Nina van Tongeren | toneelschrijver en dramaturg Theatervoorstelling ‘Teckel’ gaat over een vrouw die als kind slachtoffer werd van seksueel geweld. Het overkwam ook toneelschrijver Nina van Tongeren: „Zodra je vertelt wat je is overkomen, word je ofwel gereduceerd tot zielig vogeltje, ofwel tot ‘survivor’.”
Nina van Tongeren, toneelschrijver en dramaturg.
In Teckel, de nieuwe lunchtheatervoorstelling van Theater Bellevue, snijdt het vrouwelijke hoofdpersonage een onderwerp aan waar mensen zich doorgaans liever niet mee bezighouden: ze werd als kind slachtoffer van seksueel geweld. In de voorstelling wordt duidelijk hoe niet alleen daders, maar ook omstanders in dit soort verhalen een cruciale rol spelen, en hoe belangrijk het daarom is om het er wél over te hebben, hoe onbehaaglijk dat ook moge zijn. Toneelschrijver en dramaturg Nina van Tongeren (1999): „Het zorgt ervoor dat je iets moet beseffen over de wereld wat je niet wilt weten: dat er heel veel nare dingen bestaan. Maar de nare dingen gaan niet weg als we ze negeren, ze worden juist erger. We laten de slachtoffers er alleen mee achter. Dat is een vreselijke eenzaamheid.”
Van Tongeren: „Er is mijzelf als kind langdurig seksueel geweld aangedaan. Dat voltrok zich in een omgeving met heel veel omstanders. Ik wil er verder niet te veel over zeggen, want mijn individuele verhaal doet er niet zo toe, vind ik. Als ik de enige met zo’n verhaal zou zijn, had ik dit stuk niet geschreven. Maar ik ben niet de enige. Een op de vier meisjes maakt voor haar achttiende seksueel geweld mee. Dat maakt het een structureel probleem. En toch hebben we het daar nauwelijks over. We willen er niet naar kijken. En dat zorgt er weer voor dat we er niet in slagen om kinderen voldoende te beschermen. En dus blijft het maar gebeuren. Over mezelf heb ik dus niet zoveel te zeggen, maar over het systeem heel veel.”
„We doen er allemaal aan mee, omdat dat simpelweg makkelijker is. Ik ben ook weleens langs een ruziënd stel gefietst waarbij de man de vrouw echt te stevig beetpakte, en ik toch besloot te doen alsof ik het niet gezien had. Oortjes in, muziek iets harder. Want als je het niet ziet, hoef je ook niet te handelen.”
„Ik heb lang geworsteld met de vorm. Ik dacht steeds: niemand wil hiernaar luisteren. Paulien Geerlings, de dramaturg, zei: ‘Misschien moet het dan daarover gaan: wat te doen als niemand je wil horen.’ Dat is de ingang geworden. Het personage spreekt de toeschouwers de hele tijd direct aan, controleert tussendoor of ze het nog volhouden. Ze zoekt naar een manier om dit verhaal te vertellen, zonder dat ze er mensen mee wegjaagt. Er zit bijvoorbeeld veel humor in het stuk. Het personage gebruikt dat om het dragelijk te houden, zowel voor het publiek als voor zichzelf. Ik zie het als een collectieve zoektocht: hoe praten we hierover, hoe luisteren we hiernaar, hoe vinden we samen een vorm voor iets wat misschien gewoon te erg is?”
„Misbruik klinkt voor mij te relationeel, alsof het slachtoffer er zelf aan mee heeft gedaan. Daarbij is het denk ik belangrijk dat we het woord ‘geweld’ een prominente plek gaan geven in dit discours, om zo duidelijk mogelijk te maken dat het hier niet om ‘liefde’ gaat, waar het vreemd genoeg vaak mee wordt verward. ‘Verboden liefde’, zeggen ze dan. Terwijl: iemand haar lichamelijke autonomie afnemen is het meest gewelddadige wat je kunt doen.
„In de prachtige film Sorry, Baby van Eva Victor wordt het hoofdpersonage Agnes verkracht door haar professor Decker, die haar al een tijd probeerde te groomen met complimenten over haar intelligentie en haar werk. Jaren na de verkrachting komt Agnes een oud mede-student tegen, die haar verwijt dat school voor Agnes altijd makkelijker was ‘because Decker loved you.’ Agnes schudt haar hoofd en zegt: ‘I think he hated me.’ Ik vond dat zo’n prachtige scène: Victor maakt in één zin duidelijk dat liefde het tegenovergestelde is van waar het hier om gaat.”
„Er is een teckel in het leven van het personage, die haar op een cruciaal moment niet in de steek laat. Met de teckel laat ik zien hoe makkelijk het eigenlijk is om slachtoffers te ondersteunen: je hoeft er alleen maar te zijn. Een teckel is maar een klein, beetje sullig beest: hij kan niets doen tegen een dader, laat staan een heel systeem bevechten. Maar hij kan op je schoot liggen, je aankijken, niet oordelen, niet weggaan. Daar gaat het om.”
Nina van Tongeren: „Voor mij persoonlijk is deze voorstelling een betere manier om tot een vorm van gerechtigheid te komen dan een juridische procedure.”
„De zaak in het stuk is een schoolvoorbeeld van het feit dat ons rechtssysteem niet op dit soort zaken is ingericht. Zelfs als je zou winnen, zou daar een slopend proces aan voorafgaan, van meerdere jaren, waarin je steeds weer wordt gevraagd te vertellen wat je is overkomen, en de advocaat van de verdediging jou van leugens zal betichten. Zo word je tijdens zo’n proces opnieuw geslachtofferd. De kans dat een dader uiteindelijk wordt berecht is klein, en als dat gebeurt zijn de straffen doorgaans mild.”
„Ik las onlangs twee geniale artikelen, van Daphne van Paassen in de Groene Amsterdammer en van Christel Don in NRC. Van Paassen maakt in haar stuk inzichtelijk dat het rechtssysteem is bedacht door en voor mannen. Geweld tegen hen bevindt zich bijna altijd in de openbare ruimte, op een heldere, fysieke manier. Bij vrouwen en kinderen bestaat geweld veel vaker uit intieme terreur: achter de voordeur, en soms minder duidelijk. Ons rechtssysteem vraagt om bewijs en getuigen, zoals past bij de openbare-ruimtesituatie. Achter de voordeur is dat vaak veel moeilijker te verkrijgen, waardoor die daders niet veroordeeld worden. In Dons stuk vertelt ze dat de behoeftes van slachtoffers meestal ook buiten beschouwing blijven in een rechtszaak – zo moeten ze bijvoorbeeld in dezelfde wachtruimte als hun dader zitten bij een proces. Ik heb zelf geen oplossing, maar we moeten deze problemen gaan erkennen. Dat is een begin.”
„Ja, zeker. Ik heb het privilege dat ik kan schrijven. Voor mij persoonlijk is deze voorstelling een betere manier om tot een vorm van gerechtigheid te komen dan een juridische procedure. Vooral omdat ik nu zelf de regie kan houden over mijn verhaal. Het is heel moeilijk om als slachtoffer meervoudig mens te mogen zijn. Zodra je vertelt wat je is overkomen, word je ofwel gereduceerd tot zielig vogeltje, ofwel tot ‘survivor’, wat de misvatting met zich meebrengt dat alles helemaal opgelost zou zijn. Dit personage is geen archetype, maar een complex persoon met meerdere kanten. Dat vind ik heel belangrijk.”
„Het viel Maartje op wat voor bizarre teksten er op meisjeskleding gedrukt staan. ‘Hot!’, ‘Kiss dealer’, ‘Born to love’, ‘I love daddy, kisses and cuddles’. Al die shirts zeggen: raak mij aan. We presenteren meisjes nog altijd als objecten waar je zomaar van alles mee mag doen. Maartje heeft van dat soort T-shirts een kostuum voor het hoofdpersonage genaaid en is daarnaast ook een kunstproject begonnen dat ze ‘Jeffrey Epstein 4 kids: a carefully curated collection of children’s clothing’ noemt; in de kleding naait ze etiketten met die tekst erop. Geniaal. Het legt heel slim bloot dat gekmakende zaken als de Epstein-files niet alleen het resultaat zijn van een handvol zieke mannen. Onze hele cultuur werkt eraan mee. Tegen alle meisjes op de wereld zou ik willen zeggen: je bent niemand iets verschuldigd. En trek vooral een shirt aan met ‘Fuck off’.”
Teckel van Nina van Tongeren / Theater Bellevue. Tekst: Nina van Tongeren. Regie: Eva Knibbe, Paulien Geerlings. Spel: Jatou Sumbunu. Première: 14 maart, Bellevue Lunchtheater, Amsterdam. Daar nog te zien t/m 5 april. Info: theaterbellevue.nl
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden