De Belgische make-upartist Inge Grognard (68) heeft alles wat ze wilde doen wel een keer gedaan. Wat ze leerde in het leven: de wereld heeft geen nieuwe beautyproducten nodig en wat is geweest, is boring.
Toen ik een jaar of veertien was, raakte ik bevriend met [de latere modeontwerper] Martin Margiela, die net als ik uit Genk komt. Ik zat op school bij zijn nicht Josiane en we deelden een obsessie: kleding. Bijna elk weekend gingen we met z’n drieën naar Maastricht. Daar had je een winkel die merken als Fiorucci verkocht. We konden vrijwel nooit iets kopen, maar gingen elke week naar die kleren kijken. Later gingen we naar Parijs. Kleren kopen op de vlooienmarkt van Porte de Clignancourt. Aan het eind van de dag stalden we alles uit op ons bed in een cheap hotel en gingen we ons verkleden. Door als tiener veel te experimenteren, ontwikkel je een sterke eigen smaak.
Modeontwerper worden is nooit in me opgekomen. Daarvoor moet je goed kunnen tekenen en ik was daar niet zo goed in als Martin. Als ik iets doe, dan wil ik daar héél goed in zijn, anders begin ik er niet aan. Martin ging naar de academie in Antwerpen voor de modeopleiding en Josiane en ik verhuisden mee. Als je van kleren houdt, kom je algauw bij make-up terecht. Daar bestond in België alleen geen opleiding voor. Ik ben naar een school voor schoonheidsspecialisten gegaan en moest er allemaal dingen bij doen die me totaal niet interesseerden: manicures, pedicures. Toch was het een geweldige tijd. Ik had weinig les en veel vrije tijd. We gingen minstens één keer per week naar de bioscoop en dansten hele nachten in punkkelders en gayclubs. Er gaat niets boven het gevoel van vrijheid dat je voelt als je net voor het eerst op jezelf woont.
Via Martin leerde ik de latere Zes van Antwerpen kennen. Ik deed vanaf het begin de make-up voor alle shoots en shows van De Zes. Ik ging overal mee naartoe. Soms liep ik mee in een show als model en moest ik ook alle andere modellen opmaken. Niemand had geld, maar dat gaf niet, want iedereen had dezelfde passie: we wilden de besten zijn. En anders dan de rest. Laatst werd ik gevraagd door een tijdschrift om een shoot te doen met iconische ontwerpen van de Zes. Ik heb nee gezegd. Dat heb ik al honderd keer gedaan, zet daar een keer een jonge ploeg op. Ik heb een hekel aan retro. Als iemand mij vraagt om jarenvijftig-make-up zeg ik ook nee. Wat al is geweest, is boring.
Mijn man Ronald en ik zijn samen sinds 1981. We kwamen elkaar vaak tegen in cafés. Op een gegeven moment vroeg hij of hij zijn hond een keer bij mij thuis in bad mocht doen, want hij had zelf alleen een douche. Hij is eigenlijk nooit meer weggegaan. Het klikte zó goed, ook op werkgebied – hij is fotograaf. Hij heeft een geweldig oog en onze esthetiek komt overeen, we hebben in de loop der jaren heel veel samengewerkt. Het geheim van 45 jaar samenzijn is elkaar vrijlaten en ruimte geven. We wonen in een groot huis met vier verdiepingen, dat helpt enorm. In een appartementje van 45 vierkante meter had ik allang een moord begaan. We eten elke avond samen en kijken vervolgens naar Nederlandse actualiteitenprogramma’s zoals Nieuwsuur. Als die afgelopen zijn gaan we ieder naar onze eigen kamers. Hij gaat werken op zijn computers. Ik ga thrillers en documentaires kijken of lezen. Vaak ga ik pas rond drie uur naar bed en slaap ik tot elf uur uit. Hij is meestal om half zeven al op. Dat werkt voor ons. We hebben twee moeilijke jaren achter de rug, hij heeft blaaskanker gehad, met zware operaties en chemo, maar is nu gelukkig clean.
Ik post veel op Instagram over alles wat me boos maakt. Palestina, ICE, Iran, ik zit vaak te schreeuwen naar mijn scherm. Ik heb abonnementen op zes kranten en kijk veel documentaires. Ik wil goed op de hoogte zijn en niet zo iemand zijn die per ongeluk propaganda deelt. Niemand durft zich politiek uit te spreken in de modewereld. Iedereen is bang dat ze geen jobs meer krijgen. Ik let zelf ook op hoor. Ik stond laatst in optie voor een klus in New York en moest bij het aanvragen van mijn ESTA-formulier [digitale toestemming om de VS in te reizen zonder visum] ook mijn Instagram en Facebook invullen. Toen heb ik een paar dagen geen anti-Trump-memes gepost. Ik verlies continu volgers, maar dat kan me geen barst schelen, ik blijf posten. Ik besef dat ik makkelijk praten heb. Ik doe dit werk al meer dan veertig jaar en heb alles wat ik ooit wilde doen inmiddels wel een keer gedaan.
Tussen 2015 en 2025 heb ik alle make-up voor Balenciaga gedaan. Demna [de Georgische modeontwerper die geen achternaam gebruikt], die er creatief directeur was, ken ik nog van de academie in Antwerpen, waar ik jarenlang make-up-advies gegeven heb bij de afstudeershows. Die tien jaar bij Balenciaga voelden alsof ik onderdeel was van een familie. Demna en ik vertrouwden elkaar. En als er vertrouwen is, kun je experimentele dingen doen, zelfs bij een groot modehuis. We hebben gezichten vervormd met protheses, shows zonder make-up gedaan en ons laten inspireren door death metal. Er was zeer veel mogelijk. Ik ben blij dat ik dat zo laat in mijn carrière nog mee heb mogen maken. Nu zit Demna bij Gucci en werkt hij met een totaal andere equipe. Gucci draait veel meer om glam, met foute kleuren enzo. Ik vind het meer dan juist dat hij nu met iemand anders werkt.
Tijdens covid heb ik lippenstiften ontwikkeld voor Dries Van Noten. Dat was leuk, de hele dag mengen en mixen hier thuis tot we de perfecte kleuren en texturen hadden. Maar een eigen lijn? Nooit. Veel collega-make-upartists hebben eigen producten ontwikkeld, maar veel zijn er ook weer mee gestopt. De wereld heeft geen nieuwe beautyproducten nodig. Alles is er al. Álles. Er is ook niet veel vernieuwends gebeurd de afgelopen twintig jaar. De enige grote revolutie zit in de texturen van foundations. In de jaren tachtig waren foundations afschuwelijk, van die dikke lagen. Ik mengde ze met dagcrèmes om ze minder zwaar te maken. Nu heb je foundations die heel licht zijn en toch goed dekken.
Ik ben absoluut niet tegen cosmetische ingrepen. Je moet geen MAGA-vrouw willen worden, met dezelfde neus en dezelfde lippen als iedereen. Je moet blijven wie je bent, en dan opgefrist. Wat mij niet aanstaat in mijn gezicht laat ik weghalen. Dat heb ik al besloten toen ik jong was en naar mijn moeder en mijn grootmoeder keek, die allebei op een bepaalde leeftijd een minder strakke kaaklijn kregen. Dus dat heb ik laten doen. En ik heb jaren botox gebruikt. Met botox moet je vroeg beginnen. Dan kun je nog voorkomen dat je diepe rimpels krijgt. Ik heb vriendinnen die op hun zestigste opeens willen beginnen, maar dan staat het er al in gegroefd. Ik kijk graag video’s van de nieuwste operaties, want ik wil weten hoe ze dat doen. Veel mensen vinden dat akelig om naar te kijken, ik niet! Ik ben er zelfs dikwijls door geïnspireerd geraakt. Die lijnen die plastisch chirurgen op je gezicht tekenen bijvoorbeeld, die heb ik terug laten komen in mijn werk.
Ik heb net een clip gedaan van zangeres Robyn. Ik zeg eigenlijk altijd nee tegen vips. Beroemdheden hebben vaak een beeld van hoe ze eruit willen zien en vinden het moeilijk daarvan af te wijken. Je bent als make-upartist dan eigenlijk een soort slaaf. Maar Robyn bleek mijn werk te kennen. Ik mocht een voorstel doen voor de make-up en ze zei meteen ja. Twee horizontale lijnen die vanuit haar ooghoeken over de zijkant van haar gezicht lopen. Ik heb in al die jaren maar een paar beroemdheden gedaan. Video’s voor Björk en Marilyn Manson. Dat zijn mensen die ik goed vind en die openstaan voor experiment. Al kijk ik er wel minder positief op terug nu ik weet dat Manson beschuldigd wordt van sexual harassment.”