Afgelopen week voelde ik me vanwege al het wereldnieuws behoorlijk somber en angstig maar dat is natuurlijk niet hetzelfde als zwak, en zo stapte ik maandagavond op de fiets om iets goeds te gaan doen. Met de lente vangt immers ook een van de gevaarlijkste seizoenen voor bepaalde diersoorten aan.
Voor wie het niet weet: ieder voorjaar ontwaken kikkertjes, salamanders en padden uit hun winterslaap om vervolgens, in de beschutting van de schemering, naar grote vijvers of meren te trekken, alwaar het tijd is voor Netflix en chill. Helaas moeten vele dorps- en stadsamfibieën daarvoor vaak een weg oversteken, met talloze verkeersdoden als gevolg.
Gelukkig telt ons land inmiddels meerdere paddenwerkgroepen. Clubjes vrijwilligers die de beestjes uit steegjes, voortuintjes of van de stoep halen, ze de weg over helpen en ten slotte veilig bij het water plaatsen. Toen ik aankwam legde Eva, het opperhoofd van Paddenwerkgroep Landsmeer, net aan enkele nieuwe vrijwilligers uit wat ze moesten doen.
De meisjes, allebei nog geen twintig, waren wat giechelig.
,,We gaan padden redden”, gniffelde de een tegen de ander. Toch luisterden ze aandachtig. Ik besefte dat hun gekeet waarschijnlijk voortkwam uit ongemak. Zij kunnen er natuurlijk ook weinig aan doen dat ze opgroeiden in een cultuur waarin achteloosheid met betrekking tot kleine, niet heel aaibare wezentjes, genormaliseerd is. En waarin de mensen die zich er wel om bekommeren, mogen worden uitgelachen.
Uiteindelijk bleken deze twee de fanatiekste zoekers.
Zelf kamde ik met behulp van mijn telefoonlicht de steegjes uit, en algauw stuitte ik op een heel kleine pad, amper groter dan de knop van een pioenroos. Kalm en waardig (en vermoedelijk ook nog slaapdronken) liet hij zich oppakken. Zijn huid was even zacht als de binnenkant van een babyhand en terwijl ik hem naar het water bracht, produceerde hij heel zachte piepjes, waarbij zijn onderkinnetje bemoedigend tikte tegen mijn pink. Wat zijn het toch bijzondere wezens, dacht ik. Ze bestonden al tientallen miljoenen jaren voor ons.
Hopelijk bestaan ze ook nog na ons.
Zo ging ik door de nacht. Ik drukte pushberichten over bommen, doden, escalaties en gasprijzen weg. Boven heggen, schuttingen en voortuintjes zag ik de lampjes van de anderen. Heel even leken we met zijn allen wel een groep mijnwerkers, druk bezig met reddingswerkzaamheden in een op instorten staande schacht.
Elk rennend voor het leven van een ander.
Elk hun eigen kleine steen bijdragend, in die steeds donkerder tunnels van dit mooie en verdrietige avondland.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden