Home

Nieuwe biografie toont de hele Frits Bolkestein (1933-2025): erudiet, horkerig, verlegen en geslepen

Oud-VVD-leider Frits Bolkestein zag zichzelf graag als een man die alleen durfde te staan. Het solisme paste bij zijn gecompliceerde karakter, maar diende ook zijn politieke belangen, blijkt uit een nieuwe biografie.

Een officiële diagnose is nooit gesteld, maar Frits Bolkestein leed waarschijnlijk aan prosopagnosie, het onvermogen om gezichten te herkennen. Hij kon zich opnieuw voorstellen aan mensen die hij net had ontmoet. Als zijn kleindochter een ander kapsel had, herkende hij haar niet meer. Op oude foto’s kon hij zichzelf niet terugvinden. Dan wees hij op het jongetje dat een beetje apart stond, want dat bleef Bolkestein zijn hele leven: iemand die een beetje apart stond.

Prosopagnosie moet voor een politicus een handicap zijn, maar Bolkestein voldeed op meer terreinen niet aan het standaardbeeld van een politicus, blijkt ook weer uit de intrigerende nieuwe biografie van historicus en journalist Dik Verkuil: De ongenaakbare Bolkestein (1933-2025). Desondanks schopte hij het tot Kamerlid, staatssecretaris van Economische Zaken, minister van Defensie, fractievoorzitter en partijleider, medearchitect van de twee paarse kabinetten en uiteindelijk Eurocommissaris voor de Interne markt en Belastingen.

Sociale vaardigheden

Vanzelfsprekend was dat dus niet. De VVD-leider miste de sociale vaardigheden die de meeste succesvolle politici wel hebben. Voor smalltalk leende hij zich niet. Als de VVD weer eens Gordon of Guus Meeuwis had ingehuurd voor een campagnebijeenkomst zong iedereen mee; Bolkestein staarde stuurs voor zich uit. Een collega-Eurocommissaris constateerde dat hij over ‘geen greintje humor’ beschikte. Als er in de twintigkoppige Commissie een grapje werd gemaakt, lachten er negentien, alleen Bolkestein niet.

Zijn inlevingsvermogen was beperkt. Nadat zijn eerdere biografen Max van Weezel en Leonard Ornstein een conceptversie van hun boek ter inzage hadden gegeven, gaf hij al bij de voordeur van zijn appartement zijn unverfroren oordeel. ‘Ik kan zien dat jullie veel werk hebben verricht, Max, maar veel werk is nog iets anders dan goed werk.’

Bolkestein kon mensen krenken en dan verbaasd zijn als ze beledigd waren. ‘Van dat gezeur van Hans van Mierlo word ik doodmoe, die man is zo langdradig’, zei hij ooit publiekelijk over de D66-leider. Na diens overlijden noemde Bolkestein Van Mierlo ‘extreem gevoelig voor kritiek’. Hoe zou dat nou komen?

Een journalist die in zijn ogen iets verkeerds schreef, was ‘een halve gare’, een wetenschapper die hem als grote inspirator van het neoliberalisme in Nederland portretteerde ‘een dwaas’.

Mannen en vrouwen

In zijn tijd als Eurocommissaris drukten medewerkers hem op het hart om ‘iets katholieker’ te worden, de waarheid wat meer in het midden te laten – ‘de snelste weg in de politiek is de omweg’ – maar dat soort adviezen waren aan Bolkestein niet altijd besteed. Het bracht hem onder andere in een hoogoplopend conflict met de toenmalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, die er niet van gediend was dat ‘dieser unsägliche Holländer’ zich bemoeide met een beschermingsconstructie van de Duitse autogigant Volkswagen.

Schröder en Bolkestein verschilden in meer opzichten van elkaar. De SPD-kanselier ging in die periode door zijn derde, in de boulevardbladen breed uitgemeten vechtscheiding, waarna de CDU-jongeren een verkiezingsposter verspreidden met de slogan: Drei Frauen können sich nicht irren. Schröder ist der falsche Mann. (Drie vrouwen kunnen zich niet vergissen. Schröder is de verkeerde man.) Bolkestein komt er in deze biografie beter van af: er passeren interessante vrouwen, die meestal positief over hem spreken.

Dat zou mogelijk niet hebben gegolden voor Bolkesteins eerste vrouw, Angusina Henderson Couper, een Schotse ‘working man’s daughter’ die hij ontmoette in Londen. Ze trouwden al snel en kregen drie kinderen, maar niet iedereen is ervan overtuigd dat het een gelukkig huwelijk was. Al voor haar overlijden had Bolkestein volgens Verkuil waarschijnlijk een relatie met zijn tweede vrouw Femke Boersma, een oude jeugdvriendin, begaafde actrice en dochter van een communist.

Verder valt op dat vrouwelijke vriendinnen en medewerkers van Bolkestein die zijn geïnterviewd voor deze biografie hem afschilderen als ‘een gevoelig, soms ontroerend mens’ die kampte met verlegenheid en beter met vrouwen overweg kon dan met mannen. ‘Bolkestein kon charmant en flirterig zijn’, schrijft Verkuil.

Al die vrouwen kunnen zich niet vergissen, zou je denken, al zijn er ook genoeg tenenkrommende passages. Toen een vriendin tijdens een rondreis door Europa een in zijn ogen verkeerde opmerking maakte, stapte de student Bolkestein stante pede in een voorbijrijdende bus en vertrok. Ze zagen elkaar pas twintig jaar later weer terug (Bolkestein had berouw). In zijn tijd bij Shell wimpelde Bolkestein een vrouw die interesse in hem had af met de woorden: ‘Pimi, you are too fat’ (ze bleven vrienden).

Ook in de politiek overheerste het beeld van een hoekige, soms horkerige man. ‘Hooghartig en onaardig’, is het oordeel van oud-VVD-Kamervoorzitter Frans Weisglas.

Interessanter dan de rest

Hoe Bolkestein dan toch zo succesvol kon worden? Een belangrijke factor moet zijn geweest dat de belezen en erudiete Bolkestein interessant was, interessanter dan de rest. Dat maakt Verkuils conventioneel gecomponeerde en sober geschreven biografie, tevens proefschrift, ook geslaagd. De biograaf laat het gedetailleerde en soms onthullende materiaal dat hij in zes jaar onderzoek vergaarde het werk doen. En dat is in het geval van Bolkestein genoeg.

Een geheel nieuwe Bolkestein schetst Verkuil uiteindelijk niet in zijn eigen analyses. ‘Bolkestein hoopte dat na zijn dood in de kranten zou staan dat hij nooit bang was geweest alleen te staan’, schrijft de biograaf, die ruim twintig gesprekken voerde met zijn studieobject. En Verkuil neemt dat zelfbeeld van Bolkestein in zijn epiloog over. Hij had zijn boek ook wel ‘Bolkestein tegen de rest’ willen noemen, maar die titel was al vergeven aan de biografie van Samuel van Houten, de eveneens eigenzinnige liberaal en publicist die in de 19de eeuw naam maakte met zijn Kinderwetje.

Toch kun je uit de zeshonderd pagina’s die aan die epiloog voorafgaan ook een andere conclusie trekken: Bolkestein was dwars en eigenzinnig, maar bond meestal weer in als dat politiek opportuun was. Het beeld dat hij tegen de stroom in durfde te gaan was onderdeel van zijn politiek instrumentarium, net zoals zijn belezenheid dat was.

Uit nood geboren keuze

Dat Bolkestein flexibel kon zijn als dat nodig was, blijkt wel uit het beginpunt van zijn Haagse loopbaan. Verkuil laat overtuigend zien dat de politiek ook een carrièremove was voor Bolkestein en neemt daarvoor een lange aanloop door uitvoerig in te gaan op het leven dat eraan voorafging.

Dat leven speelde zich af in geprivilegieerde kringen. Bolkestein was de zoon van de president van het Amsterdamse gerechtshof, een briljant gymnasiast, lid van het studentencorps, praeses van zijn dispuut, bestuurder van meerdere studentenverenigingen en uiteindelijk op 26-jarige leeftijd cum laude afgestudeerd in de filosofie.

Bolkestein trok daarna zestien jaar de wereld over voor Shell. Helemaal gegrepen werd hij nooit door het werk. De keuze voor Shell was uit nood geboren. Bolkestein wilde na zijn gerekte studietijd niet in militaire dienst en alleen een betrekking in het buitenland kon hem daarvan verlossen. Zijn vader benaderde een corpsvriend bij Shell, die de jonge Bolkestein een baan bezorgde en zo uit het leger hield. Zo ging dat.

De absolute top bleef uiteindelijk uit beeld bij Shell en Bolkestein speelde lange tijd met het vage idee om ooit de politiek in te gaan. Verkuil citeert uit een brief die Bolkestein in 1965 aan een vriend schreef: ‘Zoals je weet stel ik het meest belang in de politiek, en ik geloof dat ik daar ook het meest aanleg voor heb… De enige partij die in aanmerking komt is de PvdA, maar daar heb ik toch ook reserves tegen.’

Ternauwernood in de Kamer

In 1974 was Bolkestein vastbesloten om Shell te verlaten en sprak hij met de PvdA-coryfeeën Ed van Thijn en Erik Jurgens. Zijn ambitie was om ‘de meest rechtse PvdA’er op minister van Financiën Wim Duisenberg na’ te worden, maar de PvdA’ers temperden zijn verwachtingen. Van Thijn zag hem niet snel in de Kamer komen en Jurgens betwijfelde of Bolkestein geschikt was voor de politiek. ‘Daarvoor leek hij te intellectualistisch, terwijl hij ook door zijn geaffecteerde spraak en staccato spreektrant uit de toon zou vallen.’

In een van de interviews met Verkuil erkende Bolkestein aan het einde van zijn leven dat hij na dit teleurstellende gesprek afzag van een PvdA-lidmaatschap. Na ‘een aftelmethode’ – het CDA was te christelijk en D66 te vaag – kwam hij uit bij de VVD.

Bolkestein, die in 1978 uiteindelijk ternauwernood in de Kamer kwam, stortte zich op karakteristieke wijze op het liberalisme. Hij ging lezen, artikelen schrijven, debatten voeren en interessante mensen interviewen. Het resulteerde onder andere in de interviewbundel Modern liberalism – Conversations with liberal politicians uit 1982. Later publiceerde hij vergelijkbare bundels over de islam (Moslims in de polder) en Europa (De grenzen van Europa) – twee andere onderwerpen die voor hem van belang waren.

Bolkestein was een politicus en geen intellectueel, benadrukte hij zelf altijd. Een intellectueel was volgens zijn eigen definitie geïnteresseerd in ideeën als zodanig, terwijl politici zich interesseren voor ideeën vanwege hun effect. Ideeën als politieke munitie.

De onbeantwoorde vraag blijft wat er was gebeurd als Bolkestein na zijn omzwervingen in het buitenland wel door de PvdA was omarmd, zoals later met Shell-medewerker Wouter Bos gebeurde. Welke boeken was hij dan gaan lezen, wie was hij gaan spreken, welke ideeën had hij omarmd?

Haute vulgarisation

Als politicus ontwikkelde Bolkestein na verloop van tijd de gave om ideeën die hij in boeken en gesprekken opdeed in zijn kenmerkende staccatostijl, die geen spoor van twijfel toeliet, behapbaar te maken voor een groter publiek. Zelf noemde hij dat haute vulgarisation.

In de jaren negentig domineerde hij zo het politieke debat door steeds de consensus te doorbreken en alle uitgelokte verontwaardiging dan stoïcijns te ondergaan. Het leverde hem de sympathie op van het grote publiek.

Bolkestein keerde zich tegen ontwikkelingssamenwerking, tegen de uitbreiding van de Navo, tegen onderhandelingen met Turkije over EU-lidmaatschap, tegen de euro met Italië, tegen de verdere politieke integratie van de EU. Veruit het meeste vuur trok hij aan met zijn kritiek op de multiculturele samenleving en de islam, waarbij Bolkestein zich liet inspireren door de conservatieve Britse historicus Elie Kedourie.

Bolkestein wordt daardoor vaak gezien als de man die de weg vrijmaakte voor Pim Fortuyn en Geert Wilders, maar dat nuanceert Verkuil. De VVD’er vertolkte volgens hem slechts ‘ideeën waarvan de tijd was gekomen’ en dat klopt waarschijnlijk ook. In andere Bolkestein-vrije landen ontstonden vergelijkbare debatten. De recente documentaire Fortuyn: On-Hollands wekt niet de indruk dat Fortuyn Bolkestein nodig had om tot zijn kritiek op de islam te komen.

Tactisch vernuft

De eigenzinnigheid van Bolkestein bleef binnen de perken, waardoor hij nooit een echte buitenstaander werd, zoals Fortuyn en Wilders. Hij stemde uiteindelijk voor de Navo-uitbreiding, voor onderhandelingen met Turkije, voor de euro. Het integratiebeleid werd nooit een splijtzwam binnen de paarse kabinetten onder Wim Kok, zijn harde sociaaleconomische ideeën werden door zijn eigen partij afgezwakt.

Bolkestein kwam te boek te staan als een ideeënpoliticus die vooral genoot van het debat, maar dat maskeerde ook zijn tactische vernuft. Bolkestein was er in 1994 op uit om het CDA buitenspel te zetten, toont Verkuil aan. Hij wilde, ondanks zijn publieke bezwaren, een paars kabinet van PvdA, VVD en D66, om zo de magie van het CDA als onmisbare machtsfactor te doorbreken. Dat zou op termijn de weg vrijmaken voor de VVD om de grootste partij te worden. Om Paars mogelijk te maken, bakte Bolkestein zelfs kortstondig zoete broodjes met de door hem geminachte Van Mierlo.

Het wekt toch de indruk dat Bolkestein zich vaak solistisch en soms zelfs horkerig opstelde, zolang hij wist dat hij ermee kon wegkomen of omdat het hem voordelen opleverde. Net zoals zijn vierkante liberale ideeën nuttige politieke munitie waren, maar ook weer opgeborgen werden als het strijdtoneel daarom vroeg.

Die eigenschappen vielen ook op bij zijn benoeming als Eurocommissaris in 1999. Bolkestein had die post naar eigen zeggen mede te danken aan zijn nuisance value: premier Wim Kok wilde graag van een lastpak af. Bolkestein werd in Brussel onthaald als een euroscepticus, maar na zijn eerste vijf jaar wilde toch iedereen met hem door. Alleen zelf vond hij het toen op 71-jarige leeftijd genoeg geweest.

Bolkestein was misschien de ongenaakbare jongen die een beetje apart stond op foto’s, hij zorgde er wel altijd voor dat hij op de foto bleef.

Dik Verkuil: De ongenaakbare Bolkestein (1933-2025). Prometheus; 672 pagina’s; € 39,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next