden platgebrand om het Algerijnse volk tot onderwerping te dwingen, wel hoe duizenden scholen werden gesticht. „Koloniseren betekent bevolken en ontwikkelen”, staat op een informatiebord.
Voorzitter Suzy Simon-Nicaise vindt dat haar Nationaal Documentatiecentrum voor Fransen van Algerije met feiten toont hoe het dagelijks leven in Frans Algerije was.
Foto’s en tijdschriften in het Nationaal Documentatiecentrum voor Fransen van Algerije.
Voorzitter Suzy Simon-Nicaise (72) zegt dat haar centrum „onderbouwd met feiten toont hoe het dagelijks leven in Frans Algerije was”. Dit zou nodig zijn om tegenwicht te bieden aan het „door het heersende bien-pensance (‘correct denken’) ontstane beeld dat kolonisatie iets verschrikkelijks was”, zegt Simon-Nicaise. „Zelfs president Macron heeft gezegd dat de kolonisatie een misdaad tegen de menselijkheid was.”
Simon-Nicaise erkent flinke subsidies van Aliot te hebben ontvangen, maar dat wil volgens haar niet zeggen dat haar centrum meer steun geniet dan eerder. „Ook Aliots [rechtse] voorgangers hebben altijd een luisterend oor voor ons gehad.” Hierbij speelt de lokale context mee: na de dekolonisatie vestigden tienduizenden pieds-noirs en harkis (Algerijnen die meevochten met het Franse leger) zich in Perpignan. Zij en hun nabestaanden vormen een belangrijke kiezersgroep. „In Perpignan kun je niet níet over Frans Algerije praten”, zegt Aliot.
Een woord dat steeds terugkomt als critici over Aliots beleid spreken, is immobilisme: onbeweeglijkheid. „De balans van zijn beleid is zéro”, zegt zijn opponent Langevine. „Het is niet voor niets dat hij nu campagne voert op dezelfde thema’s: er is niets veranderd en hij legt de schuld daarvan altijd bij anderen.”
Aliot had tal van projecten aangekondigd, zoals de oprichting van een pretpark over de filmwereld, maar veruit de meeste kwamen niet tot stand. Zoals Langevine voorspelde vindt Aliot dit niet zijn eigen schuld. „Eerst was de coronacrisis, daarna de oorlog in Oekraïne die de energieprijzen opdreef”, somt de burgemeester op. „En sommige projecten zijn wel in gang gezet: er worden onderzoeken gedaan, dossiers opgesteld. Met de huidige regeldruk – waar mijn voorgangers geen last van hadden – kunnen zulke processen jaren duren.”
De stadsreiniging is wel verbeterd. „De schoonmaakdiensten waren totaal gedesorganiseerd, wij hebben orde op zaken gesteld en anderhalf miljoen geïnvesteerd”, zegt Aliot. Centrumbewoners vertellen inderdaad dat het stadscentrum schoner is. De wijken verder van het centrum zijn beduidend viezer, maar dat ligt volgens Aliot aan de inwoners. „Tijdens mijn volgende mandaat gaan we daar wat aan doen.”
In de wijk Saint-Jacques, waar veel Roma wonen, ligt veel afval op straat en verkeren de panden in slechte staat. Bewoners onderstrepen wat Aliot zegt. Zo gebaart de 57-jarige ijzerbewerker Vincent Pubill naar de plastic zakjes en etensresten op het pleintje waar hij met twee vrienden staat te kletsen („over god”). „De gemeentelijke diensten komen wel langs, maar de inwoners blijven alles op straat gooien.” Zijn buurtgenoot Antoine Gimenez (79) zegt zich vooral te storen aan de drugsdealers. „De politie laat de dealers meestal gaan, waarschijnlijk omdat ze bang zijn dat ze anders naar het stadscentrum trekken.”
Vincent Pubill, inwoner van Saint Jacques, zegt dat buurtgenoten veel troep op straat gooien.
De stadsreiniging aan het werk op het Place de Victoire in Perpignan.
Vervuiling in de wijk Saint Jacques.
Antoine Gimenez stoort zich vooral aan de drugsdealers in zijn wijk. „De politie laat ze meestal gaan.”
De vraag is of de veranderingen die Aliot in Perpignan doorvoerde, ook andere steden te wachten staan als de radicaal-rechtse partij daar wint. Ook de toekomst van de radicaal-rechtse burgemeester is onzeker: Aliot is vorig jaar met Marine Le Pen en 23 partijgenoten veroordeeld voor het verduisteren van miljoenen aan Europees geld – in juli volgt de uitspraak in hoger beroep. Het is niet uitgesloten dat Aliot dan moet aftreden, al zegt de burgemeester zich geen zorgen te maken. „We kunnen nog in cassatie gaan. En de rechters zullen een burgemeester die net herkozen is, heus niet dwingen af te treden.”
Ook áls Aliot mag aanblijven, bestaat de kans dat hij volgend jaar vertrekt: in Frankrijk wordt aangenomen dat hij een ministerspost krijgt als het RN de presidentsverkiezingen wint. Daarom zegt zijn opponent Langevine dat Perpignan niet Aliots prioriteit heeft. „Minister ben je niet voor het leven”, sust Aliot, „in de tijd dat ik minister ben, kan ik als burgemeester vervangen worden”. En of Perpignan wel zijn prioriteit heeft? „Als dat niet zo zou zijn, legt u mij dan maar uit waarom 70 procent van de inwoners tevreden is met mijn beleid.”