Biologie Schoppen, slaan en gooien… het gebeurt volop binnen bonobogroepen. Anders dan bij chimpansees is er meer geweld van vrouwen tegen mannen.
De bonobo staat bekend als vredelievend, maar de onderlinge agressie kan heel groot zijn.
In strijd met hun publieke imago van vredelievendheid zijn bonobo’s onderling even agressief tegen elkaar als chimpansees. Een nieuw onderzoek met jarenlange observaties van in totaal 22 in dierentuinen levende bonobo- en chimpanseegroepen bevestigt recente conclusies uit observaties van in het wild levende groepen. Binnen de groepen blijkt de onderlinge agressie – fysiek of alleen dreigend – even groot.
Het enige verschil is dat bij bonobo’s meer vrouwelijke agressie tegen mannen voorkomt, en bij chimpansees meer mannelijke agressie tegen vrouwen, een duidelijk gevolg van de verschillende machtsstructuren. Het onderzoek is deze week gepubliceerd in Science Advances met als belangrijkste auteurs Emile Byron en Edwin van Leeuwen (beide Universiteit Utrecht) en Nicky Staes (Universiteit van Antwerpen). Het gaat om schoppen, slaan en gooien, maar ook om niet-fysieke agressie, zoals dreigend rennen in de richting van een ander, schopgebaren maken (in een niet-speelse context) en natuurlijk agressieve ‘display’, met alle haren rechtovereind.
Door hun opvallende seksuele verzoeningsmechanismen en het feit dat de vrouwen er de baas zijn én omdat ze zelden agressief zijn tegen andere groepen, gelden bonobo’s (Pan paniscus) als vredelievender dan de nauw aan hen verwante chimpansees (Pan troglodytes). Twee jaar geleden verscheen al een onderzoek onder drie bonobogroepen en twee chimpanseegroepen (alle in het wild, in Afrikaanse leefgebieden) waaruit zelfs bleek dat juist bij bonobo’s de mannen binnen de groep het agressiefst waren, agressiever zelfs dan bij de chimpansees.
Naar vrouwelijke agressie werd in dat onderzoek overigens niet gekeken. En net zo min als in het nieuwe dierentuinonderzoek werd niet gekeken naar agressie tússen groepen. Bij chimpansees kan die bijzonder gewelddadig zijn, met doelbewuste overvallen van een buurgroep. Van bonobo’s zijn zulke overvallen niet bekend. Bij hen spelen ontmoetingen tussen verschillende groepen zich juist opvallend rustig af, met ook onderlinge seksuele contacten als vriendschapsgebaar.
Die grotere agressie bij bonobomannen in het wild werd in het nieuwe dierentuinonderzoek niet gevonden. En dat zou volgens de onderzoekers best verklaard kunnen worden door toeval en het geringe aantal onderzochte groepen in het wild. Mogelijk waren de onderzochte bonobogroepen relatief agressief. Opvallend in het nieuwe onderzoek is dat er tussen verschillende groepen, bij bonobo’s evengoed als bij chimpansees, grote absolute verschillen in interne agressie bestaan – groter dan tussen de soorten als geheel.
Onderzoek van gedrag onder dierentuingroepen wordt vaak minder waardevol gevonden, omdat door de beperkte bewegingsruimte en de permanente aanvoer van voldoende voeding geen sprake kan zijn van ‘natuurlijk’ gedrag. In het nieuwe onderzoek erkennen de auteurs die problemen maar ze benadrukken dat juist in combinatie met de eerdere observaties in het wild hun observaties in gevangenschap nu veel extra kennis opleveren, door de grotere aantallen en vooral omdat alle groepen, bonobo’s en chimpansees, onder min of meer gelijke omstandigheden leven, net als in een laboratoriumexperiment. En extra intrigerend is dan weer die grote variatie tussen de groepen. Gedragspatronen van bonobo’s en chimpansees lijken aldus meer te worden bepaald door de identiteit van de groep waarin ze leven, dan door de gedragsneigingen van hele soort, schrijven de auteurs. Een duidelijk teken van grote gedragsflexibiliteit.
Chimpansees en bonobo’s vormen de meest naaste verwanten van de mens, Homo sapiens, met een gemeenschappelijke voorouder die rond zeven miljoen jaar geleden leefde. De splitsing tussen de twee ‘Pan’-soorten is recenter, ergens rond 1,5 à 2 miljoen jaar geleden, waarschijnlijk ontstaan omdat een deel van de populatie ten zuiden van de Congo-rivier geïsoleerd raakte van de rest.
In dat nieuwe woongebied ten zuiden van de rivier is ook vaak de oorzaak gezocht van de grotere vredelievendheid en ook van het feit dat de bonobogroepen geleid worden door coalities van vrouwen (en niet van mannen zoals bij de chimpansees). Want bonobo’s hadden daar geen voedselconcurrentie van gorilla’s en ook minder last van roofdieren en een meer stabiele voedselvoorziening dan ten noorden van de grote rivier. Gevolg: minder concurrentie met andere bonobogroepen, minder noodzaak voor parate mannelijke defensiecoalities, waardoor de vrouwen een hogere status konden krijgen en zelfs de leiding.
Dat verhaal zou nog steeds kunnen opgaan, maar de onderzoekers wijzen er in Science Advances wel op dat het gebrek aan verschillen in interne agressie tussen de twee soorten een probleem is voor het idee van ‘zelfdomesticatie’ bij bonobo’s. Het idee was dat bonobovrouwen vooral zouden hebben willen paren met minder agressieve mannetjes, waardoor de soort door dit soort seksuele selectie in feite zichzelf ‘domesticeerde’. Zoals ook gedomesticeerde dieren steeds tammer werden, omdat de meest agressieve exemplaren nooit voor de fok werden gebruikt.
Maar bij bonobo’s is die agressiviteit is dus helemaal niet ingrijpend veranderd ten opzichte van die andere Pan-soort, ten noorden van de Congo. Agressie is niet weggeselecteerd bij bonobomannen en bij de vrouwen ook niet trouwens. En dus concluderen de onderzoekers: „Het lijkt erop dat agressie een centraal onderdeel van het sociale gedrag van bonobo’s is gebleven, en niet systematisch is gereduceerd door zelfdomesticatie. Er is geen algemene reductie in agressie, maar wel duidelijke strategische verschillen in hoe die agressie wordt ingezet. Bij chimpansees is er veel mannelijke agressie die beide geslachten treft, en bij bonobo’s zijn mannen en vrouwen even agressief maar treft de agressie vooral mannen.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin