Home

‘Ik zocht naar vrijheid, zelfstandigheid en een vaste vrachtauto’

Vrachtwagenchauffeur Sophie van Dalen wordt dit jaar 25. In de transportwereld kroop ze uit haar schulp. ‘Ons pap zei vroeger altijd: Sophie houdt het nog geen dag vol.’

schrijft voor Volkskrant Magazine.

Waar bevinden we ons nu?

‘In het oude bedrijfspand van ons pap. Vroeger was dit het kantoor, de werkplaats en de wasplaats van Van Dalen koel- en vriestransport. Ken je de Bossche bollen? We brachten boter en slagroom naar bakkerijen met koelwagens waarin het tot min 28 graden is. Op een gegeven moment stonden hier vijftien van die wagens.

‘We zijn gestopt rond 2018, toen ik 17 was. Erg jammer natuurlijk, want hij had echt een heel mooi bedrijf, maar hij heeft er veel rust voor teruggekregen. Na de sluiting heeft hij met m’n zus een vrachtwagen gekocht en hebben ze dubbelbemand gereden, dus samen op één auto.’

Dat klinkt gezellig.

‘Nou, ik zou het niet kunnen, met z’n tweeën rijden. Ik ben echt heel erg op m’n eigen.’

Dus je komt uit een familie van chauffeurs?

‘Ja, ik groeide op in een transportfamilie: naast mijn vader zijn veel ooms en achterneven ook vrachtwagenchauffeur. En mijn zus eerst ook, tot ze na een paar jaar rijden zwanger raakte. Toen is ze eindelijk haar droom achternagegaan en hondentrimster geworden. Dat is wel geinig, hoor.

‘Nu is ze getrouwd en heeft ze een kleine, Nicky, zo’n lekker ventje. Met de carnavalsoptocht laatst kon ik hem de hele tijd vasthouden, dan is het echt mijn mannetje. Maar erna kan ik hem gelukkig weer teruggeven.

Sophie van Dalen wordt 25 op 24 augustus.
Woonplaats: Stiphout

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10?
‘Een 7. Ik kan goed moeilijke beslissingen nemen en een ding dat 40 ton weegt besturen. Daar moet je verantwoordelijkheid voor kunnen nemen, ook in het verkeer.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie?
‘Niet echt: ik heb niet veel met TikTok, selfies of stappen.’

Waar ben je over zeven jaar?
‘Ik mag hopen met een kleine. En nog steeds op de vrachtwagen.’

‘Mijn vader is warm, rustig en geduldig. Vroeger was het zo dat als je niet wilde leren, je de vrachtwagen op kon. Hij begon op z’n 18de met rijden. Mijn moeder heeft altijd op ons kantoor gezeten.

‘Toevallig is ze nu aan het lessen voor haar CE-rijbewijs, voor zware vrachtauto’s. Ons pap had namelijk zoiets van: als er een keer een leuke klus in het buitenland is, kunnen we samen. Dan kunnen ze met z’n tweeën bijvoorbeeld naar Barcelona rijden om licht- en geluidapparatuur naar een festival te brengen. Mijn moeder is een stoere vrouw, hoor. Ik heb heel veel geluk met m’n ouders.’

Hoe was het om op te groeien in Nuenen?

‘Fijn, ik weet eigenlijk niet beter. Ik ben echt geen stadspersoon. Op de basisschool was ik een beetje een loner, nogal teruggetrokken en ik dacht dat niemand me mocht. Ik werd niet gepest, dat kwam meer op de middelbare, met al die meiden in de puberteit.

‘Uiteindelijk bleek ik gewoon ADHD te hebben. Daar kwam ik op m’n 21ste achter. Ik liep mezelf zo in de weg rond die tijd: stemmingswisselingen, sensatie zoeken, extreem reageren op niet zo heftige dingen.

‘Een maatje zei op een gegeven moment: volgens mij heb jij ook ADHD. Hij gaf me zijn medicatie om het te proberen en ik dacht: wauw, dit is dus stil, dat is fijn. Ik liet me testen en nu krijg ik zelf medicijnen. Dat helpt: vroeger reed ik weleens schade, nu ben ik er altijd met mijn kop helemaal bij.’

25 in ’26

In de serie 25 in '26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Wist je altijd al dat je vrachtwagenchauffeur wilde worden?

‘Nee. Ons pap zei vroeger altijd: Sophie houdt het nog geen dag vol. Ik was vroeger heel verlegen, heel terughoudend, nogal op mezelf en onzeker. Hij dacht dat deze wereld te hard zou zijn voor mij. Niet dat ik er interesse in had, hoor. Vrachtwagens boeiden me nooit.

‘Toen ik 17 was moest ik een mbo-opleiding uitkiezen, en toen ben ik voor opticien gegaan. In de eerste week zag ik allemaal dikke boeken liggen: natuurkunde, scheikunde, wiskunde. Kijk, als iets eindigt op -kunde, daar heb ik niks mee. Ik heb mezelf meteen in die introweek weer uitgeschreven.

‘Toen ik terugging, zeiden m’n ouders meteen: wat ga je nu doen? Je gaat niet thuiszitten. Nee, zei ik, ik ga me inschrijven voor de chauffeursopleiding. Ik belde een oud-docent van mijn zus. Ah, Van Dalen, zei hij, dat zit wel goed. Ik mocht meteen op gesprek komen, moest vijf vrachtwagenmerken opnoemen, toen kreeg ik een hand en was ik ingeschreven.’

Hoe vond je het daar?

‘Het is een goede opleiding. Iedereen op het mbo heeft dezelfde gedachtegang, hetzelfde doel. Het was een fijne tijd. In onze klas zaten de meeste vrouwen ooit: vijf van de dertig. Op de opleiding moet je je code 95 halen, een aanduiding op je rijbewijs voor professionele chauffeurs. Voor die code moet je de techniek van de vrachtwagen kennen, de verkeersregels, en je moet weten hoe de tachografen werken.’

Wat is een tachograaf?

‘Een soort apparaat in je vrachtwagen waarmee je bijhoudt hoelang je rijdt en wanneer je rust neemt. Het zijn nogal strenge en ingewikkelde regels over wanneer je wel en niet rijdt of werkt. Ik mag bijvoorbeeld vijftien uur op een dag werken, maar dat betekent niet dat ik al die tijd mag rijden. Laden en lossen zitten ook in die tijd.’

Waarmee ben je begonnen?

‘Distributiewerk. Pakketten, pallets, glazen voor een spaaractie van de Albert Heijn, echt van alles. Maar ik wilde liever ook overnachtingen doen, de hele week weg zijn. Ik zocht naar vrijheid, zelfstandigheid en een vaste auto. Ik zat toch de hele tijd tussen andermans spullen; soms roken chauffeurs ook in de auto.

‘Ik ben in dienst gegaan bij een werkgever waarbij ik mout kon rondrijden naar brouwerijen. Ik had zo’n silowagen en reed tussen Nederland, België en Duitsland. Ik overnachtte vooral bij de brouwerijen zelf, kon ik lekker wat bestellen en had ik een rustig plekje met m’n vrachtwagen. Als ik op een truckstop overnachtte, ging ik altijd aan tafel zitten bij oudere mannen met een vriendelijk gezicht. Het liefst een beetje van ons pap z’n leeftijd. De jeugd heeft vaak toch grote praat.’

Heb je dat lang gedaan?

‘Ongeveer twee jaar, tot ik rond de 21 was. Mijn vader had een ander bedrijf opgestart en daar kon ik in dienst. Ik rijd nu in de vrieswagen, dus ik heb bijna altijd diepvriessnacks in de auto liggen. Mexicano’s, kroketten, hamburgers, dat soort dingen. M’n vriend rijdt ook, maar hij krijgt veel verschillende dingen: matrassen, boutjes, kozijnen, soms dingen van een supermarkt.’

Heb je je vriend ook via werk leren kennen?

‘Ja, ik kwam voor een opdrachtgever bij een klant terecht. Toen ik aan een medewerker vroeg hoe het precies zat daar, zei-ie: dat moet je aan Thijs vragen, die van de rode Scania.

‘Eenmaal daar hoorde ik meteen dat hij geen Brabander was. Nee, zei hij, ik kom uit de Achterhoek. Eigenlijk was het wel liefde op het eerste gezicht. Ik had al een relatie, maar die jongen was heel anders. Ik ben kort door de bocht en hard, hij was heel soft. Met Thijs was er meteen een klik, een vertrouwd gevoel.’

Wonen jullie samen?

‘Ja, inmiddels wel. Op m’n 21ste heb ik mijn eerste huis gekocht met wat steun van mijn ouders. Daar heb ik wel heel veel geluk mee. Het was in het centrum van Nuenen, boven de ijssalon. Thijs bleef een keer logeren, en het logeerpartijtje stopte niet. Negen maanden later zei hij: zal ik me anders hier inschrijven?

‘We hebben daar twee jaar gewoond, maar een tijdje geleden stuurde mijn moeder iets door van Funda. Thijs was helemaal in de wolken. We planden een bezichtiging in, maar die redde ik niet omdat mijn rit uitliep. Hoewel ik het niet gezien had, behalve tijdens het videobellen, deden we een bod. Twee dagen later was het van ons.

‘Tja. Ik vond het niet lelijk en niet mooi. De originele omagordijnen hingen er nog, we moeten nog een hoop verbouwen, maar het is heel groot.’

Heb je zin in de toekomst?

‘Ja. Ik hoop gezond oud te mogen worden in het nieuwe huis, met een paar kinderen erbij, maar eerst gaan we lekker met z’n tweetjes genieten. Ik mag sowieso niet klagen: ik heb het verrekes goed voor elkaar op m’n 24ste. Ik leefde altijd van dag tot dag. Pas in de transport veranderde dat. Je leert je mannetje staan, voor jezelf opkomen, je woordje klaar hebben. Ik ben een stuk zelfverzekerder geworden. Ik blijf altijd respectvol, maar laat niet de kaas van mijn brood eten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next