Home

‘Ik draag een soort somberheid met me mee. Dat helpt me om liedjes te schrijven’

Wies is een frisse Nederpopband met scherpe teksten van frontvrouw Jeanne Rouwendaal. Ze vertelt over de songteksten op het derde album AH! en kiest drie albums die haar inspireerden.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

‘Ik heb zeeën van tijd om te doden/ Ik heb tijd om maar wat aan te kloten/ Tijd/ Alle tijd.’ Dat is vier. Op AH!, het derde album van gitaarband Wies, gebruikt frontvrouw Jeanne Rouwendaal (29) in totaal 52 keer het woord ‘tijd’.

‘Het thema ‘tijd’ sloop er als vanzelf in’, zegt ze, in de zithoek van Wies’ studio annex repetitieruimte in het Westelijk Havengebied, de bufferzone tussen Amsterdam (waar ze woont) en de Zaanstreek (waar ze vandaan komt).

‘Het verstrijken van de tijd. Hoe je soms probeert de tijd vast te houden. Maar ook: de fase waarin mijn leven zich nu bevindt, als bijna-dertiger, en de twijfels die daarbij komen kijken.’

Derde album

AH! is het derde album van Wies, een Nederlandstalig indierocktrio met popinslag. Sinds de eerste singles in 2019 zijn ze opgeklommen naar de grotere zalen van het clubcircuit: de Ronda van het Utrechtse TivoliVredenburg (vrijdag), Oosterpoort in Groningen en het Amsterdamse Paradiso.

De liedjes vallen op door hun poppy directheid. Rouwendaals woorden ontspruiten vaak aan vertwijfeling, maar meestal klinkt het uiteindelijke liedje pittig en opbeurend.

Rouwendaal: ‘Meestal kom ik aanzetten met een soort kampvuurliedje: een melodie, akkoorden, een tekst. Dat speel ik voor aan de jongens. Daarna gaan we het ‘verwiesen’. Zo noemen we het ook echt.’

‘De jongens’ (bassist Teun van der Maarel en drummer Dan Huijser) leveren een belangrijke bijdrage aan bijvoorbeeld instrumentatie, structuur en progressies, maar de woorden zijn altijd de hare. In het boekwerk bij de prachtig vormgegeven vinylversie van AH! staat bij elk lied aangegeven waar het zijn oorsprong had: ‘Amsterdam 2023. Dit nummer is ontstaan met een krant in een koffiezaak.’ Tijd vasthouden.

Tekstschrijven als kantoorbaan

‘Vroeger had ik inspiratie nodig om te kunnen schrijven: ik moest ergens boos, verdrietig of geamuseerd over zijn’, zegt ze. ‘Maar op het conservatorium heb ik van mijn docent Blanka Pesja geleerd dat zo’n gemoedstoestand niet nodig is. Dat je van teksten schrijven bij wijze van spreken een kantoorbaan kunt maken, zoals Nick Cave het doet. Als je maar weet waar je je inspiratie kunt vinden.’

Dat getrainde vermogen om inspiratie in jezelf te vinden, stelt haar in staat om, bijvoorbeeld, meer liedjes over tijd te schrijven. Of om (na Leugenaar op het debuutalbum en Leugenaar II op het tweede) op AH! met Leugenaar III te komen. Daarin duikt het mysterieuze Wies-personage Tijn opnieuw op: hij figureert op elk album tot dusver.

‘Weet je wat ook een leuke methode is? Een timer zetten en dan tien minuten lang álles opschrijven dat in je opkomt. Dat levert vaak iets op waarvan je niet wist dat het je bezighield.’

Somberheid

Ze is al sinds haar 12de ‘creatief bezig’: tekenen, schrijven, gedichten, teksten, ‘halve liedjes’. Haar eerste liedje met een kop en een staart vloeide uit haar toen ze 16 was. Vanaf dat moment schreef ze er veel, aanvankelijk in het Engels, later (dankzij Pesja en het conservatorium) in het Nederlands.

‘Ik draag een soort somberheid met me mee’, zegt ze. ‘Dat helpt me om liedjes te schrijven, waarvan ik me dan voorstel dat iemand anders er iets aan heeft. Alleen al dat idéé geeft me het gevoel dat ik niet alleen ben.’

In Magneten: ‘Je bent de koning van het feest/ Ik draag een mantel van verdriet/ Zo is het altijd al geweest/ maar toen zag ik het nog niet.’

Dat is typisch Jeanne Rouwendaal: een herkenbaar gevoel, poëtisch doch direct verwoord, compact, aandoend als spreektaal.

‘Ik ben van nature een confrontatiemijdend type’, zegt ze. ‘Sommige dingen durf ik niet te zeggen of ik slaag er niet in om het precies goed te zeggen. In mijn liedjes durf ik het wel en kan ik bovendien lekker valsspelen: schaven tot ik het precies goed zeg. Iets duidelijk en herkenbaar zeggen zonder dat het plat wordt, dat is altijd mijn doel.’

AH! van Wies, Labeltje Labeltje/8Ball.
Tour 13/3 TivoliVredenburg, Utrecht. 14/3 Oosterpoort, Groningen. Meer data op www.hetiseenwies.nl.

Inspiratie

‘Bij ons thuis stond vaak Nick Cave, Lou Reed of Tom Waits op, maar ook The Scene van Thé Lau en Armand. Later ontdekte ik De Dijk en Huub van der Lubbe. En Maarten van Roozendaal.’ En ook de volgende drie inspirerende albums.

Spinvis’ debuutalbum verscheen toen ik zes was. Als volwassene ben ik andere dingen gaan horen in zijn teksten, maar als jong kind kun je er al iets mee. Dat maakt ze zo krachtig. Ronnie gaat naar huis. Limonadeglazen wodka. Een man die zingt dat hij een vrouw van 40 is. Je voelt en ziet er iets bij.’

‘Roos Rebergen verzon met Roosbeef de albumtitel Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten. Dan zie je meteen iemand voor je. Maar ik wil hier De speeldoos noemen, met teksten gebaseerd op gedichten van mensen met een verstandelijke beperking. Echt prachtig. ‘Het is al vaker gebeurd: iemand dood.’ Of: ‘Als je niet van jezelf kunt houden, dan heb je een probleem.’ Zeg het maar eens beter.’

‘Een verzamelalbum, mag dat? Ramses heeft me geleerd dat de kracht van tekst enorm afhangt van hoe je ’m brengt. Hij is ook een meester in omdenken, zoals in Zonder bagage: helemaal niks meer hebben, is ook vrijheid. Mijn favoriete Ramses-zin is misschien wel deze: ‘We leven nog – en niet zeuren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next