Home

In het Boekenweekessay van Doortje Smithuijsen komt zelfspot op de plaats van een kritische analyse

Boomers en millennials blinken allebei uit in onuitstaanbaarheid, schrijft Doortje Smithuijsen in haar Boekenweekessay. Grappige lifestylekritiek, maar de klassenanalyse is wat magertjes.

Op de cover van Time in 2013 werden millennials gekarakteriseerd als the me me me generation. De naoorlogse babyboomgeneratie staat bekend als the me generation. Er is dus twee keer me bijgekomen: we zijn van verwend naar verwender gegaan.

Beide generaties, zo stelt podcastmaker en journalist Doortje Smithuijsen in Ik zou uw dochter kunnen zijn, het Boekenweekessay van dit jaar, blinken op een andere manier uit in ‘tomeloze onuitstaanbaarheid’.

De botsing tussen generaties is van alle tijden. De jongere generatie ziet de oudere als star en hypocriet, de oudere zet kinderen op haar beurt weg als verwend en naïef. Wie over generaties schrijft, generaliseert. De stereotiepe clash tussen millennials en boomers wordt maar al te graag in bladen, televisieseries en romans opgevoerd.

Havermelkelite

Met haar vlot geschreven essay doet Smithuijsen een duit in het zakje. Ze spreekt tot de boomers met een zelfspot die het handelsmerk van veel millennials is geworden, en richt zich uitsluitend op een groep Randstedelingen met rijke, progressieve ouders: ‘Dit essay gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart.’ Niet iedereen van deze generatie of hun ouders zal zich herkennen in wat hier wordt beschreven. Niet iedereen is gefrustreerd over het moeten kopen van een huis ‘in Weesp in plaats van Amsterdam, of Culemborg in plaats van Utrecht’.

De groep waarover Smithuijsen het heeft behoort tot de zogenoemde havermelkelite. De term, gemunt door influencer Jonas Kooyman, duidt op een zekere lifestyle: deze Randstedelingen nippen aan havercappuccino’s, volgen lessen bij een exclusieve yogastudio en staan in de rij bij de bakker voor zuurdesembrood van 6 euro.

Zoals Kooyman ooit opmerkte in de Volkskrant is de term bedoeld ‘voor spot en zelfspot, maar niet om hele groepen mensen op een hoop te gooien’. Smithuijsen – ook bekend van de podcast Voorheen Schaamteloos Randstedelijk – weet deze microkosmos op een grappige manier te duiden. De bakkerijen in kwestie hebben bijvoorbeeld een naam ‘die op een nadrukkelijke manier heel simpel is’, zoals ‘Het Brood’ of ‘De Bakkerij’.

Probleempjes

Nu heeft de welgestelde havermelkelite een probleempje. Net als alle millennials – the unluckiest generation – is ze volwassen geworden in een andere wereld dan die van haar ouders. Het is de eerste generatie die niet zonder meer kan rekenen op dezelfde levenstandaard als hun ouders en voor wie er een grote kans is op neerwaartse sociale mobiliteit. Waar de naoorlogse generatie een huis kocht en slapend rijk werd, is er nu een woningcrisis. Waar je vroeger met wat moeite een vast contract kreeg voor je 30ste, zijn er nu veel dertigers die precaire vormen van werk hebben.

Ook de culturele elite kan zich niet aan deze grote sociale veranderingen onttrekken. Deze lijdt, in Smithuijsens analyse, onder een ‘verwachtingscrisis’. Een deel van de schuld ligt bij de boomers die hun kinderen hebben opgezadeld met overspannen verwachtingen. Alle ellende, zo legt ze ouders uit, is een gevolg van ‘de combinatie tussen de wereld die u uw kinderen hebt voorgespiegeld en de wereld waarin ze vervolgens terecht zijn gekomen’.

Deze geprivilegieerde kinderen werden aangemoedigd om vooral ‘je hart te volgen’, wat uiteraard teleurstellend kan uitpakken, zoals wanneer je ontdekt dat het moeilijk is om met een creatief beroep brood op de plank te krijgen. Ze kregen voorgespiegeld ‘dat je met een goed diploma’ van een serieuze studie ‘alles kan worden wat je maar wil’.

Zonder het expliciet te maken, beschrijft Smithuijsen eigenlijk de verbazing van de culturele elite dat er tussen meritocratische idealen en de echte maatschappij een kloof bestaat.

Dat hoef je kinderen uit families van praktisch geschoolden of migranten niet uit te leggen.

Meer boekenweek:
Lees ook de recensie van het boekenweekgeschenk: Zelfs met de mildste blik, en met de factor ‘leuk’ in gedachten, schiet het Boekenweekgeschenk tekort

De echte elite

Een van de weinig echt interessante observaties van Smithuijsen staat aan het einde, in de een na laatste zin, welteverstaan: terwijl een deel van de culturele elite zich bezighoudt met deze intergenerationele discussie, blijft de ‘echte elite’ ‘voor het overgrote deel buiten schot’. Ze zet hiermee de deur open naar een urgent debat.

Want zou ze eigenlijk niet moeten kijken buiten de muren van de hippe bakkerijen en de arthousebioscopen die ze zo graag spottend beschrijft? Wie alleen de havermelkelite op de hak neemt, blijft bij een lifestylebegrip van klasse, en zegt uitsluitend iets over consumptiegedrag.

Bij Smithuijsen komt zelfspot op de plaats van een kritische analyse.

In de De net-niet elite, waarmee hij in 2024 de Sociologische Bril won (de prijs voor het beste publiek-sociologische boek), analyseert Dylan van Rijsbergen het verschil tussen hoogopgeleiden en de elite. Doordat hun een meritocratisch wereldbeeld is ingeprent, kunnen hoogopgeleiden denken dat ze tot de elite behoren, terwijl een goed salaris en een leuke baan in werkelijkheid niet kunnen opboksen tegen het vermogen en de macht van de echte elite: de vermogenselite.

Van Rijsbergen herinnert ons eraan dat het merendeel van de culturele elite, ondanks haar luxeconsumptie en hoewel ze zich maar al te graag verbeeldt deel van de echte elite te zijn, uiteindelijk slechts bestaat uit werkenden die hun inkomen te danken hebben aan hun loonarbeid, en niet aan vormen van passief inkomen.

Smithuijsen lijkt te beamen dat de botsing tussen welgestelde boomers en hun kinderen uiteindelijk een afleiding is en dat de echte strijd elders ligt. Een klassenanalyse à la Van Rijsbergen kan verklaren waarom. Het openingscitaat van de Franse econoom Thomas Piketty dat op de eerste bladzijde van Ik zou uw dochter kunnen zijn prijkt, komt pas weer voor de geest aan het einde van dit ironische essay: het kapitalisme genereert een ‘ongelijkheid’, die ‘de meritocratische waarden’ uiteindelijk ‘op losse schroeven zet’.

Doortje Smithuijsen: Ik zou uw dochter kunnen zijn. CPNB; 62 pagina’s; € 5,25.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next