Home

Ik heb een haat-liefderelatie met Édouard Louis, zeer eenzijdig, want dat ik besta doet er voor hem natuurlijk niet toe

is columnist voor de Volkskrant

Mijn favoriete deel van deze boekenrubriek is dat ik elke week een boekwinkel mag bezoeken om een knisperend nieuw boek te kopen, en dat ik op spirituele wijze probeer te voelen tot welk boek ik die week op magische wijze word aangetrokken.

Dit keer verzette ik me tegen de aantrekkingskracht, want het boek De ondergang van Édouard Louis lonkte naar me, en ik las dat het over zijn alcoholverslaafde broer ging en dacht: die familie ken ik nou wel. Zijn moeder, zijn vader, zijn stiefvader en alle dorpelingen en pestkoppen uit dat deprimerende Noord-Franse dorp met de bakstenen bushalte als enige plek van vertier; Édouard Louis, de nu toch wel beroemdste schrijver van Frankrijk, heeft het al in zo veel boeken beschreven dat ik het wel kan uittekenen.

Toch wilde ik het lezen, en ik besloot dat dat juist misschien de magie van zijn boeken was: dat hij het zo wist te doen dat je het toch elke keer weer las, en uitlas, al heeft dat ook iets van keer op keer gaan kijken naar een heftig auto-ongeluk.

Ik heb een haat-liefderelatie met Édouard Louis, zeer eenzijdig overigens want dat ik besta doet er voor hem natuurlijk niet toe, maar ik vind zijn proza soms aanstellerig en hemzelf vaak erg onsympathiek in zijn verhalen, al neemt die eerlijkheid me ook weer voor hem in.

Dit keer stuitte ik meteen op een irritatie, op pagina 12 en 13: twee witte pagina’s, met alleen de zinnen: ‘Hij was dood maar zij was de enige die hem mocht laten sterven. Hij was achtendertig jaar.’ Je slaat de pagina om, en op bladzijde 14 en 15 nog een keer al dat wit en precies dezelfde twee zinnen.

Maar goed, ondanks dat soort ergernis raakte ik meegesleept in het verhaal van de broer, een onverbeterlijke verslaafde aan alcohol en later ook aan krasloten en seks, een homohater, een vrouwenmishandelaar, die toch, als hij nuchter was, als een intens lieve, dommige labrador door Louis wordt beschreven. Vooral deze zin raakte me, als Louis weer eens met zijn broer herenigd wordt: ‘Ik zag mijn broer in de verte aan komen lopen, weids gebarend met zijn armen, als mannen op landingsbanen bij het naderen van een vliegtuig.’

Dat landingsbanenenthousiasme legt zijn grote broer steeds aan de dag als hij zijn kleine broer Édouard ziet, voor wie hij altijd een soort beschermdrang voelt, maar dan gaat er al gauw weer vijf whisky in en verandert hij in een duivel.

En toch, dat die grote broer altijd zo blij is om zijn kleine, veel slimmere en succesvollere broer te zien, en zich ook in het hoofd haalt dat hij hém zou kunnen helpen, ontroerde me. Dan neem je die aanstellerige vier pagina’s met al dat wit op de koop toe.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next