Home

Pollens! IJf Blokker zette met Barend Servet een legendarische tv-rol neer maar leerde ook de keerzijde kennen

Hij was een man in de marge, maar toen IJf Blokker de rol kreeg van Barend Servet wist heel Nederland in één klap wie hij was. Na het absurdistische tv-theater De Fred Haché Show in 1971 werd hij op straat afwisselend uitgescholden en geprezen.

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media en muziek.

IJf Blokker uit Den Helder was op het hoogtepunt van zijn roem toen de VPRO in het voorjaar van 1973 handenwrijvend een boekje uitgaf met reacties van kijkers op zijn controversiële rol als de klunzige journalist Barend Servet. Aan die vuile viezeriken van de VPRO… en andere vrolijke brieven, was de titel. Dat was veelzeggend.

Er was een keuze gemaakt uit de 631 brieven die na de tweede aflevering van Barend is weer bezig bij de omroep waren binnengekomen. Vijf miljoen mensen hadden gekeken, één op de twee volwassen Nederlanders. De woede was groot, vooral vanwege het ‘spruitjesincident’ – een plat pratende, sherry lurkende dubbelganger van koningin Juliana maakte de groente klaar – en de gebruikelijke poedelnaakte danseressen.

‘Wat schuift het?’, vroeg Servet onder meer aan de vorstin – die brutaliteit alleen al. Stevig gevloekt werd er ook. De makers, aldus de boze briefschrijvers, waren onder meer ‘beestachtig’ en ‘vreselijke mensen die opgesloten moesten worden’.

Het absurdistische tv-theater van Wim T. Schippers, Gied Jaspers, Wim van der Linden en Ruud van Hemert, ‘een groot stel viespeuken’ volgens een andere briefschrijver, bezorgde de bedeesde Blokker grote bekendheid. Daar had werkelijk niemand rekening mee gehouden. Blokker was voordien een man in de marge van de culturele sector, een slagwerker die een opleiding aan de muziekschool had voltooid.

Reclametekenaar en etaleur

Over werk had hij nooit te klagen. Hij drumde bij orkesten, vond emplooi in Duitsland, was verbonden aan de befaamde revue van René Sleeswijk (met het beroemde duo Snip & Snap) en het orkest van Ted de Braak. Vanzelfsprekend was het niet dat Blokker in de showbizz zou belanden. Hij had wel ambities, als muzikant, maar koos op aandrang van zijn ouders voor zekerheid, en verdiende de kost als reclametekenaar en etaleur.

En toen waren er ineens de mannen van de VPRO die van de omroep zo ongeveer carte blanche kregen – zo ging dat, in die dagen – om een tv-show in elkaar te draaien. Dat werd, in 1971, de Fred Haché Show, met de Haagse moppentapper Harry Touw als de hoofdpersoon die iedereen uitschold voor bal gehakt. Blokker was zijn aangever geworden, na een mislukte auditie voor de hoofdrol. Zijn rol werd ter plekke bedacht.

Toen Touw er (snel) genoeg van had, kreeg Blokker zijn eigen programma, Barend is weer bezig. Wat de makers een ‘daverende show’ noemden, was in feite een anti-show, een mengeling van gein en zeker ook ongein, bloot, ineenstortende decors en kolderieke porties dans en muziek.

Niet iedereen kon het waarderen, vooral conservatief Nederland ergerde zich. Twintig jaar later was De Telegraaf er nog chagrijnig over. De krant schreef in een terugblik bozig over ‘troep’ en ‘schoolbankenhumor’ die met ‘totale minachting voor de kijker over diens hoofd werd uitgestort’.

Legendarisch, origineel en geruchtmakend waren de vier shows zeker, en volkomen nieuw bovendien. Een verhaallijn ontbrak, alles wat mis kon gaan, ging mis. IJf Blokker werd een ster, een artiest die overal in het land werd gevraagd en hoge gages opstreek voor optredens die alle kanten opschoten.

Chaotische pastiche

Aan zijn zijde had hij een andere omhooggevallen ster, Dolf Brouwers, alias Sjef van Oekel. Met de operettezanger (en met boekhouder ‘Evert van der Pik’) maakte hij een andere veelbesproken tv-show, een chaotische pastiche van het muziekprogramma AVRO’s Toppop: Van Oekel’s Discohoek.

Het geld stroomde binnen, maar er was een fikse keerzijde. IJf Blokker was Barend Servet geworden, een man die in het openbare leven afwisselend werd uitgescholden en geprezen. ‘Ik kon niet meer over straat lopen, ik werd daar zo zenuwachtig van’, zei hij in 2001 in het Eindhovens Dagblad.

Meermaals werd hij met de dood bedreigd, bommeldingen waren niet ongewoon. In de VPRO-gids: ‘Ze zouden mijn auto opblazen of me ophangen aan de hoogste kerktoren. Vooral in Brabant was het erg. Ik trad daar geregeld op als Barend Servet en kreeg dan te horen dat ze me met geslepen messen zouden opwachten. Met angst en beven ging ik naar zo’n optreden toe.’

In zijn latere leven koos hij, niet onverwacht, voor relatieve anonimiteit, onder meer als radiopresentator bij de Tros en Teleac. Op het toneel speelde hij tot in de jaren negentig kleine rollen in grote producties, onder meer in De Jantjes en de Nederlandse bewerking van One Flew Over the Cuckoo’s Nest.

En zo werd Barend Servet weer IJf Blokker. Over de rol van zijn leven bleef hij dubbele gevoelens houden: ‘Ik heb er best plezier mee gehad, maar ik raakte er mijn eigen identiteit mee kwijt.’

- In het boek Het Barend Servet effect uit 1974 vatte journalist Henk Hofland de tv-shows met Barend Servet als volgt samen: ‘In iedere show overheerst het falen op elk gebied. Het gezang is vals, de toespraken mislukken, spelers worden ziek en wankelen reeds half brakend weg als ze al niet van het podium zijn gevallen.’

- Barend Servet scoorde ook in de hitparade. In 1973 stond hij met Waar moet dat heen (B-kant: Ik ben zo verkouden) zeven weken in de Top-40.

- Barend Servet maakte diverse taalkundige vondsten uit de koker van Wim T. Schippers populair. ‘Pollens’, een uitroep van ergernis en verbazing, was de bekendste. Andere verzinsels die landelijk aansloegen waren onder meer ‘ik word een peu nerveux’ en ‘prima de luxe’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next