Het bekende ‘meisje in het blauw’ is herenigd met haar ouders: haar portret hangt nu tijdelijk naast de portretten van haar ouders in Haarlem, waar het gezin in de 17de eeuw werd geschilderd. Emeritus hoogleraar Frans Grijzenhout probeerde uit te vogelen wie dit raadselachtige meisje was.
schrijft voor de Volkskrant over tentoonstellingen, musea, kunst en geschiedenis.
Laat je niet misleiden door de oorbellen en parelsnoeren, de met kant en gouddraad afgewerkte jurk; dit is geen chique dame, maar een jong meisje dat ons blozend aankijkt. Het lichte blauw van haar volwassen kleren past bij haar grote ogen. Misschien is het haar open blik, de wenkbrauwen en mondhoeken iets omhoog, waardoor ze bezoekers van het Rijksmuseum al ruim een eeuw voor haar inneemt.
Zo vriendelijk, bijna verlegen keek ze ooit naar haar portrettist. Zijn naam kennen we, dat was de Haarlemse schilder Johannes Verspronck. Over het kind weten we niets, niet eens haar naam.
Portret van een meisje in het blauw, zo wordt het schilderij dus maar genoemd. De publiekslieveling van het Amsterdamse Rijksmuseum is tijdelijk weg van haar vaste plek op de Eregalerij, terug naar de stad waar ze in 1641 is geschilderd. In Haarlem hangt ze nu naast haar onbekende ouders, twee portretten uit Rijksmuseum Twenthe. Zo is het gezin voor even in kunst herenigd.
Perfecte gelegenheid om eindelijk eens duidelijkheid te scheppen over hun identiteit, dacht het Frans Hals Museum, waar vanaf morgen de collectiepresentatie Het raadsel van het meisje in het blauw te zien is. Daarom werd emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis Frans Grijzenhout ingeschakeld, die ooit het tv-programma Kunstraadsels (2017) maakte en onder meer de precieze locatie van Het straatje van Johannes Vermeer lokaliseerde. De juiste man voor de puzzel, dus.
Spoileralert: de puzzel is niet opgelost, er zijn geen namen gevonden. Opmerkelijk, want veel grondiger had Grijzenhout, die ruim een half jaar fulltime met zijn onderzoek bezig is geweest, bijna niet kunnen zoeken.
Elk kunstraadsel begint met heel goed kijken. Hoe oud zou het meisje zijn, uit welk milieu zou ze komen? Als je dat ongeveer weet, kun je gerichter naar haar zoeken in archieven.
Hoe jonger het kind, hoe hoger het voorhoofd, hoe relatief groter het hoofd, en – ook een belangrijke aanwijzing – hoe dikker de handjes. Na goed turen, en overleg met een hoogleraar kindermorfologie, concludeerde Grijzenhout: het meisje moet 6 tot 9 jaar oud zijn geweest. Of de bolle, blozende wangetjes ook de leeftijd verraden? ‘Daaraan zie je vooral dat ze rijk is’, zegt hij over zijn speurwerk.
Haar rijkdom is de volgende overduidelijke visuele clue, af te leiden uit haar verfijnde jurk, juwelen van parels en edelstenen en de struisvogelveer in haar hand die uit Afrika moet zijn geïmporteerd. ‘Dat waren ontzettend luxe attributen; dit is een uitdossing die past bij haar stand.’
Die rijkdom blijkt ook wel uit de portretten van haar ouders, die deftig in het zwart waren gekleed. Ook de moeder heeft parels om haar hals en pols, en een veer in haar hand. Opvallend is hoeveel het meisje op haar lijkt – in haar houding, met de handen over elkaar, maar ook in haar gezicht.
Een portret van Verspronck kostte 60 gulden, even veel als een portret van zijn stadsgenoot en vermoedelijke leermeester Frans Hals. De mensen die zulke portretten bestelden (en wel bij naam bekend zijn) bezaten 10 duizend gulden of meer. Zet daar twee nullen bij en je krijgt ongeveer het hedendaagse equivalent in euro’s: het gaat hier om miljonairs.
In Haarlem waren destijds ongeveer driehonderd families met zo veel geld, verdiend door vaders met beroepen als koopman of advocaat, of geërfd van rijke, vaak adellijke voorouders.
Binnen die kringen heeft Grijzenhout gespeurd, door in de archieven te kijken naar belastingaanslagen (die waren gebaseerd op vermogen) en naar wie er nieuwe, dure huizen kochten (en daarom mogelijk portretten bestelden). Hij las boedelinventarissen en testamenten, op zoek naar het drietal schilderijen, alles in de hoop die twee ouders met één dochter te vinden.
Wat hem opviel: die gezinsconstellatie kwam nauwelijks voor. ‘Er waren geen voorbehoedsmiddelen en de kerk stimuleerde geen onthouding. Dus als een echtpaar één kind had, dan betekende dat dat ze vruchtbaar waren en kwamen er bijna altijd meer.’
De theoretische mogelijkheid dat er nog een afbeelding van een broertje of zusje bij hoorde, is niet waarschijnlijk: al in 1800 doken de drie portretten samen op in een veilingcatalogus, zonder tweede kind. Er zijn ook geen vergelijkbare kinderportretten van Verspronck bekend.
Dat doet iets vermoeden. Het 17de-eeuwse leven was onzeker. Zwangere vrouwen lieten hun testament opmaken omdat ze veel risico liepen om in het kraambed te sterven, veel kinderen overleefden hun jonge jaren niet. Het is dus goed mogelijk dat het meisje in het blauw wel degelijk een of meer broertjes of zusjes heeft gehad, maar dat zij vroegtijdig zijn gestorven.
‘Soms lieten mensen portretten schilderen, juist als ze een crisis hadden doorstaan’, zegt Grijzenhout. ‘Misschien waren er in dit gezin een of twee kinderen overleden, en dachten ze toen: we mogen zo blij zijn dat we er met z’n drieën nog zijn, laten we dat vastleggen.’
Om precies dat soort persoonlijke verhalen te achterhalen, om anonieme mensen op schilderijen als het ware ‘hun leven terug te geven’, inclusief drama’s waarmee we ons nog steeds kunnen identificeren, doet Grijzenhout dit soort onderzoek. Helaas nu zonder concreet resultaat.
Misschien heeft het ook wel iets, zo’n intact gebleven raadsel. Zoals het meisje ons aankijkt, blozend maar met open blik, kijken wij net zo nieuwsgierig terug.
Het raadsel van het meisje in het blauw, Frans Hals Museum, Haarlem, 12/3 t/m 11/10.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant