is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
‘Ze lult nog meer uit haar nek dan ik!’, aldus Johan Derksen onlangs in een vlaag van verstandsverheldering. Na de interne strubbelingen bij BBB werd Caroline van der Plas de zoveelste politicus in een lange rij die door Derksen gedumpt werd, na eerder nog zijn stem en volle support te hebben gekregen – Lubach maakte al eens een geweldige compilatie van al deze misperen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Derksen zal zijn lachwekkende voting record ongetwijfeld goedpraten door te zeggen dat hij ook niet kon weten dat de door hem gepromote politici er niks van konden. Dat hun ideeën in de basis goed zijn en dat zij nu eenmaal een gerechtvaardigd sentiment onder de bevolking weten te vertolken en dus een kans verdienden. Dat het niet te voorspellen of te verwachten was dat zij, eenmaal in een machtspositie, niks voor elkaar zouden krijgen.
Maar dat was het natuurlijk wél. Los van het gebrek aan mensenkennis dat je moet hebben om te geloven dat schertsfiguren als Caroline van der Plas of Thierry Baudet een serieuze partij of zelfs land kunnen leiden, is het natuurlijk helemaal niet mogelijk om binnen zeer korte tijd een stabiele partij uit de grond te stampen. Laat staan dat zo’n partij ook goede ministers kan leveren. Politiek ondernemerschap, zeker wanneer niet een ideologie maar vaag ressentiment centraal staat, trekt al jaren voornamelijk opportunisten. En opportunisten vinden zichzelf altijd belangrijker dan de partij of het landsbelang.
Een capabele rechtspopulist is dus een contradictio in terminis. De onkunde van de populist is een onontkoombaar gevolg van zijn gebrek aan kennis, ervaring, en coherent wereldbeeld. En ja, dat is altijd, maar dan ook altijd, al volstrekt duidelijk als de rechtspopulist het toneel betreedt. Sterker nog, onkunde is de belangrijkste eigenschap van rechtspopulisten. Domrechtse kiezers herkennen zich in die onkunde, terwijl onkunde hun problemen in stand houdt. Dat is precies de bedoeling; een kundige rechtspopulist zou zichzelf overbodig maken.
Wanneer Derksen weer eens constateert dat een voormalige favoriet heeft gefaald, zou hij zich misschien eens kunnen afvragen waarom zij keer op keer falen. Wellicht zou het eens kunnen indalen dat verzet tegen kennis en wetenschap, en dus kunde, per definitie leidt tot onkunde. Dat zaken als ervaring, de bereidwilligheid tot het sluiten van compromissen en kennis van de instituties en rechtstaat geen elitaire hobbies zijn, maar noodzakelijke voorwaarden om als kundig politicus resultaten te kunnen boeken.
Alleen als je ‘capabel’ zou definiëren als het uitschakelen van tegenstanders en de vrije pers of het autocratiseren van een land, altijd met desastreuze gevolgen voor de bevolking, zou je enkele capabele rechtspopulisten kunnen noemen. Orbán en Meloni bijvoorbeeld, maar ook Poetin en Trump natuurlijk. Niet één van hen maakt het leven van hun kiezers beter, maar zij hebben wel de instituties en meningsvorming zodanig onder hun controle, dat zij in ieder geval kundig zijn gebleken in het conserveren van hun macht.
Dat de eerste capabele rechtspopulist nog geboren moet worden, en rechtspopulisten hun populariteit in Nederland zelden langer dan een jaar of twee volhouden, betekent niet dat we rechtspopulisten dan maar hun onkundige gang moeten laten gaan. Derksen laat immers zien hoe hardleers de domrechtse kiezer is; valt de ene rechtspopulist tegen, dan gaat hij gewoon voor een andere rechtspopulist. Alsof de dwaling het poppetje betreft, in plaats van het rechtspopulisme zelf. Als we zo door blijven sukkelen, verschijnt er vanzelf iemand die wél capabel is in de rechtspopulistische zin van het woord en vakkundig de democratie ontmantelt.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.