Veel Nederlanders hebben wel degelijk vertrouwen in de lokale politiek, blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zoals in Olst-Wijhe, waar nauw contact is tussen bewoners en bestuur. ‘De omgangsvormen die je in Den Haag ziet, die kennen we hier niet.’
Wie op de markt van Olst de prijzen van Vishandel W. de Graaf wil vergelijken met die van Vishandel Ter Beek, 200 meter verderop, kan direct in gesprek met lokale politieke zwaargewichten. Lijsttrekkers en raadsleden van Gemeentebelangen, VVD en Pro Olst-Wijhe (de gezamenlijke lijst van GroenLinks, PvdA en D66) staan langs de route opgesteld.
‘Men komt hier wel met de kleine zaken, hoor’, zegt raadslid en lijsttrekker Ronnie Niemeijer namens Gemeentebelangen, bij de vorige raadsverkiezingen de grootste partij in de gemeente Olst-Wijhe (negentienduizend inwoners, tussen Zwolle en Deventer). ‘Scheve stoeptegels, of om te babbelen. Voor grote of persoonlijke dingen bellen ze wel.’
Wie dat wil doen, hoeft niet lang te zoeken. De 06-nummers van Niemeijer en al zijn collega-raadsleden staan gewoon op de gemeentewebsite, net als die van de wethouders.
Vindt Niemeijer dat geen bezwaar, in tijden waarin gemeenteraadsleden steeds vaker worden bedreigd? ‘Totaal niet’, zegt hij. ‘Als je volksvertegenwoordiger wordt, wil je dat contact toch?’
Soms bellen mensen omdat ze niet weten waar ze een rollator kunnen krijgen, soms met zwaardere, persoonlijke onderwerpen. In elk geval krijgt volgens Niemeijer iedere beller een uitnodiging voor een gesprek. Liefst niet op het stadhuis in Wijhe (dat is ‘niet laagdrempelig’), maar bijvoorbeeld bij Niemeijer thuis.
Terwijl het met het vertrouwen in de landelijke politiek in Nederland al een paar jaar slecht is gesteld, gaat het het eigenlijk best goed met het vertrouwen in de lokale politiek. Dat beeld komt naar voren in een onlangs gepubliceerd rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): 64 procent van de Nederlanders gaf hun gemeentebestuur eind 2025 een voldoende. Slechts 34 procent geeft een zes of hoger aan de landelijke politiek.
In de regio Deventer en omgeving, waar ook Olst-Wijhe ligt, springt de mate waarin inwoners hun gemeentebestuur als legitiem en betrouwbaar zien erbovenuit. Waar komt dat vertrouwen vandaan?
Het hoeft niet te maken te hebben met de kwaliteit van het lokale bestuur, zegt Josje den Ridder, politicoloog bij het SCP. ‘Soms is er überhaupt hoog maatschappelijk vertrouwen in een regio. Christelijke kiezers en mensen met een hbo- of universitaire opleiding hebben ook vaak meer vertrouwen in de gemeente.’
In het Holstohus, een cultureel centrum midden in Olst, hoeft Jan Bos (78) niet lang na te denken over waarom het vertrouwen in zijn gemeente hoog is. ‘Als je het hebt over gemeenschapsgevoel, dan kun je hier in Olst goed terecht.’
In het Holstohus werken 175 vrijwilligers. Bos – tevens penningmeester van Gemeentebelangen – en zijn vrouw Annie Schurink (75) zijn daar twee van. Als er een evenement is, gaan zij over de muntenverkoop. Schurink ondersteunt ook de wekelijkse voedselbank. ‘We zijn hier zo vaak, we kunnen ons bed hier wel neerzetten’, zegt ze.
Sander Creman (62), die ruim zes jaar geleden uit Den Haag naar Olst verhuisde, organiseert met vereniging Het Nut culturele en sociale activiteiten in het Holstohus. ‘De cultuur en het verenigingsleven leven hier enorm. Als je hier komt wonen, word je zo overal ingesleurd.’
Dan is de verbinding met de lokale politiek snel gemaakt. ‘De voorzitter van de muziekvereniging, van de sportclub: die zitten bij wijze van spreken allemaal in de raad.’
Als je het aan wethouder Hans Olthof (VVD) vraagt, draagt de manier waarop de gemeente burgers betrekt óók bij aan lokaal vertrouwen. Zo hebben hij en zijn twee collega-wethouders ieder vier ‘kernen’ in hun portefeuille: zo zijn alle twaalf dorpen en kleine buurtschappen bij iemand ondergebracht. In elke kern houdt Olthof vier keer per jaar spreekuur.
‘Dat is geweldig, je bent een soort huisarts’, zegt hij. ‘Alle soorten mensen en vragen komen langs.’ Binnen tien dagen krijgt iedere vragensteller antwoord; de ‘kerncontactfunctionaris’ van de gemeente regelt dat.
Ook in Olst-Wijhe doet de gemeente volgens sommige inwoners te weinig met al die input. Ze vinden bijvoorbeeld dat het te lang duurt om nieuwe woningen in de buurtschappen te bouwen, en dat de gemeente daarbij ideeën van burgers negeert.
‘Maar de omgangsvormen die je in Den Haag ziet, die kennen we hier absoluut niet’, zegt André Smit, die namens de PvdA in de oppositie zit in de gemeenteraad. ‘Uiteindelijk staan we na afloop van een bijeenkomst of raadszitting gewoon met elkaar koffie te drinken of te borrelen.’
Dat typeert volgens het SCP de situatie in meer Nederlandse gemeenten: veel respondenten vinden dat hun gemeente deskundig is en weet wat er speelt, maar zien ook ruimte voor verbetering.
Al dat lokale vertrouwen kent bovendien een valkuil, volgens het SCP: het komt deels voort uit onwetendheid. Nederlanders weten vaak niet wat hun gemeente doet, hebben verder geen klachten en geven het bestuur dus het voordeel van de twijfel.
Daarin schuilt volgens de onderzoekers een gevaar: bij onrust rond een ‘gezichtsbepalend’ voorstel, zoals de komst van een azc, kan de stemming snel omslaan.
‘Daar houd ik me niet zo mee bezig’ is in Olst dan ook het meest gegeven antwoord op vragen over de gemeentepolitiek. ‘Ik stem nooit, niets’, zegt Henk Bosman (69), die op het station wacht op een intercity die al lang in Wijhe had moeten zijn. ‘Maar dan mag je ook niet klagen over het beleid. Het zal allemaal wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant