Eens in de zoveel tijd komt er een gitaarband langs die de rockmuziek een nieuwe impuls geeft. Geese is zo’n band, blijkt maandagavond tijdens een zinderend concert in Doornroosje.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
De spanning en opwinding bij het publiek zijn maandagavond bijna tastbaar, al ruim een halfuur voordat het New Yorkse Geese het podium betreedt in het Nijmeegse Doornroosje. Je moet er soms jaren op wachten, maar dit is weer zo’n gitaarband die levens kan veranderen.
De voortekenen waren er al voordat in september vorig jaar hun derde album Getting Killed verscheen. Twee jaar eerder hadden ze live indruk gemaakt met hun even gecontroleerde als maniakale gitaar erupties. Toen eind 2024 het soloalbum Heavy Metal van zanger Cameron Winter verscheen, was de internationale muziekpers het er snel over eens dat Winter een songschrijver was van het kaliber Bob Dylan of Leonard Cohen.
Grote namen ja, maar niet eens zo overdreven, weet iedereen die Winter in december vorig jaar een bloedstollend optreden zag geven in het Utrechtse TivoliVredenburg.
De muziek die Winter met Geese maakt, roept heel andere vergelijkingen op. Bijvoorbeeld met Pixies, Nirvana, The Strokes of Arctic Monkeys. Stuk voor stuk bands die gitaarrock nieuwe impulsen gaven op een moment dat je dacht er wel klaar mee te zijn.
Geese roept dankzij hun ongrijpbare, briljante album Getting Killed net zulke torenhoge verwachtingen op, en ze maken het waar vanaf de allereerste minuut.
Drummer Max Bassin opent Husbands met een staccato ritme, waarna Winter zijn dwingende stem door de zaal laat galmen: ‘I’ll repeat what I say, but I’ll never explain’. En zo is het.
Wanneer Bassin vervolgens aftelt naar een furieus Getting Killed en het tempo nog een beetje wordt opgevoerd met Mysterious Love, is duidelijk dat Geese alles uit de kast trekt om iedere bezoeker een unieke live-ervaring te geven.
Winter, een slungelachtige verschijning die met zijn gitaar wat weg heeft van Thurston Moore, legt inderdaad niets uit, maar na ieder liedje voel je dat je wat dichter tot de kern komt.
Van wat eigenlijk? Van hun kunstenaarschap? Van wat rock-’n-roll zo opwindend kan maken? Beiden. Geese oogt als iedere gitaarband, maar ze doen alles net iets anders. De gitaren van Winter en Emily Green zinderen, de polyritmische patronen van Bassin hypnotiseren regelmatig, en Dominic DiGesu zorgt met zijn bas voor een groove die lijf en leden in beweging brengt.
‘You can’t keep running away from what’s real’, zingt Winter in het spannend opgebouwde, naar een onverwachte climax voerende Islands of Men. De woorden lijken uit het hart te komen. Oudere liedjes als I See Myself worden hard meegezongen, terwijl Long Island City Here I Come precies die spannende finale is die het op de plaat belooft te worden.
‘There’s a bomb in my car’, brullen we nog even met Winter mee in de toegift Trinidad. Eenmaal buiten weten we nauwelijks wat we hebben meegemaakt. Een fenomenaal concert, dat op z’n minst.
Pop
★★★★★
9/3 Doornroosje, Nijmegen (17/3 Paradiso, Amsterdam).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant