Aan de alsmaar stijgende brandstofprijzen aan de pomp lijkt een einde te zijn gekomen. De landelijke adviesprijs was dinsdag nog tot boven de 2,50 euro per liter gestegen, maar is woensdag volgens consumentencollectief UnitedConsumers een fractie gedaald tot 2,495 euro.
De adviesprijs voor een liter Euro95 staat nu op 2,447 euro. Dinsdag was dat nog 2,453 euro. Daarmee blijft de benzineprijs wel in de buurt van het recordniveau van ruim 2,50 euro uit juni 2022.
Het begin van de oorlog in het Midden-Oosten was duidelijk de aanleiding voor de stijgende adviesprijzen. Voor de oorlog was de prijs voor diesel nog 2,09 euro en die voor benzine 2,28 euro.
Die adviesprijzen van de grote oliemaatschappijen gelden vooral voor tankstations langs snelwegen. Automobilisten zijn veel goedkoper uit als ze ergens anders tanken. Ook onbemande tankstations zijn vaak voordeliger en de dag waarop je tankt maakt eveneens uit.
De lichte daling volgt op een flinke afzwakking van de olieprijzen op dinsdag, nadat de Amerikaanse minister van Energie een bericht op X had geplaatst dat de Verenigde Staten een olietanker door de Straat van Hormuz hadden geëscorteerd. Al snel verwijderde hij dat bericht en verduidelijkte het Witte Huis dat er geen militaire begeleiding had plaatsgevonden.
De Amerikaanse olieprijs is nu 83,86 dollar per vat en Brentolie kost 87,63 dollar. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) stelt volgens The Wall Street Journal de grootste vrijgave van strategische oliereserves ooit voor om zo de prijzen te drukken. Dat plan zou het record uit 2022 overtreffen. Toen werden 182 miljoen vaten ingezet na de inval van Rusland in Oekraïne.
Source: Nu.nl economisch