Het aantal jongeren in de bijstand groeit al drie jaar lang. Ze hebben ingewikkelde mentale problemen en kunnen niet snel worden geholpen. Bovendien zitten ze tegenwoordig ook langer in de bijstand.
De jongvolwassenen kampen met mentale problemen, schulden en gaan gebukt onder de woningnood, blijkt uit een maandag verschenen onderzoek van Frauke van Iperen. Ze werkt voor Divosa, de vereniging voor het sociaal domein van gemeenten.
"Voorheen hadden jongeren in de bijstand vaak moeite om werk te vinden. Nu zien gemeenten dat ze nog niet in staat zijn om te werken", zegt Van Iperen tegen NU.nl.
Volledig arbeidsongeschikte jongvolwassenen komen trouwens niet in de bijstand, maar in de Wajong terecht. In de bijstand zitten dus jonge mensen die op papier wel kunnen werken.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hulp in de zoektocht naar werk, maar die hebben volgens Van Iperen niet genoeg middelen om iedereen in de bijstand te ondersteunen. Tegelijkertijd kampt de ggz nog steeds met lange wachtlijsten voor mensen met psychische klachten.
Er zijn schrijnende gevallen van jongeren die hun huis niet meer uitkomen, hoort Van Iperen. Ook is er een groep werkloze jongeren die bij hun ouders op de bank zitten en geen uitkering krijgen, maar wel hulp nodig hebben.
De woningnood helpt niet mee. Zo zijn er jongeren die niet op een vaste plek wonen. "Zonder stabiele woonsituatie is het lastiger om te werken", zegt Van Iperen. Anderen blijven bij hun ouders, wat het volgens haar moeilijker maakt om zelfstandig te worden.
"Thuiszitten is achteruitgang", zegt Michel Post, die jongeren helpt bij het zogenoemde arbeidsontwikkelbedrijf NoordWestGroep in Steenwijk. "Ze moeten zo kort mogelijk thuiszitten."
Post ziet dat steeds meer jongeren niet 'gewoon' werken of studeren, maar met een hulpvraag aankloppen bij NoordWestGroep. De organisatie heeft volgens hem "plek voor iedereen" en biedt onder meer stages, dagbesteding, werkervaringsplekken en werk aan. "Als een werkplek goed past, krijgen ze relatief snel een contract en hebben ze een salaris."
Volgens Van Iperen is zo'n werkontwikkelbedrijf een goede oplossing voor de groep jongeren die anders tussen wal en schip valt. "Ze hebben persoonlijke begeleiding nodig van iemand die breder kan kijken dan één domein van het leven."
Het kan dus wel, maar dan moet eerst de druk eraf. "Vaak is tijd de oplossing", zegt Post. Het helpt als ze één of twee jaar bezig zijn zonder doel, waarbij ze er dus even niet op zijn gericht om naar school of aan het werk te moeten.
"We hebben zoveel voorbeelden van jongeren waarbij het leven na zo'n tijdje weer op zijn plek valt." Wie toch niet goed gedijt bij NoordWestGroep wordt naar de gemeente of naar een andere werkplek doorgestuurd.
Sinds dit jaar zijn scholen verantwoordelijk voor vroegtijdige schoolverlaters door de zogeheten Wet van school naar duurzaam werk. Ze moeten onder meer de gemeente een seintje geven om te voorkomen dat een jongere van de radar verdwijnt.
"Als er dit jaar nog meer jongeren in de bijstand belanden, hoeft dat niet per se een slecht teken te zijn", zegt Van Iperen. Het betekent in elk geval dat ze in beeld zijn bij de gemeente, die verantwoordelijk is om ze te helpen met hun problemen en met werk.
Andere regels voor mensen in de bijstand worden wat soepeler door de invoering van de Participatiewet in Balans. Zo hoeven jongeren niet per se meer vier weken te zoeken naar werk voordat ze een uitkering kunnen krijgen. Gemeenten mogen zelf inschatten of iemand gelijk een uitkering nodig heeft.
Ook gaan de nieuwe regels uit van wat meer vertrouwen. Dat kan positief zijn voor iemands zelfvertrouwen, wat een terugkeer naar de werkvloer makkelijker kan maken. Daarover gaat onderstaand artikel.
Source: Nu.nl economisch