Programmamaker Kefah Allush, van Palestijns-Nederlandse afkomst, is kind aan huis in de Arabische wereld. Maar voor zijn tv-series maakt hij bewust een kloofje tussen hemzelf en de mensen daar. Ook nu weer, voor zijn nieuwe serie De vrouwen van...
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Kefah Allush zet grote ogen op. De EO-programmaker van Palestijns-Nederlandse afkomst staat aan de rand van een militair oefenterrein, ergens op een geheime locatie in Rojava, een autonome Koerdische regio in Noord- en Oost-Syrië. Jonge vrouwen in militair tenue kruipen in de brandende zon over de grond, sleuren hun wapentuig mee.
Dit zijn de militairen van de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (YPJ), onderdeel van de YPG, een op linkse leest geschoeide Koerdische militie. Gedisciplineerde soldaten zijn het, sprekend in afgemeten slogans over de noodzaak van Koerdische autonomie en de gewapende verdediging van vrouwenrechten.
‘Daar kun je ook zonder wapens voor opkomen’, brengt Allush nog in, om meteen daarna te concluderen dat hij makkelijk praten heeft. ‘Koerden leven hier in een omgeving die hen al tientallen jaren onderdrukt. Misschien is de enige manier waarop je je hier staande houdt: vol voor de missie gaan.’
Allush’ overpeinzingen klinken aan het einde de eerste aflevering van De vrouwen van..., een nieuwe, zesdelige serie waarin de programmamaker door het Midden-Oosten en Noord-Afrika reist en ook nog Ethiopië aandoet. Het programma is bedoeld als tegenwicht tegen het westerse clichébeeld van vrouwen uit deze wereld als eeuwig slachtoffer, monddood en onderdrukt.
‘Ik snap heel goed dat de vrouwelijke soldaten in Rojava zich genoodzaakt voelen om de wapens op te pakken’, zegt Allush op een woensdagmorgen in maart in een vergaderruimte van het EO-hoofdkantoor in Hilversum. ‘Maar ik heb ook een dochter, ik moet er niet aan denken dat zij ook een wapen moet hanteren om haar rechten te verdedigen. Het maakte wel dat ik nog meer onder de indruk raakte van deze vrouwelijke soldaten. Ze zullen koste wat kost hun rechten verdedigen.’
Waarom wilde u deze serie maken?
‘Ik weet dat wij in het Westen altijd een beetje meewarig naar de vrouwen in deze regio kijken, ze zijn zo zielig, ze worden hartstikke onderdrukt. Natuurlijk, de positie van de vrouw in de Arabische wereld is ook niet florissant, er valt ook veel op aan te merken. Maar het is ook een eendimensionaal beeld. Het klopt ook niet met hoe ik de vrouwen in mijn leven ken.’
U begint elke aflevering van De vrouwen van… met foto’s van uw moeder en oma, en wat voor krachtige figuren dat zijn. Kunt u meer over ze vertellen?
‘Mijn oma was echt de generaal van de familie, zij deelde de lakens uit, omzeilde mijn opa bij het nemen van grote beslissingen. En als ik kijk naar mijn eigen moeder: die was de dominante factor in mijn leven. Mijn vader was vooral in de fabriek bezig, terwijl mijn moeder, die ook werkte, het huishouden bestierde, ze bemoeide zich met mijn school, zat in de ouderraad. Voor dit soort vrouwen, die er ook zijn in de Arabische wereld, wilde ik een monument oprichten.’
Naast vrouwen die op militante wijze voor zichzelf opkomen, zoals de soldaten in Rojava, bezoekt Allush ook vrouwen die op subtielere wijze ruimte voor zichzelf opeisen.
Het best is dat te zien in de aflevering waarin Allush een dorpje in het Marokkaanse Atlasgebergte bezoekt en daar op sleeptouw wordt genomen door de ‘Fatima’s’, twee jonge, gehoofddoekte vrouwen, leraressen op een basisschool, die dove meisjes proberen mee te krijgen in het onderwijs en ook iets aan het analfabetisme onder oudere vrouwen proberen te doen.
Een van de Fatima’s zit achter het stuur van haar kleine Kia en rijdt Allush door het berggebied, waar het straatbeeld gedomineerd wordt door mannen. De vrouwen uit dit gebied ontmoet de kijker vooral in klaslokalen, waar ze leren lezen en schrijven.
Als je met een westerse blik naar de Fatima’s kijkt, dan denk je niet meteen: dit zijn vrijgevochten feministen die op barricaden staan.
‘Wij zien vrouwen met een hoofddoek en geven daar meteen een invulling aan. Inderdaad, op het eerste oog zie je twee traditionele vrouwen. Maar ze zijn ook bewust ongehuwd, omdat ze hun onafhankelijkheid willen behouden om te kunnen doen wat ze willen doen. Het zijn geen geknechte vrouwen. Het zijn vrouwen die op jonge leeftijd hun gemeenschap hebben verlaten om elders een lerarenopleiding te volgen, daarna zijn teruggekeerd om de vrouwen in hun gemeenschap vooruit te helpen.’
Met De vrouwen van... voegt Allush een nieuwe serie toe aan een gestaag groeiend en indrukwekkend oeuvre waarin de programmamaker een rijk geschakeerd beeld schetst van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. In de afgelopen tien jaar maakte hij programma’s als Oases in de Oriënt, Van Atlas naar Arabië en Van Nablus naar Ninevé, waarin hij laat zien dat dit gebied van de wereld meer is dan alleen het toneel van politieke spanningen en geweld.
Tijdens zijn reizen bezoekt Allush onbekende gemeenschappen, zoals de flower men uit Saoedi-Arabië, die getooid met een bloemenkrans op hun hoofd over straat gaan. Ook reist hij door Socotra, een adembenemend mooi eiland met een unieke flora en fauna voor de kust van Jemen.
Allush, oorbellen in, het haar in een hip knotje, zijn getatoeëerde bovenarmen vol in het zicht, speelt tijdens deze reizen soms de rol van geïnformeerde insider, soms die van naïeve outsider. Dankzij zijn Palestijnse achtergrond heeft hij een meer dan gemiddelde kennis van de Arabische taal en cultuur. Tegelijkertijd probeert hij ook niet te vergeten dat zijn publiek voornamelijk Nederlands is en een flinke informatieachterstand heeft.
‘Ik heb altijd een beetje een dubbel gevoel als ik door dat gebied reis. Enerzijds ben ik omringd door mensen die allemaal op mij lijken, anderzijds ben ik echt een product van Nederland, hier ben ik gevormd. Dat zorgt weleens voor verwarring. Als ik in een gezelschap van mannen vraag: waar zijn de vrouwen? Dan kijken ze mij aan van: maar jij snapt toch wel waarom hier geen vrouwen zijn, dat hoeven we jou toch niet uit te leggen?’
Hoe gaat u met zulke aannames om?
‘Wat ik heb geleerd is om de kloof tussen mij en hen een klein beetje te vergroten. Bijvoorbeeld door net iets slechter Arabisch te spreken dan ik werkelijk doe. Daarmee communiceer ik subtiel naar de ander: ja, ik lijk op je, ik kan ook een heel eind meekomen in wat je zegt, maar uiteindelijk ben ik net iets anders dan jij, ik ben niet van hier. Dat creëert ruimte voor mij om de vragen te kunnen stellen die de gemiddelde Nederlander ook heeft.’
Is er iets wat u nadrukkelijk nalaat in het contact met mensen in de Arabische wereld?
‘Tijdens mijn eerste reizen naar de Arabische wereld voor de EO deed ik altijd mijn oorbellen uit. Niet omdat ik bang was voor de reacties, maar omdat ik wilde voorkomen dat ik tijdens het filmen zelf onderwerp van gesprek zou worden, dat ik moest uitleggen waarom ik ze draag. Maar wat ik gaandeweg leerde was dat mijn beeld van de mensen in dit gebied best wel ouderwets was, gebaseerd op Arabische mensen die jaren geleden naar het Westen zijn geëmigreerd en nog vasthouden aan oude culturele opvattingen. Terwijl ze in de Arabische wereld alweer veel verder zijn, mannen met oorbellen en tatoeages zoals ik zijn echt geen bijzonderheid meer.’
U maakt deze programma’s opdat het Nederlandse publiek een genuanceerder beeld krijgt van de Arabische wereld. Bent u daarin geslaagd?
‘Ik ben al sinds 2016 bezig met deze programma’s. Maar ze op tv krijgen is nog geen garantie dat iedereen ze ziet en dat ik daarmee een grootschalige invloed kan hebben. Dat is jammer, maar ik word er niet moedeloos van. Kijk, ik ben hier niet naïef aan begonnen, ik weet heus wel dat de kijk op de Arabische wereld als een wereld van geweld en politieke spanningen altijd dominant zal blijven. Maar daarmee sla je die wereld plat tot eendimensionale proporties. Het betekent dat ik niet moet nalaten om mijn bijdrage te leveren aan de nuancering van dat beeld.’
De vrouwen van..., vanaf 15/3, 20.20u, NPO 2.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant