Home

Julia Kochetova laat de oorlog in Oekraïne zien als een gedrocht dat met de dag aanzwelt, opslokt, uitspuwt

De Oekraïense fotograaf Julia Kochetova, die sinds deze week exposeert in fotografiemuseum Foam, zou willen dat de aan haar werk gewijde tentoonstelling War is Personal niet was gemaakt. Het liefst had ze dat alle beelden niet bestonden. ‘Maar we mogen niet blind blijven.’

is redacteur van de Volkskrant. Hij schreef het boek 'Dan zien we dezelfde sterren', over zijn reizen door Oekraïne.

In de nacht van 24 februari 2022, toen Rusland buurland Oekraïne binnenviel, lag Julia Kochetova in een hotelbed in de Donbas. De Oekraïense fotograaf werd wakker toen haar vriend Dima haar kamer binnenstormde. Hij schreeuwde vier woorden: ‘De oorlog is hier.’ Kochetova kwam overeind, keek naar de camera op haar nachtkastje en wist naar eigen zeggen direct wat ze moest doen.

Met haar camera-uitrusting en een plastic tas met een bakje yoghurt, een avocado en twee pakjes sigaretten van een vriend vertrok Kochetova de volgende ochtend naar de oorlog, naar Kramatorsk. ‘Ja, dat is een licht atypisch overlevingspakket’, beaamt de fotograaf telefonisch vanuit Kyiv. ‘Ik moest zo snel mogelijk handelen. Fotograferen. Mijn land had geen keus toen Rusland het binnenviel. Ik had geen keus. Wel kon ik kiezen hoe ik op de oorlog reageerde. Ik koos ervoor om te getuigen, om vast te leggen.’

Wie de deze week in Foam geopende expositie War is Personal bezoekt, voelt de urgentie van die getuigenis. Bezoekers betreden de tentoonstelling via een brug die het museum tot een drie meter lange corridor liet ombouwen, en die de benauwdheid van het front moet oproepen. De wanden zijn beplakt met een foto van een pantserhouwitser die afvuurt. De foto’s van Kochetova zijn indringend, ontdaan van iedere opsmuk. Hard. Eerlijk. Ze portretteren de oorlog precies zoals die is: een gedrocht dat met de dag aanzwelt, opslokt, uitspuwt.

Kochetova heeft ervoor gekozen haar littekens en wonden ‘te vieren’ – precies zo zegt ze het: ‘I celebrate my scars’. Pijn kun je volgens de fotograaf in Oekraïne niet voorkomen, maar ‘diezelfde pijn vergroot ook je hart’, bezweert ze. ‘Nooit eerder had ik de diepte van pijn ervaren. Je kunt niet naast iemand zitten in de hel en zeggen dat je hem of haar begrijpt, want je begrijpt het niet als je het zelf niet hebt doorgemaakt.’

Een ander mens

Op 14 juli 2022 belde Kochetova’s moeder. Rusland bombardeerde die dag haar geboortedorp Vinnytsia, ze moest met de kinderen van de buren rennen om bijtijds in de kelder te komen. 27 mensen kwamen om, 202 Oekraïners raakten gewond. ‘Mijn ouderlijk huis had geen ramen meer, zei mijn moeder in shock, en er waren meer bommen onderweg. Ik ben er direct heen gegaan en bracht verslag uit vanuit mijn geboortedorp. De oorlog klopte letterlijk aan mijn voordeur.’ Kochetova zucht, zegt dan: ‘Je kunt nog zo veel foto’s maken van anderen in oorlog, maar als de strijd voor je eigen deur staat, raakt het je anders. Ik ben een ander mens geworden.’

Een paar weken na dat bombardement zag ze in Kramatorsk een oude dame, die huilde voor haar door bommen verwoeste huis, en glasscherven bijeen veegde. Kochetova hielp de vrouw bij het inzwachtelen van haar gewonde hand. Ze jammerde over haar huis, over alles wat weg was, en over alles wat ze verloor. ‘Voor het eerst in mijn leven kon ik zeggen: ik weet hoe het voelt.’

In oorlogsgebied ben je vrijwel altijd met anderen, ondervond Kochetova, het is moeilijk om alleen te zijn. ‘Toch heeft de oorlog me eenzaam gemaakt.’ Fotograferen werd een manier om deze plek in de tijd aan te kunnen. ‘Als je iets publiceert, ben je niet langer alleen met je pijn. Mensen bedanken me voor mijn werk, maar ik doe het eigenlijk voor mezelf. Het is een vorm van therapie. Ik geef uiting aan het leed. Als ik niet zou publiceren, maar het verdriet binnenhoud, explodeer ik op een dag.’

Namen en gezichten

Haar doel is helder. ‘De oorlog in ons land zou voor velen gewoon een landkaart kunnen zijn, nummers, grafieken. Maar mensen geven niets om nummers. We geven om mensen. Om gezichten. Ik wilde de oorlog in mijn land namen en gezichten geven.’ Ze hoopt dat bezoekers van de tentoonstelling één naam onthouden. Eén gezicht. ‘En ik hoop dat het de oorlog dichterbij brengt. De wereld doet soms haar ogen dicht. We mogen niet blind blijven.’

Ze had de expositie in Foam liever niet gemaakt. Het liefst had ze dat al die beelden niet bestonden. Op haar mobiel heeft ze een digitaal fotoalbum met de portretten van dierbaren. Soms scrolt ze daar doorheen, door de foto’s van kennissen, familie, vrienden – allemaal mensen die er niet meer zijn. ‘Weet je van welke foto ik droom? Een onscherpe, dronken foto van mij en mijn vrienden. Voor die ene foto zou ik al mijn andere beelden opofferen. Maar precies die foto zal ik nooit maken. Veel van mijn vrienden zijn in de strijd gesneuveld.’

De expositie ‘War is Personal’ in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam is te zien van 6 maart tot en met 25 mei 2026. De foto’s worden na de tentoonstelling geveild, de opbrengst gaat naar de fotograaf en naar de stichting Protect Ukraine.

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next