is historicus, gepromoveerd op de tweede feministische golf.
Hij heeft een koophuis, zij heeft een zuurdesembrood. Rara, haha. Zodra het over de babyboomer- en millennialgeneraties gaat, worden de clichés uitentreuren opgedist. De een zou op van alles recht menen te hebben, de ander is een kindertijd lang toegejuicht en ziet inmiddels groen van jaloezie.
De publieke opinie over generatieverschillen wordt bepaald door progressieve, geprivilegieerde kinderen van hoogopgeleide ouders, die voor onzekere loopbanen kozen en zich in Amsterdamse cafés een slag in de rondte typen. Door mensen zoals ik dus.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Laat ik eens een poging wagen met een snelle schets van de boomergeneratie. De boomers beleefden de overgang naar de kennismaatschappij, ze waren pragmatisch én experimenteel. Vanaf de jaren zeventig werd de wereld steeds onzekerder, rampen als de aidsepidemie en Tsjernobyl volgden elkaar op, de contouren van de klimaatcrisis tekenden zich af. Op de ineenstorting van de grote ideologieën volgde de ommezwaai naar een focus op het unieke ‘ik’. Terwijl boomers de eigen schaapjes op het droge hadden, gaven ze de markt de vrije hand.
Iedere stereotyperende generatieschets bedient zich van een retorische truc. De eigen peergroup wordt ‘de generatie’. Wie niet past, wordt gemakshalve weggelaten. Anders gezegd: wie het over de voorgaande generatie heeft, bedoelt ‘mijn ouders en hun vrienden’. Wie ‘mijn generatie’ schrijft, bedoelt ‘mijn vrienden en ik’.
Dat was de kritiek aan het adres van de Duitse socioloog Heinz Bude, die vorig jaar met zijn generatieportret Abschied von den Boomern lezers op de kast kreeg. Bude beschreef een generatie verzadigde zestigers die een machtspositie van jewelste verworven heeft, en in luxe woningen gemoedelijk terugkijkt op hun leven.
Dat geldt misschien voor hoogleraren, psychiaters en journalisten, zo stelden critici, maar 60-jarige leraren, buschauffeurs en verpleegkundigen zullen zich hier niet in herkennen. In het discours over generatieverschillen overschaduwt generatie klasse, wat een veel te rooskleurig beeld geeft van de babyboomers, die volgens Bude ‘voor het merendeel schuldenvrij in eigendom wonen, vaak met veel ruimte en een overeenkomstig grote tevredenheid’.
Dat is slechts het halve verhaal. Als het werkelijk zo egalitair was, waarom zijn er dan boomers in sociale huurwoningen? Waarom zijn er boomervrouwen met pensioentekorten?
‘Je kunt misschien met energie en vaardigheid aan klasse ontsnappen, maar niet aan je generatie’, schrijft Bude. Maar een generatie is geen categorie zoals klasse, gender of etniciteit dat is. Volgens socioloog Martin Schröder zijn generaties weinig meer dan smeuïge verhalen. In zijn poging om de verschillen tussen de generaties op het gebied van werk, seks, en politiek empirisch aan te tonen kwam hij tot de conclusie dat er geen generatieverschillen zijn die niet door andere factoren verklaard kunnen worden.
Als historicus voeg ik daar aan toe: we zijn ieder kind van onze tijd, maar niet op dezelfde wijze. De aanslagen van 11 september 2001 zijn zonder twijfel de grootste historische gebeurtenis uit mijn jeugd. Maar het zou absurd zijn om te stellen dat het mijn leven op eenzelfde manier getekend heeft als dat van islamitische leeftijdgenoten, die daarna met een hernieuwde golf aan islamofobie te maken kregen.
Wat maakte mijn schets van de boomers nog meer onzichtbaar? De boomervrouwen, die in de jaren zeventig en masse profiteerden van het onderwijs. Die ‘werkten om de kinderopvang te betalen’, terwijl hun echtgenoten carrière maakten. Die de kar trokken in de opvoeding van hun kinderen, en dat opnieuw deden in de zorg voor hun aftakelende ouders.
Vrouwen die scheidden, met grote financiële klappen als gevolg. Die tussen het oppassen op kleinkinderen door met hun vrijwilligerswerk de culturele sector overeind houden. Die nog wel eens het seksistische ‘Karen’ naar hun hoofd krijgen. De boomervrouwen die nog wél boeken kopen en lezen.
Sociaal-economische ongelijkheid bepaalt de koers van deze eeuw. Genderongelijkheid snijdt dwars door generaties heen. Het roept grote vragen op. Over de verantwoordelijkheden die generaties over en weer hebben, en over solidariteit. Je zou er graag een Boekenweekessay over lezen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns